ANESTHESIE
= het ontbreken van gewaarwording, gevoel
Wat?
Onder anesthesie wordt verstaan het kunstmatig teweegbrengen van
pijnloosheid, waarbij tevens alle angst en ongewenste reacties
(reflexbeweging, spierverstijving) worden onderdrukt.
VORMEN VAN ANESTHESIE
• Algemene (narcose) anesthesie
• Sedatie anesthesie
• (Loco-)regionale anesthesie
• Rachi
• Epidurale
• Cse
• Plexus of perifere zenuwblokkade
• Lokale anesthesie
• Hypnose
4 belangrijke medicatie’s ASA
Curare
Hypnotica
Analgetica
Neurovegetatieve stabiliteit
1. Algemene Anesthesie
Anamnese patiënt en voorbereiding
Keuze anesthesievorm en verzamelen van materiaal
Installatie/monitoring van de
sy
o
rc
a
v
g
n
d R
h
ti
p
m
ë
itle
U
O
u
b
z /, patiënt
I:K
x
Inductie: preoxygenatie, intubatie en co installatie
Onderhoud van de narcose en zorgen voor stabiliteit
Uitleiding van de narcose
Recovery en overdracht
Verloop algemene anesthesie
, • Patiënt ligt op de operatietafel in ruglig
• Voorbereiding: De verpleegkundige brengt:
1. Electroden voor monitoring aan
2. Bloeddrukmanchet aan
3. Plethysmograaf aan Een plethysmograaf is een instrument voor het meten
van volumeveranderingen in een orgaan of het hele lichaam (meestal als
gevolg van schommelingen in de hoeveelheid bloed of lucht die het bevat)
verlo o p van d e A . an esth esie
4. Plaats een IV toegangsweg Monitoring
Hypnotica
Preoxygenatie
Inductie Analgetica
Medicatie
Curare
Intubatie
n.v.stabiliteit
Gas/beademing Hemodynamica
Onderhoud
Stabiliteit volume
Antagoneren T°
Uitleiding Zelfstandig AH
a. Inleiding of inductie
Recovery
De patiënt wordt gepreoxygeneerd met 100% O2
De medicatie wordt toegediend: (1 voorbeeld van medicatie kennen, grote
groepen ook)
* Analgeticum vb: Fentanyl
* Anestheticum vb: Diprivan
* Curare (spierontspanner) vb: Nimbex
De ademhaling valt uit en er wordt overgenomen via masker/ballon beademing
Patiënt wordt geïntubeerd => instellen anesthesietoestel: teugvolume,
frequentie, FiO2, …
Larynxmasker-EndoTracheale-tube: fixatie kleefpleister
Ogen: kunsttranen + dichtkleven (beschermen cornea)
b. Het onderhoud c. Uitleiding
Hemodynamiek onder controle houden
• Via de tube of masker krijgt patiënt: Bij het hechten
• O₂ (L/min.) • Het vluchtig vloeibaar anestheticum
• een vluchtig vloeibaar afzetten
anestheticum ( %) • Eventueel de N2O (lachgas) ook
• lucht of N₂O (lachgas) (L/min.) • Het zuurstofdebiet wordt verhoogd
• Eventueel bijgeven van • Spuitenpomp stopgezet
• een analgeticum: Ultiva©, • Indien nodig een antidotum toedienen
Sufenta© • Bij reflexen en spontane ademhaling
• een curare onder aspiratie detuberen
• een IV-anestheticum • Monitoring pijn, BWZ, bloedverlies en
• Bloeddruk verhogende/- vitale parameters op recovery
verlagende medicatie
= het ontbreken van gewaarwording, gevoel
Wat?
Onder anesthesie wordt verstaan het kunstmatig teweegbrengen van
pijnloosheid, waarbij tevens alle angst en ongewenste reacties
(reflexbeweging, spierverstijving) worden onderdrukt.
VORMEN VAN ANESTHESIE
• Algemene (narcose) anesthesie
• Sedatie anesthesie
• (Loco-)regionale anesthesie
• Rachi
• Epidurale
• Cse
• Plexus of perifere zenuwblokkade
• Lokale anesthesie
• Hypnose
4 belangrijke medicatie’s ASA
Curare
Hypnotica
Analgetica
Neurovegetatieve stabiliteit
1. Algemene Anesthesie
Anamnese patiënt en voorbereiding
Keuze anesthesievorm en verzamelen van materiaal
Installatie/monitoring van de
sy
o
rc
a
v
g
n
d R
h
ti
p
m
ë
itle
U
O
u
b
z /, patiënt
I:K
x
Inductie: preoxygenatie, intubatie en co installatie
Onderhoud van de narcose en zorgen voor stabiliteit
Uitleiding van de narcose
Recovery en overdracht
Verloop algemene anesthesie
, • Patiënt ligt op de operatietafel in ruglig
• Voorbereiding: De verpleegkundige brengt:
1. Electroden voor monitoring aan
2. Bloeddrukmanchet aan
3. Plethysmograaf aan Een plethysmograaf is een instrument voor het meten
van volumeveranderingen in een orgaan of het hele lichaam (meestal als
gevolg van schommelingen in de hoeveelheid bloed of lucht die het bevat)
verlo o p van d e A . an esth esie
4. Plaats een IV toegangsweg Monitoring
Hypnotica
Preoxygenatie
Inductie Analgetica
Medicatie
Curare
Intubatie
n.v.stabiliteit
Gas/beademing Hemodynamica
Onderhoud
Stabiliteit volume
Antagoneren T°
Uitleiding Zelfstandig AH
a. Inleiding of inductie
Recovery
De patiënt wordt gepreoxygeneerd met 100% O2
De medicatie wordt toegediend: (1 voorbeeld van medicatie kennen, grote
groepen ook)
* Analgeticum vb: Fentanyl
* Anestheticum vb: Diprivan
* Curare (spierontspanner) vb: Nimbex
De ademhaling valt uit en er wordt overgenomen via masker/ballon beademing
Patiënt wordt geïntubeerd => instellen anesthesietoestel: teugvolume,
frequentie, FiO2, …
Larynxmasker-EndoTracheale-tube: fixatie kleefpleister
Ogen: kunsttranen + dichtkleven (beschermen cornea)
b. Het onderhoud c. Uitleiding
Hemodynamiek onder controle houden
• Via de tube of masker krijgt patiënt: Bij het hechten
• O₂ (L/min.) • Het vluchtig vloeibaar anestheticum
• een vluchtig vloeibaar afzetten
anestheticum ( %) • Eventueel de N2O (lachgas) ook
• lucht of N₂O (lachgas) (L/min.) • Het zuurstofdebiet wordt verhoogd
• Eventueel bijgeven van • Spuitenpomp stopgezet
• een analgeticum: Ultiva©, • Indien nodig een antidotum toedienen
Sufenta© • Bij reflexen en spontane ademhaling
• een curare onder aspiratie detuberen
• een IV-anestheticum • Monitoring pijn, BWZ, bloedverlies en
• Bloeddruk verhogende/- vitale parameters op recovery
verlagende medicatie