Chirurgische zorg
1. Pathologie – Farmacologie – Diabetes Mellitus
1.1. Inleiding
Insuline:
- Geproduceerd in de pancreas of alvleesklier
- Gevormd in de eilandjes van Langerhans, in de bètacellen
- Energiebron
- Polypeptide opgebouwd uit aminozuren
- 2 types:
o Type 1: juveniele diabetes
o Type 2: ouderdomsdiabetes
1.2. Epidemiologie
Lezen in cursus
1.3. Wat is diabetes
- Glucose in het bloed is verhoogd
- Tekort aan het hormoon; insuline
1.4. De werking van insuline en glucagon
Zie 1.1
1.1.1.Verhoogde plasma-insulineconcentratie leidt tot een verlaging
van glycemie
Stimuleren van processen:
- Bevorderen van glucosetransport vanuit de bloedbaan naar de cellen
- Insuline zorgt ervoor dat glucose kan worden opgenomen in de cellen
- Glycogeensynthese: opstapeling van reserve onder de vorm van glycogeen in de lever
en spieren
- Lipogenese: vorming van vetten vanuit glucose. Overtollige glucose wordt omgezet in
glycerol en wordt opgeslagen in vetdepots
- Versnelde opname van aminozuren en eiwitsynthese
Remmen van processen:
- Afremmen van gluconeogenese uit vetten en eiwitten met minder vetafbraak en
eiwitafbraak
- Minder positieve beïnvloeding van processen door remming glucagonsecretie
Anti-insulinehormonen:
- Glucagon
- Groeihormoon
- Cortisol
- Catecholaminen
, 1.1.2.Hormonale regeling van de bloedsuikerspiegel
- Glucagon wordt vrijgezet bij vasten of wanneer de glucoseplasmaconcentratie te laag
wordt in het lichaam
- Glucagon stimuleert de endogene glucoseproductie (EGP) door afbraak
leverglycogeen tot glucose
- Uit verschillende substraten kan de lever glucose aanmaken
- Onder invloed van glucagon wordt de afbraak van vetweefsel bevorderd waardoor
vrije vetzuren en glycerol vrijkomen uit triglyceriden
- Uit glycerol kan glucose worden gemaakt, vrije vetzuren kunnen geoxideerd worden
met productie van energie (ATP)
1.5. Soorten diabetes
- Type 1-diabetes - Secundaire vormen
- Type 2-diabetes - LADA
- Zwangerschapsdiabetes - MODY
- Prediabetes - Neonatale diabetes
1.1.3.Diabetes mellitus type 1
Pathogenese:
- Auto-immuunziekte
- Absoluut insulinetekort
- Uitlokkende factoren:
o Genetisch
o Virale infectie
o Nutritionele factoren
o Omgevingsfactoren
- Symptomen ontstaan nadat 90% van de bètacellen vernietigd zijn
- Behandeling door injecteren van insuline of een insulinepomp
- Honeymoonfase = beperkt insuline inspuiten doordat het lichaam nog minimale
insuline aanmaakt
Symptomen:
- Polyurie (glucose in urine)
o Nierdrempel voor glucose overschreden (180mg/dl)
o Nierdrempel verhoogd bij ouderen (250mg/dl)
o Nierdrempel verlaagd bij zwangere vrouwen
- Polydipsie (veel dorst)
o Risico op dehydratatie
o Drinken 6-8l water per dag
o Frisdrank verhoogd dorstgevoel
- Vermoeidheid en spierzwakte
o Geen glucose meer in bloedbaan als energie
o Spierafbraak door gebruik aminozuren als energie
- Vermageren, constant hongergevoel
o Verlies van energie door verbranden vetten
o Veel verlies vocht en glucose via urine
, 1.1.4.Diabetes mellitus type 2
Pathogenese:
- Familiaal, door huidige levensstijl, ongezond voedingspatroon, te weinig beweging
- Levercellen en cellen uit perifere organen sluiten zich af voor het effect van insuline
- Tekort aan glucose in cel, teveel aan glucose in plasma
- Pancreas compenseert de hyperglycemie door extra aanmaak insuline
- Uitputting orgaan en celschade aan bètacellen = insulinedeficiëntie
Overgewicht:
- BMI 25-30 (normaal 18-25)
- Vetopstapeling rond de buikomtrek
- Beter beeld voor overgewicht is buikomtrek meten i.p.v. BMI berekenen
o Mannen <94cm
o Vrouwen <80cm
Risicofactoren:
- Familiaal - Hogere leeftijd
- Overgewicht - Zwangerschapdiabetes gehad
- Sedentaire leefstijl - Macrosomie
- Ongezond voedingspatroon
- Inname van bepaalde medicatie
Symptomen:
- Gelijkaardig maar minder ernstig als bij DMT1
- Komt soms pas na 5 jaar uit dat men DMT2 heeft
Insulineresistentie symptomen:
- Vermoeidheid na het eten - Trage wondgenezing
- Drang naar zoet - Vroege bijziendheid
- Buikvet, overgewicht - Heftige menstruatie
- Stemmingswisselingen - Prostaatvergroting
- Ancé en wratten
- Peesontstekingen
Insuline insufficiëntie symptomen:
- Dorst - Polyurie
- Droge tong - Vermoeidheid en slaperigheid
- Polydipsie
1.1.5.Zwangerschapsdiabetes (GDM)
Pathogenese:
- Elke graad van glucose-intolerantie met ontstaan of eerste detectie tijdens de
zwangerschap
- Insulineresistentie neemt toe door zwangerschapshormonen
- Bètacellen en pancreas kunnen vraag van insuline niet aan
- Hoger risico op DMT2
, Screening en diagnose:
- Screening tussen de 24-28 weken
- Tweestapsscreeningsstrategie:
o Challengetest (GCT) = glycemiebepaling één uur na inname van 50g glucose
o Orale glucosetolerantietest (OGTT) na pos. challenge test
Risico’s en gevolgen van zwangerschapsdiabetes:
Mogelijke risico’s of complicatie voor de baby
- Hoog geboortegewicht - Respiratoir distress syndroom
- Schouderdystocie - Polycythemie
- Neonatale hypoglycemie - Hypertorfische cardiomyopathie
- Hyperbilirubinemie - Intra-uteriene foetale dood
- Hypocalcemie - Vroeggeboorte
- Verhoogde kans op ontwikkelen van psychomotorische ontwikkelingsstoornissen
- Verhoogde kans op ontwikkelen van diabetes en overgewicht tijden de puberteit
Mogelijke risico’s of complicatie voor de mama:
- Sectio - Polyhydramnios
- Zwangerschap geïnduceerde - Urineweginfectie
hypertensie
- Pre-eclampsie
Behandeling en opvolging tijdens de zwangerschap:
- Voeding en beweging speelt een belangrijke rol
- Voedingsschema
- Dagelijks meten van glycemie
o Nuchtere glycemie
o Postprandiale glycemie
- Insuline opstarten wanneer na 1-2 weken streefwaardes niet worden bereikt:
o Kortwerkende insuline-analogen (novorapid, humalog)
o Langwerkende humane insuline (insulatard, humuline NPH)
o Onvoldoende bewijs antidiabetica
Na de zwangerschap:
- Hoger risico op ontwikkelen DMT2
- Zwangerschapsdiabetes verdwijnt langzaam na bevalling
1.1.6.Prediabetes
- = intermediaire hyperglycemie
- Één- tot tweederde van de mensen met prediabetes ontwikkelt binnen 6 jaar DMT2
1.1.7.Secundaire vormen
- Type 3C
- Eerste 5 jaar na diagnose zal insulinetherapie nodig zijn bij de helft van de personen
- Antidiabetica werken minder goed bij deze groep
- Belangrijk om aandacht te hebben voor voedingssupplementen (vit. D en
pancreasenzymen)
1. Pathologie – Farmacologie – Diabetes Mellitus
1.1. Inleiding
Insuline:
- Geproduceerd in de pancreas of alvleesklier
- Gevormd in de eilandjes van Langerhans, in de bètacellen
- Energiebron
- Polypeptide opgebouwd uit aminozuren
- 2 types:
o Type 1: juveniele diabetes
o Type 2: ouderdomsdiabetes
1.2. Epidemiologie
Lezen in cursus
1.3. Wat is diabetes
- Glucose in het bloed is verhoogd
- Tekort aan het hormoon; insuline
1.4. De werking van insuline en glucagon
Zie 1.1
1.1.1.Verhoogde plasma-insulineconcentratie leidt tot een verlaging
van glycemie
Stimuleren van processen:
- Bevorderen van glucosetransport vanuit de bloedbaan naar de cellen
- Insuline zorgt ervoor dat glucose kan worden opgenomen in de cellen
- Glycogeensynthese: opstapeling van reserve onder de vorm van glycogeen in de lever
en spieren
- Lipogenese: vorming van vetten vanuit glucose. Overtollige glucose wordt omgezet in
glycerol en wordt opgeslagen in vetdepots
- Versnelde opname van aminozuren en eiwitsynthese
Remmen van processen:
- Afremmen van gluconeogenese uit vetten en eiwitten met minder vetafbraak en
eiwitafbraak
- Minder positieve beïnvloeding van processen door remming glucagonsecretie
Anti-insulinehormonen:
- Glucagon
- Groeihormoon
- Cortisol
- Catecholaminen
, 1.1.2.Hormonale regeling van de bloedsuikerspiegel
- Glucagon wordt vrijgezet bij vasten of wanneer de glucoseplasmaconcentratie te laag
wordt in het lichaam
- Glucagon stimuleert de endogene glucoseproductie (EGP) door afbraak
leverglycogeen tot glucose
- Uit verschillende substraten kan de lever glucose aanmaken
- Onder invloed van glucagon wordt de afbraak van vetweefsel bevorderd waardoor
vrije vetzuren en glycerol vrijkomen uit triglyceriden
- Uit glycerol kan glucose worden gemaakt, vrije vetzuren kunnen geoxideerd worden
met productie van energie (ATP)
1.5. Soorten diabetes
- Type 1-diabetes - Secundaire vormen
- Type 2-diabetes - LADA
- Zwangerschapsdiabetes - MODY
- Prediabetes - Neonatale diabetes
1.1.3.Diabetes mellitus type 1
Pathogenese:
- Auto-immuunziekte
- Absoluut insulinetekort
- Uitlokkende factoren:
o Genetisch
o Virale infectie
o Nutritionele factoren
o Omgevingsfactoren
- Symptomen ontstaan nadat 90% van de bètacellen vernietigd zijn
- Behandeling door injecteren van insuline of een insulinepomp
- Honeymoonfase = beperkt insuline inspuiten doordat het lichaam nog minimale
insuline aanmaakt
Symptomen:
- Polyurie (glucose in urine)
o Nierdrempel voor glucose overschreden (180mg/dl)
o Nierdrempel verhoogd bij ouderen (250mg/dl)
o Nierdrempel verlaagd bij zwangere vrouwen
- Polydipsie (veel dorst)
o Risico op dehydratatie
o Drinken 6-8l water per dag
o Frisdrank verhoogd dorstgevoel
- Vermoeidheid en spierzwakte
o Geen glucose meer in bloedbaan als energie
o Spierafbraak door gebruik aminozuren als energie
- Vermageren, constant hongergevoel
o Verlies van energie door verbranden vetten
o Veel verlies vocht en glucose via urine
, 1.1.4.Diabetes mellitus type 2
Pathogenese:
- Familiaal, door huidige levensstijl, ongezond voedingspatroon, te weinig beweging
- Levercellen en cellen uit perifere organen sluiten zich af voor het effect van insuline
- Tekort aan glucose in cel, teveel aan glucose in plasma
- Pancreas compenseert de hyperglycemie door extra aanmaak insuline
- Uitputting orgaan en celschade aan bètacellen = insulinedeficiëntie
Overgewicht:
- BMI 25-30 (normaal 18-25)
- Vetopstapeling rond de buikomtrek
- Beter beeld voor overgewicht is buikomtrek meten i.p.v. BMI berekenen
o Mannen <94cm
o Vrouwen <80cm
Risicofactoren:
- Familiaal - Hogere leeftijd
- Overgewicht - Zwangerschapdiabetes gehad
- Sedentaire leefstijl - Macrosomie
- Ongezond voedingspatroon
- Inname van bepaalde medicatie
Symptomen:
- Gelijkaardig maar minder ernstig als bij DMT1
- Komt soms pas na 5 jaar uit dat men DMT2 heeft
Insulineresistentie symptomen:
- Vermoeidheid na het eten - Trage wondgenezing
- Drang naar zoet - Vroege bijziendheid
- Buikvet, overgewicht - Heftige menstruatie
- Stemmingswisselingen - Prostaatvergroting
- Ancé en wratten
- Peesontstekingen
Insuline insufficiëntie symptomen:
- Dorst - Polyurie
- Droge tong - Vermoeidheid en slaperigheid
- Polydipsie
1.1.5.Zwangerschapsdiabetes (GDM)
Pathogenese:
- Elke graad van glucose-intolerantie met ontstaan of eerste detectie tijdens de
zwangerschap
- Insulineresistentie neemt toe door zwangerschapshormonen
- Bètacellen en pancreas kunnen vraag van insuline niet aan
- Hoger risico op DMT2
, Screening en diagnose:
- Screening tussen de 24-28 weken
- Tweestapsscreeningsstrategie:
o Challengetest (GCT) = glycemiebepaling één uur na inname van 50g glucose
o Orale glucosetolerantietest (OGTT) na pos. challenge test
Risico’s en gevolgen van zwangerschapsdiabetes:
Mogelijke risico’s of complicatie voor de baby
- Hoog geboortegewicht - Respiratoir distress syndroom
- Schouderdystocie - Polycythemie
- Neonatale hypoglycemie - Hypertorfische cardiomyopathie
- Hyperbilirubinemie - Intra-uteriene foetale dood
- Hypocalcemie - Vroeggeboorte
- Verhoogde kans op ontwikkelen van psychomotorische ontwikkelingsstoornissen
- Verhoogde kans op ontwikkelen van diabetes en overgewicht tijden de puberteit
Mogelijke risico’s of complicatie voor de mama:
- Sectio - Polyhydramnios
- Zwangerschap geïnduceerde - Urineweginfectie
hypertensie
- Pre-eclampsie
Behandeling en opvolging tijdens de zwangerschap:
- Voeding en beweging speelt een belangrijke rol
- Voedingsschema
- Dagelijks meten van glycemie
o Nuchtere glycemie
o Postprandiale glycemie
- Insuline opstarten wanneer na 1-2 weken streefwaardes niet worden bereikt:
o Kortwerkende insuline-analogen (novorapid, humalog)
o Langwerkende humane insuline (insulatard, humuline NPH)
o Onvoldoende bewijs antidiabetica
Na de zwangerschap:
- Hoger risico op ontwikkelen DMT2
- Zwangerschapsdiabetes verdwijnt langzaam na bevalling
1.1.6.Prediabetes
- = intermediaire hyperglycemie
- Één- tot tweederde van de mensen met prediabetes ontwikkelt binnen 6 jaar DMT2
1.1.7.Secundaire vormen
- Type 3C
- Eerste 5 jaar na diagnose zal insulinetherapie nodig zijn bij de helft van de personen
- Antidiabetica werken minder goed bij deze groep
- Belangrijk om aandacht te hebben voor voedingssupplementen (vit. D en
pancreasenzymen)