Proteïnen en het proteoom
Welke eiwitten zijn er tot uitdrukking gebracht in die cellen? Welke mix eiwitten zijn er in die cel? (=
proteoom). Iedere celkern bevat genetische info voor alle mogelijke eiwitten in het lichaam. Alle
proteinen die tot uitdrukking gebracht wordt in een cel = proteoom
Scheiden van proteïnen
In melk zijn er heel veel verschillende eiwitten. We gaan ons richten op het scheiden van eiwitten
obv, grootte, lading oplosbaarheid en specifieke bindingscapaciteit. Vaak willen we eiwitten
analyseren.
Wat we terug vinden aan eiwitten verandert ifv het soort cel, het verandert ifv onze ontwikkeling, ifv
omgevingsfactoren (bv. Op hoogte stage), ifv hormonen.
We moeten proteïnen kunnen afzonderen dmv scheidingstechnieken die gebaseerd zijn op de
eigenschappen van de eiwitten.
Centrifugatie
Eerst gaan we centrifugeren: scheiding obv massa. Als we dat verschillende keren doen zal men een
neerslag bekomen (=pellet) en een supernatan (water in vloeistof boven pellet zit). We gaan
verschillende elementen uithalen door te variëren in snelheid.
1. Kernen en supernatant weghalen
2. Mitochonndrion
3. Ribosomen, subcellulaire partikels,…
En afh van wat we willen bekijken gaan we in bepaalde fracties eiwitten willen afzonderen.
Eiwitten apart krijgen
Uitzouten:
Eiwitten gaan bij bepaalde zoutconcentratie neerslaan. Als we het neerslag behouden en deze weer
uitzouten dan bekomen we andere componenten. Ook bij te zoute oplossing kan met bepaalde
eiwitten denatureren en zelfs breken. De eiwitten gaan neerslaan omdat ze door ionsterkte van het
zout niet meer hun tertiaire of quaternaire structuur gaan hebben.
Dialise:
Scheiden obv een verschil in grootte. We doen dat over semipermeabel membraan. De kleine
moleculen kunnen door het membraan, grotere moleculen zoals eiwitten kunnen er niet door. De
dialise gebeurt door de osmotische gradiënt. Dit kan je maar doen door het verschil aan concentratie
( door het aantal deeltjes en niet door de grootte van de deeltjes). Om evenwicht te bekomen moet
er even veel deeltjes zijn aan wederzijde van het membraan zijn, ze hoeven niet enkel grote of kleine
moleculen. Door vloeistof te verversens kunnen we ervoor zorgen dat alleen de grote moleculen
binnen blijven. Scheiden ifv de grootte obv de osmotische gradient. = dyalise
Gel filtratie chromatografie:
Zien vaak gekleurde fracties in kolom. Kolom wordt gestapeld met grijze
korrels die een opening hebben. Die openingen kunnen variëren. Als we daar
dan een mengsel opleggen van moleculen met verschillende grootte , dan
zullen de grote moleculen het eerst uit te kolom komen. Elusievolume
(hoeveel buffer men op kolom moet gieten vooraleer er iets uitkomt), is het
1
Welke eiwitten zijn er tot uitdrukking gebracht in die cellen? Welke mix eiwitten zijn er in die cel? (=
proteoom). Iedere celkern bevat genetische info voor alle mogelijke eiwitten in het lichaam. Alle
proteinen die tot uitdrukking gebracht wordt in een cel = proteoom
Scheiden van proteïnen
In melk zijn er heel veel verschillende eiwitten. We gaan ons richten op het scheiden van eiwitten
obv, grootte, lading oplosbaarheid en specifieke bindingscapaciteit. Vaak willen we eiwitten
analyseren.
Wat we terug vinden aan eiwitten verandert ifv het soort cel, het verandert ifv onze ontwikkeling, ifv
omgevingsfactoren (bv. Op hoogte stage), ifv hormonen.
We moeten proteïnen kunnen afzonderen dmv scheidingstechnieken die gebaseerd zijn op de
eigenschappen van de eiwitten.
Centrifugatie
Eerst gaan we centrifugeren: scheiding obv massa. Als we dat verschillende keren doen zal men een
neerslag bekomen (=pellet) en een supernatan (water in vloeistof boven pellet zit). We gaan
verschillende elementen uithalen door te variëren in snelheid.
1. Kernen en supernatant weghalen
2. Mitochonndrion
3. Ribosomen, subcellulaire partikels,…
En afh van wat we willen bekijken gaan we in bepaalde fracties eiwitten willen afzonderen.
Eiwitten apart krijgen
Uitzouten:
Eiwitten gaan bij bepaalde zoutconcentratie neerslaan. Als we het neerslag behouden en deze weer
uitzouten dan bekomen we andere componenten. Ook bij te zoute oplossing kan met bepaalde
eiwitten denatureren en zelfs breken. De eiwitten gaan neerslaan omdat ze door ionsterkte van het
zout niet meer hun tertiaire of quaternaire structuur gaan hebben.
Dialise:
Scheiden obv een verschil in grootte. We doen dat over semipermeabel membraan. De kleine
moleculen kunnen door het membraan, grotere moleculen zoals eiwitten kunnen er niet door. De
dialise gebeurt door de osmotische gradiënt. Dit kan je maar doen door het verschil aan concentratie
( door het aantal deeltjes en niet door de grootte van de deeltjes). Om evenwicht te bekomen moet
er even veel deeltjes zijn aan wederzijde van het membraan zijn, ze hoeven niet enkel grote of kleine
moleculen. Door vloeistof te verversens kunnen we ervoor zorgen dat alleen de grote moleculen
binnen blijven. Scheiden ifv de grootte obv de osmotische gradient. = dyalise
Gel filtratie chromatografie:
Zien vaak gekleurde fracties in kolom. Kolom wordt gestapeld met grijze
korrels die een opening hebben. Die openingen kunnen variëren. Als we daar
dan een mengsel opleggen van moleculen met verschillende grootte , dan
zullen de grote moleculen het eerst uit te kolom komen. Elusievolume
(hoeveel buffer men op kolom moet gieten vooraleer er iets uitkomt), is het
1