Aanhechting van spieren:
- Oorsprong
- Insertie
Algemene regel: de origo blijft ter plaatse en de insertie wordt verplaatst door de spiercontractie
Heel belangrijke definities !!
Isotonische contracties Hierbij blijft gedurende de gehele contractie de spanning
(tonus) in de spier gelijk (iso) aan de spanning die bij het begin
van de contractie in de spier bestond. Alleen de lengte van de
spier verandert. (Vb. Buiging in elleboogsgewricht)
Isometrische contracties Hierbij blijft gedurende de hele contractie de lengte van de spier
gelijk aan de lengte bij het begin van de contractie. De spier is
dus aan beide uiteinden gefixeerd. Alleen de spanning in de
spier verandert. (Vb. Optillen te zwaar voorwerp of drukken
tegen een gefixeerd (= de spier kan niet bewegen) voorwerp)
Auxotonische contracties Hierbij verkort de spier zich, terwijl de spanning toeneemt. (Vb.
Wanneer men een veer uitrekt).
Je kunt de contractie ook indelen naar bewegingsrichting i.p.v.
de bewegingsvorm:
- Concentrische beweging
- Excentrische beweging
Concentrische beweging Er treedt een verkorting van de spier op
Excentrische beweging De spier spant zich aan, maar wordt langer (Vb. Afdalen van een
helling, iets neerzetten)
Agonist De spier die de belangrijkste/meeste arbeid verricht voor een
beweging
Antagonisten Spieren met tegengestelde werking
Synergisten Spieren met gelijkgerichte werking
Oppervlakkige spieren kennen (ventraal + dorsaal vlak)
, -> m. Sartorius = kleermakersspier