Recht
Deel 1: Inleiding
Hoofdstuk 1: Defnitie van het begrip recht
- Het recht is een geheel van regels, opgesteld door de samenleving,
waardoor de belangen van de enkelingen die in de gemeenschap leven,
geordend worden, door middel van sociale dwang.
- Voorbeeld in traditioneel samenlevingsmodel:
Gacaca-rechtbanken: “Recht op het gras”. Is een soort van
volksrechtbank. Indien probleem zich stelt: men gaat alle inwoners
van een dorp samenbrengen om te beslissen hoe ze een probleem
gaan aanpakken. Hebben belangrijke rol gespeeld bij bestrafng
daders genocide in Rwanda.
Dit is vergelijkbaar met de jury in Hof van Assisen (enkel zwaarste
misdaden).
Een geheel van regels
- Zowel geschreven als ongeschreven.
- Lopende zaken: Op het ogenblik dat er geen controle meer is van
parlement, mag de regering niet doen wat ze willen: Regering mag dan
enkel de meest dringende zaken en de minst belangrijke zaken
behandelen.
- Heeft te maken met de scheiding der machten.
Naar idee van Montesquieu.
Uitvoerende macht: Regering. Voeren de wetten uit.
Wetgevende macht: Parlement. Zij die de wetten maken.
Rechterlijke macht: Alle rechtbanken.
Bestaat uit twee taken:
Iedereen heeft zijn eigen bevoegdheid.
Maar ook elke macht controleert de andere machten (=
controlesysteem). Zo blijft dit in evenwicht. -> Parlement
(WM) controleert Regering (UM).
- Tijdens verkiezingen wordt parlement aantal weken ontbonden. Hierbij
valt de controle van het parlement naar de regering toe weg. In deze
periode, wanneer het parlement “dicht” is, mag de regering enkel dus
‘lopende zaken’ behandelen.
Voorbeeld: verlengen crisismaatregelen was toen belangrijk en is
dus behandeld geweest. Sturen van militairen naar buitenland
moest gecontroleerd worden door parlement en werd daarom in die
periode niet uitgevoerd.
Raad van State: tweede hoogste rechtbank. Indien regering toch
beslissing genomen heeft over lopende zaak maar Raad van State
vindt dat dit te ver gaat en ze hier geen uitspraak over mogen doen
kan de Raad van State die uitspraak vernietigen.
Opgesteld door de samenleving
- Indirecte democratie: we maken niet samen de regels voor de
samenleving, maar duiden mensen aan die dit in onze naam doen. (In
, Zwitserland in bepaalde deelgebieden bestaat er een vorm van directe
democratie; burgers maken zelf wetten).
- Omdat recht uit de samenleving komt is het een weerspiegeling van wat
leeft binnen de samenleving.
Gevolg: recht is wijzigbaar.
Voorbeeld, Voorwaardelijke vrijlating:
Iemand kan uit de gevangenis komen voor de straf is uitgezeten.
Wet Lejeune: Gedetineerde heeft 1/3de uitgezeten, dan komt hij in
aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating.
Maar Michelle Martin 30 jaar gevangenisstraf, maar kwam na 10
jaar al vrij. België in rep en roer omdat mensen zoals dit geen
voorwaardelijke vrijlating zouden mogen krijgen.
Michelle krijgt haar eigen wet, waarbij de voorwaarden voor
vrijlating verstrengd werden als gevolg van maatschappelijke
woede.
Voorbeeld, abortus: in 1990 stond dit in de strafwet. Abortus mocht
maar onder bepaalde redenen. 2018: abortus is uit het strafrecht
gehaald en valt nu onder een afzonderlijke regeling.
Voorbeeld, euthanasie: er zijn maar 3 landen waar dit mag,
waaronder België. Euthanasiewetgeving is nu van kracht in België,
sinds 2002.
- Juridisering van de samenleving: hoe groter de samenleving en hoe
ingewikkelder de maatschappij, hoe meer rechtsregels er zijn.
Voorbeeld, kunstmatige voortplanting.
Moest beter geregeld worden, vb leeftijdsgrenzen: max.
leeftijd om op deze manier te bevallen is 48 jaar.
Voorbeeld, internetcriminaliteit. Dit bestond vroeger niet,
strafwetboek ontstond namelijk in 1867. Dit stond er dus
vroeger nog niet in.
- Alle wijzigingen van wetten komen in het Belgisch Staatsblad. Telt elk jaar
meer dan 100 000 pagina’s. Staat online.
Afdwingbaarheid van recht
- Dit is essentieel. Om efectief te zijn moet de naleving van regels
afgedwongen worden.
- Dit kan bijvoorbeeld gaan om:
Een verbod (vb verbod om na een bepaald uur op straat te komen).
Een gebod (bevel om wel of iets niet te doen, vb achterstallige huur
betalen).
Schadevergoeding.
, Straf bij misdrijf (overheid bepaalt hierbij de strafen)
- Dit verschilt met morele, conventionele (voorbeeld: eten met vork) en
religieuze (VB moeten bidden voor het eten) regels. Deze zijn namelijk niet
afdwingbaar, hoewel morele regels vaak aan de grondslag liggen van het
recht. Als je deze regels “overtreedt”, kan je niet voor de rechtbank
worden gebracht.
- Recht beoogt ook geen rechtvaardigheid, wel objectiviteit en
rechtszekerheid.
Voorbeeld: verblijfsregeling na echtscheiding.
Gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling; het kind zou bij elke ouder
evenveel tijd moeten doorbrengen. Dit is een objectieve regeling
omdat er niet wordt gekeken naar de vader of moeder apart, er
wordt gewoon gezegd dat beide ouders evenveel recht hebben op
tijd met hun kind.
Voorbeeld: verjaring van een misdrijf.
Indien de termijn verstrijkt om een zaak voor te leggen aan de
rechtbank, kan de rechtbank de zaak niet meer behandelen. Dit om
objectiviteit en rechtszekerheid te waarborgen: indien er lange tijd
verstrijkt kan de zekerheid van bewijs verdwijnen. Dit is echter niet
per sé rechtvaardig voor het slachtofer.
Hoofdstuk 2: enkele belangrijke begrippen binnen de algemene context
van recht
Rechtssubject en rechtsobject
- Rechtssubject: een persoon of groep van personen die subjectieve rechten
en plichten heeft. Het kan daarbij gaan om een natuurlijk persoon (iemand
zoals u of ik; een ‘mens’) of om een rechtspersoon (dit is een fctief,
juridisch persoon met rechten en plichten, bijv. een vzw, een bvba of een
nv).
Natuurlijk persoon = mens.
Rechtspersoon (= fctief persoon). -> vzw, bvba, nv, ...
- Belang van dit verschil:
Rechtspersoon kan niet genieten zoals een natuurlijk person
Rechtspersoon kan niet alle misdrijven plegen bv. Verkrachten
Rechtspersoon kan niet elke straf krijgen bv. celstraf
- Rechtsobject: zaak waarop rechtsregels betrekking hebben (voorbeeld:
een huis).
Genotsbekwaam en handelingsbekwaam
- Genotsbekwaam: een rechtssubject is bekwaam om rechten te genieten.
Voorbeeld: een baby heeft recht op eigendom.
- Handelingsbekwaam: de meeste rechtssubjecten zijn ook
handelingsbekwaam: zij zijn geschikt om via het stellen van handelingen
hun rechten uit te oefenen.
- Rechten uitoefenen via stellen van handelingen.
Beperkt op grond van de wet (voorbeeld minderjarigen).
, Beperkt op grond van rechterlijke beslissingen (voorbeeld: mensen
met mentale beperking die niet in staat zijn om bepaalde juridische
beslissingen te nemen)
Rechtshandelingen en rechtsfeiten
- Rechtsfeit: feit waaraan het objectief recht een rechtsgevolg koppelt.
Erfrecht, Burgerlijk Wetboek
Voorbeeld overlijden. Het openvallen van de erfenis,
waardoor de erfgenamen recht hebben op die erfenis. Er
gebeurt dus een sterfgeval en daaraan worden bepaalde
handelingen/gevolgen gekoppeld.
Aansprakelijkheid, Burgerlijk Wetboek
Schadevergoeding betalen als je in fout bent bij een ongeval.
Er gebeurde iets en daar wordt een gevolg aan gekoppeld.
Ongewilde rechtsgevolgen.
- Rechtshandeling: handeling die wordt verricht met het oog op het tot
stand brengen van juridische gevolgen. De handeling wordt dus verricht
opdat deze juridische gevolgen zouden ontstaan.
Huurrecht, Burgerlijk Wetboek.
Voorbeeld huurcontract. Huurder en verhuurder gaan een
contract aan en hebben hierbij beide rechten en plichten.
Door een huurcontract af te sluiten verrichten ze een
handeling waardoor een juridische handeling is ontstaan.
Gewilde rechtsgevolgen.
Hoofdstuk 2: Enkele belangrijke begrippen binnen de algemene
context van het recht
Rechtssubject en rechtsobject
- Rechtssubject: persoon of groep van personen die subjectieve rechten en
plichten hebben. Dit kan een natuurlijk persoon (mens) zijn of een
rechtspersoon (vzw, nv, bvba, …).
Belang van onderscheid tussen deze twee:
Rechtspersoon heeft niet alle rechten.
Rechtspersoon kan niet alle misdrijven plegen (vb.:
verkrachten).
Rechtspersoon kan niet elke straf krijgen (vb.: celstraf).
- Rechtsobject: zaken waarop rechtsregels betrekking hebben (vb.: een
huis).
Deel 1: Inleiding
Hoofdstuk 1: Defnitie van het begrip recht
- Het recht is een geheel van regels, opgesteld door de samenleving,
waardoor de belangen van de enkelingen die in de gemeenschap leven,
geordend worden, door middel van sociale dwang.
- Voorbeeld in traditioneel samenlevingsmodel:
Gacaca-rechtbanken: “Recht op het gras”. Is een soort van
volksrechtbank. Indien probleem zich stelt: men gaat alle inwoners
van een dorp samenbrengen om te beslissen hoe ze een probleem
gaan aanpakken. Hebben belangrijke rol gespeeld bij bestrafng
daders genocide in Rwanda.
Dit is vergelijkbaar met de jury in Hof van Assisen (enkel zwaarste
misdaden).
Een geheel van regels
- Zowel geschreven als ongeschreven.
- Lopende zaken: Op het ogenblik dat er geen controle meer is van
parlement, mag de regering niet doen wat ze willen: Regering mag dan
enkel de meest dringende zaken en de minst belangrijke zaken
behandelen.
- Heeft te maken met de scheiding der machten.
Naar idee van Montesquieu.
Uitvoerende macht: Regering. Voeren de wetten uit.
Wetgevende macht: Parlement. Zij die de wetten maken.
Rechterlijke macht: Alle rechtbanken.
Bestaat uit twee taken:
Iedereen heeft zijn eigen bevoegdheid.
Maar ook elke macht controleert de andere machten (=
controlesysteem). Zo blijft dit in evenwicht. -> Parlement
(WM) controleert Regering (UM).
- Tijdens verkiezingen wordt parlement aantal weken ontbonden. Hierbij
valt de controle van het parlement naar de regering toe weg. In deze
periode, wanneer het parlement “dicht” is, mag de regering enkel dus
‘lopende zaken’ behandelen.
Voorbeeld: verlengen crisismaatregelen was toen belangrijk en is
dus behandeld geweest. Sturen van militairen naar buitenland
moest gecontroleerd worden door parlement en werd daarom in die
periode niet uitgevoerd.
Raad van State: tweede hoogste rechtbank. Indien regering toch
beslissing genomen heeft over lopende zaak maar Raad van State
vindt dat dit te ver gaat en ze hier geen uitspraak over mogen doen
kan de Raad van State die uitspraak vernietigen.
Opgesteld door de samenleving
- Indirecte democratie: we maken niet samen de regels voor de
samenleving, maar duiden mensen aan die dit in onze naam doen. (In
, Zwitserland in bepaalde deelgebieden bestaat er een vorm van directe
democratie; burgers maken zelf wetten).
- Omdat recht uit de samenleving komt is het een weerspiegeling van wat
leeft binnen de samenleving.
Gevolg: recht is wijzigbaar.
Voorbeeld, Voorwaardelijke vrijlating:
Iemand kan uit de gevangenis komen voor de straf is uitgezeten.
Wet Lejeune: Gedetineerde heeft 1/3de uitgezeten, dan komt hij in
aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating.
Maar Michelle Martin 30 jaar gevangenisstraf, maar kwam na 10
jaar al vrij. België in rep en roer omdat mensen zoals dit geen
voorwaardelijke vrijlating zouden mogen krijgen.
Michelle krijgt haar eigen wet, waarbij de voorwaarden voor
vrijlating verstrengd werden als gevolg van maatschappelijke
woede.
Voorbeeld, abortus: in 1990 stond dit in de strafwet. Abortus mocht
maar onder bepaalde redenen. 2018: abortus is uit het strafrecht
gehaald en valt nu onder een afzonderlijke regeling.
Voorbeeld, euthanasie: er zijn maar 3 landen waar dit mag,
waaronder België. Euthanasiewetgeving is nu van kracht in België,
sinds 2002.
- Juridisering van de samenleving: hoe groter de samenleving en hoe
ingewikkelder de maatschappij, hoe meer rechtsregels er zijn.
Voorbeeld, kunstmatige voortplanting.
Moest beter geregeld worden, vb leeftijdsgrenzen: max.
leeftijd om op deze manier te bevallen is 48 jaar.
Voorbeeld, internetcriminaliteit. Dit bestond vroeger niet,
strafwetboek ontstond namelijk in 1867. Dit stond er dus
vroeger nog niet in.
- Alle wijzigingen van wetten komen in het Belgisch Staatsblad. Telt elk jaar
meer dan 100 000 pagina’s. Staat online.
Afdwingbaarheid van recht
- Dit is essentieel. Om efectief te zijn moet de naleving van regels
afgedwongen worden.
- Dit kan bijvoorbeeld gaan om:
Een verbod (vb verbod om na een bepaald uur op straat te komen).
Een gebod (bevel om wel of iets niet te doen, vb achterstallige huur
betalen).
Schadevergoeding.
, Straf bij misdrijf (overheid bepaalt hierbij de strafen)
- Dit verschilt met morele, conventionele (voorbeeld: eten met vork) en
religieuze (VB moeten bidden voor het eten) regels. Deze zijn namelijk niet
afdwingbaar, hoewel morele regels vaak aan de grondslag liggen van het
recht. Als je deze regels “overtreedt”, kan je niet voor de rechtbank
worden gebracht.
- Recht beoogt ook geen rechtvaardigheid, wel objectiviteit en
rechtszekerheid.
Voorbeeld: verblijfsregeling na echtscheiding.
Gelijkmatig verdeelde verblijfsregeling; het kind zou bij elke ouder
evenveel tijd moeten doorbrengen. Dit is een objectieve regeling
omdat er niet wordt gekeken naar de vader of moeder apart, er
wordt gewoon gezegd dat beide ouders evenveel recht hebben op
tijd met hun kind.
Voorbeeld: verjaring van een misdrijf.
Indien de termijn verstrijkt om een zaak voor te leggen aan de
rechtbank, kan de rechtbank de zaak niet meer behandelen. Dit om
objectiviteit en rechtszekerheid te waarborgen: indien er lange tijd
verstrijkt kan de zekerheid van bewijs verdwijnen. Dit is echter niet
per sé rechtvaardig voor het slachtofer.
Hoofdstuk 2: enkele belangrijke begrippen binnen de algemene context
van recht
Rechtssubject en rechtsobject
- Rechtssubject: een persoon of groep van personen die subjectieve rechten
en plichten heeft. Het kan daarbij gaan om een natuurlijk persoon (iemand
zoals u of ik; een ‘mens’) of om een rechtspersoon (dit is een fctief,
juridisch persoon met rechten en plichten, bijv. een vzw, een bvba of een
nv).
Natuurlijk persoon = mens.
Rechtspersoon (= fctief persoon). -> vzw, bvba, nv, ...
- Belang van dit verschil:
Rechtspersoon kan niet genieten zoals een natuurlijk person
Rechtspersoon kan niet alle misdrijven plegen bv. Verkrachten
Rechtspersoon kan niet elke straf krijgen bv. celstraf
- Rechtsobject: zaak waarop rechtsregels betrekking hebben (voorbeeld:
een huis).
Genotsbekwaam en handelingsbekwaam
- Genotsbekwaam: een rechtssubject is bekwaam om rechten te genieten.
Voorbeeld: een baby heeft recht op eigendom.
- Handelingsbekwaam: de meeste rechtssubjecten zijn ook
handelingsbekwaam: zij zijn geschikt om via het stellen van handelingen
hun rechten uit te oefenen.
- Rechten uitoefenen via stellen van handelingen.
Beperkt op grond van de wet (voorbeeld minderjarigen).
, Beperkt op grond van rechterlijke beslissingen (voorbeeld: mensen
met mentale beperking die niet in staat zijn om bepaalde juridische
beslissingen te nemen)
Rechtshandelingen en rechtsfeiten
- Rechtsfeit: feit waaraan het objectief recht een rechtsgevolg koppelt.
Erfrecht, Burgerlijk Wetboek
Voorbeeld overlijden. Het openvallen van de erfenis,
waardoor de erfgenamen recht hebben op die erfenis. Er
gebeurt dus een sterfgeval en daaraan worden bepaalde
handelingen/gevolgen gekoppeld.
Aansprakelijkheid, Burgerlijk Wetboek
Schadevergoeding betalen als je in fout bent bij een ongeval.
Er gebeurde iets en daar wordt een gevolg aan gekoppeld.
Ongewilde rechtsgevolgen.
- Rechtshandeling: handeling die wordt verricht met het oog op het tot
stand brengen van juridische gevolgen. De handeling wordt dus verricht
opdat deze juridische gevolgen zouden ontstaan.
Huurrecht, Burgerlijk Wetboek.
Voorbeeld huurcontract. Huurder en verhuurder gaan een
contract aan en hebben hierbij beide rechten en plichten.
Door een huurcontract af te sluiten verrichten ze een
handeling waardoor een juridische handeling is ontstaan.
Gewilde rechtsgevolgen.
Hoofdstuk 2: Enkele belangrijke begrippen binnen de algemene
context van het recht
Rechtssubject en rechtsobject
- Rechtssubject: persoon of groep van personen die subjectieve rechten en
plichten hebben. Dit kan een natuurlijk persoon (mens) zijn of een
rechtspersoon (vzw, nv, bvba, …).
Belang van onderscheid tussen deze twee:
Rechtspersoon heeft niet alle rechten.
Rechtspersoon kan niet alle misdrijven plegen (vb.:
verkrachten).
Rechtspersoon kan niet elke straf krijgen (vb.: celstraf).
- Rechtsobject: zaken waarop rechtsregels betrekking hebben (vb.: een
huis).