Zorg onder dwang en drang
Een verkenning van mogelijkheden en grenzen
Inleiding
Als ouders en/of jeugdige niet vrijwillig willen deelnemen aan opvoedingsondersteuning of
(jeugd)zorg en de situatie er wel om vraagt, wordt drang toegepast. Bij zorg onder dwang of drang
komt de cliënt niet zelf met een wens tot gedragsverandering. Het doel van de interventie is lang niet
altijd gelijk aan het doel van de persoon die in de interventie binnenkomt.
Mechanismen bij zorg onder dwang en drang
In principe vindt zorg op vrijwillige basis plaats. Het principe van het recht op zelfbeschikking is in
basiswetten verankerd. Dit principe geldt ook voor een persoon die hulp of behandeling nodig heeft.
Deze zoekt deze zorg zelf of ondergaat ze vrijwillig, omdat hij zijn leefsituatie wil verbeteren of wil
voorkomen dat zijn situatie verder verslechtert. De klassieke dokter-patiëntrelatie is gebaseerd op dit
idee, en het wordt ondersteund door wetgeving, zoals in de Wet op de geneeskundige
behandelingsovereenkomst (WGBO). Hierin is bijvoorbeeld het principe van informed consent
vastgelegd.
Toch is zorg niet altijd vrijwillig. Er zijn cliënten die onder externe druk aan een zorgtraject beginnen.
Zij komen in aanraking met de zorg op grond van een rechterlijke uitspraak of een andere op de wet
gebaseerde beslissing, of onder druk van anderen uit het sociale netwerk.
In deze gevallen treden allerlei psychologische processen op bij de cliënt en bij de zorgverlener.
Beiden vertonen reacties op de onvrijwilligheid van de zorg. De reacties van cliënten wordt
samengevat onder de term reactance. Algemeen is men van mening dat gedragsverandering
uiteindelijk gedragen moet worden door de persoon, om te beklijven.
Volgens de Self-Determination Theory kan dit niet zonder meer. Deze theorie gaat in op de gevolgen
die inperking van de individuele autonomie kan hebben voor de motivatie tot een bepaald gedrag.
De motivatie van een persoon kan voortkomen uit zowel interne als externe bronnen. De bronnen
worden altijd gekleurd door de subjectieve ervaring. De mate waarin sprake is van externe druk,
vormt een continuüm. Aan het ene einde van het motivatiespectrum gaat het om gedrag dat volledig
door externe krachten wordt gecontroleerd (zoals een dwangopname) en volledig als externe druk
wordt ervaren. Aan het andere einde staat het gedrag dat in de beleving van de betreffende persoon
helemaal uit hemzelf voortkomt en daarmee volledig intern of autonoom bepaald is. Tussenin zijn
diverse gradaties van interne en externe motivatie mogelijk, zoals 'extrinsieke’ motivatie waarbij
duidelijk sprake is van externe controle, zoals bij dwang en drang, 'introjectie', 'identificatie' en
'integratie', waarbij de persoon zich in toenemende mate vanuit zijn eigen waarden committeert met
het betreffende gedrag en het doel daarvan. Intrinsiek gemotiveerde gedragingen zijn volgens de
Self-Determination Theory activiteiten die mensen spontaan en van nature uitvoeren wanneer ze
zich vrij voelen om hun natuurlijke interesses te volgen. In het laatste geval is er sprake van volledige
autonomie en is het gedrag volledig self-determined.
Het bleek dat juist de combinatie van interne en externe motivatie aan het begin van de zorg gunstig
samenhing met behandelretentie. Een interne, meer autonome motivatie voor zorg zou (mede)
nodig zijn voor het behalen van een blijvend behandelresultaat. Interne motivatie is niet statisch,
maar kan groeien, bijvoorbeeld door een confronterende behandelstijl te vermijden en juist de
persoonlijke autonomie van een cliënt te respecteren en te stimuleren. Alléén externe motivatie kan
moeilijk tot beklijvende gedragsverandering leiden.
Zelfbeschikking
De mate waarin mensen uit zijn op zelfbeschikking, of daartoe in staat zijn, kan verschillen. Soms kan
Een verkenning van mogelijkheden en grenzen
Inleiding
Als ouders en/of jeugdige niet vrijwillig willen deelnemen aan opvoedingsondersteuning of
(jeugd)zorg en de situatie er wel om vraagt, wordt drang toegepast. Bij zorg onder dwang of drang
komt de cliënt niet zelf met een wens tot gedragsverandering. Het doel van de interventie is lang niet
altijd gelijk aan het doel van de persoon die in de interventie binnenkomt.
Mechanismen bij zorg onder dwang en drang
In principe vindt zorg op vrijwillige basis plaats. Het principe van het recht op zelfbeschikking is in
basiswetten verankerd. Dit principe geldt ook voor een persoon die hulp of behandeling nodig heeft.
Deze zoekt deze zorg zelf of ondergaat ze vrijwillig, omdat hij zijn leefsituatie wil verbeteren of wil
voorkomen dat zijn situatie verder verslechtert. De klassieke dokter-patiëntrelatie is gebaseerd op dit
idee, en het wordt ondersteund door wetgeving, zoals in de Wet op de geneeskundige
behandelingsovereenkomst (WGBO). Hierin is bijvoorbeeld het principe van informed consent
vastgelegd.
Toch is zorg niet altijd vrijwillig. Er zijn cliënten die onder externe druk aan een zorgtraject beginnen.
Zij komen in aanraking met de zorg op grond van een rechterlijke uitspraak of een andere op de wet
gebaseerde beslissing, of onder druk van anderen uit het sociale netwerk.
In deze gevallen treden allerlei psychologische processen op bij de cliënt en bij de zorgverlener.
Beiden vertonen reacties op de onvrijwilligheid van de zorg. De reacties van cliënten wordt
samengevat onder de term reactance. Algemeen is men van mening dat gedragsverandering
uiteindelijk gedragen moet worden door de persoon, om te beklijven.
Volgens de Self-Determination Theory kan dit niet zonder meer. Deze theorie gaat in op de gevolgen
die inperking van de individuele autonomie kan hebben voor de motivatie tot een bepaald gedrag.
De motivatie van een persoon kan voortkomen uit zowel interne als externe bronnen. De bronnen
worden altijd gekleurd door de subjectieve ervaring. De mate waarin sprake is van externe druk,
vormt een continuüm. Aan het ene einde van het motivatiespectrum gaat het om gedrag dat volledig
door externe krachten wordt gecontroleerd (zoals een dwangopname) en volledig als externe druk
wordt ervaren. Aan het andere einde staat het gedrag dat in de beleving van de betreffende persoon
helemaal uit hemzelf voortkomt en daarmee volledig intern of autonoom bepaald is. Tussenin zijn
diverse gradaties van interne en externe motivatie mogelijk, zoals 'extrinsieke’ motivatie waarbij
duidelijk sprake is van externe controle, zoals bij dwang en drang, 'introjectie', 'identificatie' en
'integratie', waarbij de persoon zich in toenemende mate vanuit zijn eigen waarden committeert met
het betreffende gedrag en het doel daarvan. Intrinsiek gemotiveerde gedragingen zijn volgens de
Self-Determination Theory activiteiten die mensen spontaan en van nature uitvoeren wanneer ze
zich vrij voelen om hun natuurlijke interesses te volgen. In het laatste geval is er sprake van volledige
autonomie en is het gedrag volledig self-determined.
Het bleek dat juist de combinatie van interne en externe motivatie aan het begin van de zorg gunstig
samenhing met behandelretentie. Een interne, meer autonome motivatie voor zorg zou (mede)
nodig zijn voor het behalen van een blijvend behandelresultaat. Interne motivatie is niet statisch,
maar kan groeien, bijvoorbeeld door een confronterende behandelstijl te vermijden en juist de
persoonlijke autonomie van een cliënt te respecteren en te stimuleren. Alléén externe motivatie kan
moeilijk tot beklijvende gedragsverandering leiden.
Zelfbeschikking
De mate waarin mensen uit zijn op zelfbeschikking, of daartoe in staat zijn, kan verschillen. Soms kan