dinsdag 15 mei 2018
DEEL I: BIOLOGIE
De eukaryote cel: bouw en functie celorganellen
Onderscheid tussen plantaardige en dierlijke cellen
PROKARYOOT
- Geen celkern
- vb: bacterie (heeft geen echte kern, DNA ligt los
in het cytoplasma
EUKARYOOT
- wel celkern
- vb: planten en dieren
planten Dieren
Hebben een celwand Geen celwand
Grote vacuole Alleen kleine vacuoles
Hebben chloroplasten Geen chloroplasten
Functies van celorganellen
CYTOSOL OF CELMATRIX
= cytoplasma
- Bestaat uit celorganellen en cytosol
- Vooral water en elektrolyten, eiwitten, AZ, suikers…
- Bestaat uit een dubbele lipidenlaag met
proteïnen en suikers en cholersterol
- FUNCTIE:
- Transport
- Lipidensynthese en eiwitenmetabolisme
- Turgordruk voor de celvorm
- Elasticiteit en rigiditeit
1
, dinsdag 15 mei 2018
DE NUCLEUS (KERN)
- bevat het genetische materiaal in de vorm van
chromosomen
- Is omgeven door een nucleaire enveloppe en
ondersteund door nucleaire lamina
- Nucleaire poriën voor passage eiwitten (in) en
RNA (uit)
- Plaats waar synthese van ribosomaal RNA en
rRNA eiwitcomplexen plaats vindt
- FUNCTIE:
- Belang voor de erfelijkheid en opslag erfelijk materiaal
- Proteïnesynthese door aanmaak van mRNA en rRNA
- Controle op eiwitsynthese
RIBOSOMEN
- Verantwoordelijk voor eiwitsynthese
- Bestaan uit RNA en eiwitten
- Bevindt zich in cytoplasma, soms gebonden aan RER
- Opgebouwd uit twee subeenheden (grote en een kleine)
ENDOPLASMATISCHE RETICULUM (ER)
- vormt driedimensionale netwerk van grote afgeplatte zakken (cisternae)
- Eiwitten worden hier gevormd via de ribosomen
- Met ribosomen: RER
- Zonder ribosomen: SER of GER (aanmaak van membranen)
- FUNCTIES RER:
- Aanhechten ribosomen
- Continu met membraan van nucleus
- Synthese van eiwitten voor secretie verder gezonden naar lyosoom of
plasmamembraan
- FUNCTIES GER:
- Synthese membraanlipiden
- Calciumopslag
- Metabolisme van suikers
- Detoxificatie van vreemde substanties
2
, dinsdag 15 mei 2018
GOLGI-APPARAAT
- Verpakkingsmachine van de cel
- Platte structuren van verbonden membranen
- Voorkant = cis-zijde
- Achterkant = trans-zijde
- FUNCTIE:
- Verpakking en distributie van materiaal naar
verschillende delen van de cel
- Post-trantionele modificaties vb: plaatsen
suikergroepen op enzymen (glycosylatie)
- Vetmembraancomponenten synthetiseren
LYSOSOMEN
- Vesikels, bevatten digestieve enzymen om organische stoffen af te breken
- Macromoleculen
- Viruspartikels
- Lage pH door protonenpomp, nodig om te functioneren, anders zullen de
lysozymen bij het vrijkomen afgebroken worden in hogere pH
- Endosoom= partikel via endocytose opgenomen in de cel (cis-versmelting)
- Als dit versmelt met lysosoom = endolysosoom en er treedt verzuring op (trans-
versmelting)
- Worden geproduceerd in GA
- Lysosomale stapelingsziekten: opstapelen van lysosomen in de cel —> verstoren
celfunctie vb: Tay-Sachs-disease en I-cel-disease
VACUOLEN
- Alleen bij plantencellen
- Contractionele vacuolen en opslagvacuolen (ook bij dieren)
- Omgeven door een membraan = tonoplast
- FUNCTIE:
- Opslag van water en reservemoleculen
- Afbraak macromoleculen
- Celdruk in stand houden door turgordruk
(osmotische balans)
3
, dinsdag 15 mei 2018
MITOCHONDRIA
- Bevatten dubbele fosfolipidenlaag, komt doordat het zou geëndocyteerd zijn in
vroegere evolutie, ook veel auto-immuunziektes hiertegen
- De binnenste membraan is opgeplooid in cisternae
- De ruimte ertussen is de intermembranaire
ruimte
- FUNCTIE:
- Bevatten enzymen voor energie uit
macromolecules om te zetten in ATP
- Bezitten eigen DNA, wel afhankelijk voor de
aanmaak van eiwitten van DNA in de
celkern (=semi-autonoom)
- Cytochromen in cytoplasma —> apoptose
CHLOROPLASTEN
- Bezitten twee membranen
- De zakjes en schijfjes binnenin = thylakoïden
- Een stapeltje hiervan = Granum
- FUNCTIE:
- In de grana vindt fotosynthese plaats, ATP
gevormd en CO2 uitgegeven
CYTOSKELET
- FUNCTIE:
- Netwerk van eiwitvezels dat celvorm onderhoudt
- Celorganellen op hun plaats houden en bewegen van materiaal in de cel
I. Actine filamenten
- Belangrijk voor contractie en pinching van de cel
II. Microtubuli
- Belangrijk voor beweging en organisatie van de cel, gevormd vanuit centriolen
III. Intermediaire filamenten
- Verzorgen structurele stabiliteit
- vb: keratine, vimentine, neurofilament
4
DEEL I: BIOLOGIE
De eukaryote cel: bouw en functie celorganellen
Onderscheid tussen plantaardige en dierlijke cellen
PROKARYOOT
- Geen celkern
- vb: bacterie (heeft geen echte kern, DNA ligt los
in het cytoplasma
EUKARYOOT
- wel celkern
- vb: planten en dieren
planten Dieren
Hebben een celwand Geen celwand
Grote vacuole Alleen kleine vacuoles
Hebben chloroplasten Geen chloroplasten
Functies van celorganellen
CYTOSOL OF CELMATRIX
= cytoplasma
- Bestaat uit celorganellen en cytosol
- Vooral water en elektrolyten, eiwitten, AZ, suikers…
- Bestaat uit een dubbele lipidenlaag met
proteïnen en suikers en cholersterol
- FUNCTIE:
- Transport
- Lipidensynthese en eiwitenmetabolisme
- Turgordruk voor de celvorm
- Elasticiteit en rigiditeit
1
, dinsdag 15 mei 2018
DE NUCLEUS (KERN)
- bevat het genetische materiaal in de vorm van
chromosomen
- Is omgeven door een nucleaire enveloppe en
ondersteund door nucleaire lamina
- Nucleaire poriën voor passage eiwitten (in) en
RNA (uit)
- Plaats waar synthese van ribosomaal RNA en
rRNA eiwitcomplexen plaats vindt
- FUNCTIE:
- Belang voor de erfelijkheid en opslag erfelijk materiaal
- Proteïnesynthese door aanmaak van mRNA en rRNA
- Controle op eiwitsynthese
RIBOSOMEN
- Verantwoordelijk voor eiwitsynthese
- Bestaan uit RNA en eiwitten
- Bevindt zich in cytoplasma, soms gebonden aan RER
- Opgebouwd uit twee subeenheden (grote en een kleine)
ENDOPLASMATISCHE RETICULUM (ER)
- vormt driedimensionale netwerk van grote afgeplatte zakken (cisternae)
- Eiwitten worden hier gevormd via de ribosomen
- Met ribosomen: RER
- Zonder ribosomen: SER of GER (aanmaak van membranen)
- FUNCTIES RER:
- Aanhechten ribosomen
- Continu met membraan van nucleus
- Synthese van eiwitten voor secretie verder gezonden naar lyosoom of
plasmamembraan
- FUNCTIES GER:
- Synthese membraanlipiden
- Calciumopslag
- Metabolisme van suikers
- Detoxificatie van vreemde substanties
2
, dinsdag 15 mei 2018
GOLGI-APPARAAT
- Verpakkingsmachine van de cel
- Platte structuren van verbonden membranen
- Voorkant = cis-zijde
- Achterkant = trans-zijde
- FUNCTIE:
- Verpakking en distributie van materiaal naar
verschillende delen van de cel
- Post-trantionele modificaties vb: plaatsen
suikergroepen op enzymen (glycosylatie)
- Vetmembraancomponenten synthetiseren
LYSOSOMEN
- Vesikels, bevatten digestieve enzymen om organische stoffen af te breken
- Macromoleculen
- Viruspartikels
- Lage pH door protonenpomp, nodig om te functioneren, anders zullen de
lysozymen bij het vrijkomen afgebroken worden in hogere pH
- Endosoom= partikel via endocytose opgenomen in de cel (cis-versmelting)
- Als dit versmelt met lysosoom = endolysosoom en er treedt verzuring op (trans-
versmelting)
- Worden geproduceerd in GA
- Lysosomale stapelingsziekten: opstapelen van lysosomen in de cel —> verstoren
celfunctie vb: Tay-Sachs-disease en I-cel-disease
VACUOLEN
- Alleen bij plantencellen
- Contractionele vacuolen en opslagvacuolen (ook bij dieren)
- Omgeven door een membraan = tonoplast
- FUNCTIE:
- Opslag van water en reservemoleculen
- Afbraak macromoleculen
- Celdruk in stand houden door turgordruk
(osmotische balans)
3
, dinsdag 15 mei 2018
MITOCHONDRIA
- Bevatten dubbele fosfolipidenlaag, komt doordat het zou geëndocyteerd zijn in
vroegere evolutie, ook veel auto-immuunziektes hiertegen
- De binnenste membraan is opgeplooid in cisternae
- De ruimte ertussen is de intermembranaire
ruimte
- FUNCTIE:
- Bevatten enzymen voor energie uit
macromolecules om te zetten in ATP
- Bezitten eigen DNA, wel afhankelijk voor de
aanmaak van eiwitten van DNA in de
celkern (=semi-autonoom)
- Cytochromen in cytoplasma —> apoptose
CHLOROPLASTEN
- Bezitten twee membranen
- De zakjes en schijfjes binnenin = thylakoïden
- Een stapeltje hiervan = Granum
- FUNCTIE:
- In de grana vindt fotosynthese plaats, ATP
gevormd en CO2 uitgegeven
CYTOSKELET
- FUNCTIE:
- Netwerk van eiwitvezels dat celvorm onderhoudt
- Celorganellen op hun plaats houden en bewegen van materiaal in de cel
I. Actine filamenten
- Belangrijk voor contractie en pinching van de cel
II. Microtubuli
- Belangrijk voor beweging en organisatie van de cel, gevormd vanuit centriolen
III. Intermediaire filamenten
- Verzorgen structurele stabiliteit
- vb: keratine, vimentine, neurofilament
4