Architectuur in Context 1 les 8
De internationale verspreiding van de
“Barok”: de architecturale uitbouw van
het staatsapparaat in Engeland en
Frankrijk in de 17de eeuw
1 Introductie
Uit elk van deze punten blijkt dat de architectuur van de zeventiende eeuw, net als overigens de andere
kunsten, enerzijds neigt naar een ‘moderne’ vorm van zelfstandigheid, als een professionele activiteit
met een duidelijke identiteit, en anderzijds floreert als een instrument voor de uitvoering en
propagering van politieke en religieuze programma’s.
1.1 Absolutisme
- Grotere grondgebieden (Habsburg, Bourbon, Stuart)
- Centraal gezag ipv feodale systeem
- Professionele administratie ipv itinerante hof
o Paleisarchitectuur
o Administrativie complexen en centrale bestuursorganen
o Hoofdstad: doorbreken van omwallingen, rationeel (boulevards, bruggen) en
representatief (cours, pleinen)
1.2 Zelfrepresentatie
- Absolute monarchen (2 lichamen van de koning: goddelijke vertegenwoordiger en belichaming van
de staat)
- Barok: theatrale (wetenschappelijke vooruitgang: toneelmachines, vuurwerk etc.) , kostbare
materialen, uitzonderlijke pracht en praal, symboliek en heraldiek, grootsheid
- Hofadel i.p.v. feodale adel: mecenaat ~ bienséance en commodité
1.3 De professionalisering van de bouwpraktijk
- Modernisering van de beroepsvereniging > Academies
- Centraal geleid kunsten – en wetenschapsbeleid
- Theoretische kennis (absolute, positieve schoonheid cfr. Vitruvius)
- Empirische studie (arbitraire schoonheid cfr. traditie en het genie)
1.4 De internationalisering van de Barok
- Europees
- Nieuwe wereld
- Gemeenschappelijke noemer: dramatische retoriek
- Beeldende referenties (heraldiek, symboliek) > Gesamtkunst
- Grote complexiteit aan basisvormen, compositie en ornamentering
- Eccletisch (Classicisme, Gotiek, vernaculaire, Oosterse invloeden)
- P. Huyssens, F. d’Aguillon, P.P. Rubens, Carolus Borromeuskerk, Antwerpen, 1626
- François Mansart, la Visitation, Paris, 1632
- Swieta Lipka, Jezuiëtenkerk, Polen, 1693
1
, Architectuur in Context 1 les 8
- Domenikus Zimmerman, Wieskirche, Beieren, 1745
2 De zeventiende eeuw in Engeland: the Restoration
2.1 De Babylonische hoer: geografie en godsdienst
- Net zoals de Renaissance vindt de Barok aanvankelijk moeizaam zijn weg naar Engeland:
o Geografisch verwijdert van het continent (Inigo Jones, Grand Tour)
o Anglicaanse kerk = gereformeerde staatskerk met een puriteinse fractie (Henry VIII)
§ Aanklacht tegen geestelijke wanpraktijken
§ Aanklacht tegen kunst en pracht en praal: bijgeloof > geen mecenaat
§ De paus als anti-christ > alle kunst en architectuur uit “Rome” is paaps en
verderfelijk
§ Barok ~ Contrareformatorische propaganda (Jezuïetenstijl) > gevaarlijk
2.2 1666: City-churches, auditoria voor het geloof
Sir Chirstopher Wren
- 1632 – 1723
- Oxford
- Astronomie, anatomie, geometer, wiskundige en fysicus
- Stichtend lid van Royal Society
- Sheldonian theatre, Oxford > eerste en grootste zelfdragende vlakke dak
- Surveyor of the King’s Works
- Christopher Wren, plan voor de heropbouw van London, 1666
o Puriteinse eenvoud (doorgedreven classicisme), Anglicaanse monumentaliteit
(torenspits), Barok vormen (ovaal, curve, koepel)
- Christopher Wren, St. Stephen Walbrook, London, ca 1670
o Anglicaans
§ Nadruk op altaar met geboden, Mozes en Aaron
§ Wapens van de monarchie
§ Preekstoel
§ Open ruimte: belang van zicht en akoestiek
§ Eenvoudig doch monumentaal: koepel met cassetten, lichtinval, klassieke
vormentaal
- Christopher Wren, St. Paul’s Cathedral, London, 1675
o Afgekeurd wegens te paaps
o Vooruitspringend tempelfront op 2 verdiepingen, geflankeerd door twee massieve torens
bekroond met in- uitzwenkende aediculae, koepel met lantaarn op de viering. Alle
vieringsarmen (Grieks kruis) monden uit in een portico Gestapelde pilaster- zuilenordes
geleden de traveeën van de gevel, een doorlopend entablement zorgt voor eenheid van
het volume
o Doorsnede van St. Paul’s London en St. Pieters Rome ter hoogte van transept Koepel St.
Paul’s bestaat eigenlijk uit 3 koepels: buitenkoepel, koepel van de viering en de konische
koepel die uitmondt in de lantaarn > kleinere overspanning, minder hoogte en toch
maximaal monumentaal effect
2
De internationale verspreiding van de
“Barok”: de architecturale uitbouw van
het staatsapparaat in Engeland en
Frankrijk in de 17de eeuw
1 Introductie
Uit elk van deze punten blijkt dat de architectuur van de zeventiende eeuw, net als overigens de andere
kunsten, enerzijds neigt naar een ‘moderne’ vorm van zelfstandigheid, als een professionele activiteit
met een duidelijke identiteit, en anderzijds floreert als een instrument voor de uitvoering en
propagering van politieke en religieuze programma’s.
1.1 Absolutisme
- Grotere grondgebieden (Habsburg, Bourbon, Stuart)
- Centraal gezag ipv feodale systeem
- Professionele administratie ipv itinerante hof
o Paleisarchitectuur
o Administrativie complexen en centrale bestuursorganen
o Hoofdstad: doorbreken van omwallingen, rationeel (boulevards, bruggen) en
representatief (cours, pleinen)
1.2 Zelfrepresentatie
- Absolute monarchen (2 lichamen van de koning: goddelijke vertegenwoordiger en belichaming van
de staat)
- Barok: theatrale (wetenschappelijke vooruitgang: toneelmachines, vuurwerk etc.) , kostbare
materialen, uitzonderlijke pracht en praal, symboliek en heraldiek, grootsheid
- Hofadel i.p.v. feodale adel: mecenaat ~ bienséance en commodité
1.3 De professionalisering van de bouwpraktijk
- Modernisering van de beroepsvereniging > Academies
- Centraal geleid kunsten – en wetenschapsbeleid
- Theoretische kennis (absolute, positieve schoonheid cfr. Vitruvius)
- Empirische studie (arbitraire schoonheid cfr. traditie en het genie)
1.4 De internationalisering van de Barok
- Europees
- Nieuwe wereld
- Gemeenschappelijke noemer: dramatische retoriek
- Beeldende referenties (heraldiek, symboliek) > Gesamtkunst
- Grote complexiteit aan basisvormen, compositie en ornamentering
- Eccletisch (Classicisme, Gotiek, vernaculaire, Oosterse invloeden)
- P. Huyssens, F. d’Aguillon, P.P. Rubens, Carolus Borromeuskerk, Antwerpen, 1626
- François Mansart, la Visitation, Paris, 1632
- Swieta Lipka, Jezuiëtenkerk, Polen, 1693
1
, Architectuur in Context 1 les 8
- Domenikus Zimmerman, Wieskirche, Beieren, 1745
2 De zeventiende eeuw in Engeland: the Restoration
2.1 De Babylonische hoer: geografie en godsdienst
- Net zoals de Renaissance vindt de Barok aanvankelijk moeizaam zijn weg naar Engeland:
o Geografisch verwijdert van het continent (Inigo Jones, Grand Tour)
o Anglicaanse kerk = gereformeerde staatskerk met een puriteinse fractie (Henry VIII)
§ Aanklacht tegen geestelijke wanpraktijken
§ Aanklacht tegen kunst en pracht en praal: bijgeloof > geen mecenaat
§ De paus als anti-christ > alle kunst en architectuur uit “Rome” is paaps en
verderfelijk
§ Barok ~ Contrareformatorische propaganda (Jezuïetenstijl) > gevaarlijk
2.2 1666: City-churches, auditoria voor het geloof
Sir Chirstopher Wren
- 1632 – 1723
- Oxford
- Astronomie, anatomie, geometer, wiskundige en fysicus
- Stichtend lid van Royal Society
- Sheldonian theatre, Oxford > eerste en grootste zelfdragende vlakke dak
- Surveyor of the King’s Works
- Christopher Wren, plan voor de heropbouw van London, 1666
o Puriteinse eenvoud (doorgedreven classicisme), Anglicaanse monumentaliteit
(torenspits), Barok vormen (ovaal, curve, koepel)
- Christopher Wren, St. Stephen Walbrook, London, ca 1670
o Anglicaans
§ Nadruk op altaar met geboden, Mozes en Aaron
§ Wapens van de monarchie
§ Preekstoel
§ Open ruimte: belang van zicht en akoestiek
§ Eenvoudig doch monumentaal: koepel met cassetten, lichtinval, klassieke
vormentaal
- Christopher Wren, St. Paul’s Cathedral, London, 1675
o Afgekeurd wegens te paaps
o Vooruitspringend tempelfront op 2 verdiepingen, geflankeerd door twee massieve torens
bekroond met in- uitzwenkende aediculae, koepel met lantaarn op de viering. Alle
vieringsarmen (Grieks kruis) monden uit in een portico Gestapelde pilaster- zuilenordes
geleden de traveeën van de gevel, een doorlopend entablement zorgt voor eenheid van
het volume
o Doorsnede van St. Paul’s London en St. Pieters Rome ter hoogte van transept Koepel St.
Paul’s bestaat eigenlijk uit 3 koepels: buitenkoepel, koepel van de viering en de konische
koepel die uitmondt in de lantaarn > kleinere overspanning, minder hoogte en toch
maximaal monumentaal effect
2