van neuronen
Neuronen
We hebben heel veel neuronen. Het zenuwstelsel wordt dan ook in twee grote groepen verdeeld. De
eerste groep zijn de afferente neuronen, deze gaan van de perifeer en geven informate door aan de
hersenen. Doordat er heel veel informate naar de hersenen komen, moeten er flters gevormd
worden om alle informate te flteren. Deze flters zorgen ervoor dat de informate niet tot in het
brein komt of dat het brein niet reageert op binnenkomend informate. Deze informate is informate
die geen bedreiging vormt voor de homeostase van het lichaam. Deze input kan visueel, auditef,
tactek, propriosensorisch,… zijn.
De tweede groep zijn de efferente neuronen, deze brengen informate door van de hersenen tot aan
de periferie. De eferente neuronen worden nog onderverdeeld in het autonome zenuwstelsel
(onbewuste) en het somatsch-motorische zenuwstelsel (bewust).
Neuronen bestaan uit dendrieten waarin de sensorische functe zt, en dus het input signaal. In de
celkern en het cellichaam wordt het signaal geïntegreerd om vervolgens langs het snelle axonaal
getransporteerd te worden tot de presynaptsche neuron, via de synaptsche spleet, tot het
postsynaptsche neuron.
Neuronen communiceren via elektrische en chemische signalen. Het is de celkern die het
golgicomplex aangeef om peptden te synthetseren en in te pakken. Ze worden dan zo via het snelle
axonaal transport getransporteerd en worden via exocytose in de synaptsche spleet afgegeven. De
peptden in de vesikels zijn neurotransmiters, deze worden dan door de postsynaptsche neuron
opgenomen via soortgelijke receptoren en verder omgezet in elektrisch signaal.
Gliacellen
Gliacellen zijn de meest voorkomende cellen in het menselijk lichaam en zijn van cruciaal belang. Het
zijn steuncellen die heel slecht zijn in het produceren van elektrisch signaal, maar bepalen vooral wat
de neuronen gaan doen.
In het perifeer zenuwstelsel zijn er de satelietcellen en de schwann cellen. De Schwann cellen
vormen de myelinescheden en hebben zo dus een ondersteunende functe, de openingen tussen de
myelinescheden heten de Knopen van Ranvier. Daarnaast maken ze ook neurotrophische factoren
1
, aan die groeifactoren zijn: Nerve Growth Factor (NGF) en de Brain Derived Neutrophic Factor (BDNF).
Ze zijn het meest beschikbaar in het brein tjdens het sporten en zijn in feite communicatesignalen.
In het centrale zenuwstelsel vormen de oligodendrocyten ook een deel van de myelineschede.
Daarnaast zijn de astrocyten en de microglia de belangrijkste cellen. Astrocyten (1)vormen een steun
voor het centrale zenuwstelsel, ze (2)krijgen hulp van het bloedhersenbarriere, (3)secreteren zoals
de Schwanncellen neutrofsche factoren en (4)ze nemen K+ en neurotransmiters op. De microglia
zijn onder ander ook immuuncellen, maar die niet door het bloedhersenbarriere heen kunnen.
De meest bekende neurotransmiters zijn glutamaat (GLU) die een exciterend actviteit heef op het
centraal zenuwstelsel en het aminoboterzuur (GABA) die een inhiberende actviteit creëert. De mate
waarin de neuronen GLU uitwisselen wordt bepaald door de astrocyt die stofen gaat produceren
zoals IL, GF,…
Wanneer je een nacht slecht slaapt, gaan de gliacellen voor een laaggradige ontstekingsproces
zorgen thv de hersenen waardoor je licht prikkelbaar bent. Hetzelfde gebeurt met stress die een
actverend invloed heef op de gliacellen.
Perifere zenuwen
De perifere zenuwen vormen een vrij groot structuur, die voelbaar zijn. De perifere zenuw bestaat uit
zenuwweefsel en bloedvaten die omgeven zijn door bindweefsel. De neuronen bevinden zich diep in
de zenuw en ziten er met veel. In een zenuw ziten zowel de eferente als de aferente neuronen
samen. De perifere zenuwen zij zeer mobiele en fexibel structuren die lichtjes rekbaar zijn. Ze
kunnen gecomprimeerd worden door 2 spieren die samentrekken waardoor de doorbloeding
geremd wordt en er een verminderde tot geen zuurstof aanvoer en voedingsaanvoer is. De zenuw
gaat dan beginnen protesteren waardoor we tntelingen gaan beginnen voelen die alarmsignalen
zijn. Een gecomprimeerd zenuw kan voor blijvende schaden zorgen zowel in het eferent als aferent
systeem.
N. Ischiadicus, N. Medialis, N. Radialis en N. Ulnaris op rek brengen
Elektrische signalen als communicatiemiddel neuronen
Ontstaan van een difusiepotentiaal
Ladingen zijn gelijk verdeeld in de verschillende delen, maar er is een verschil aan concentrate.
Wanneer de scheidingswand permeabel wordt gemaakt zal de concentrate gelijk verdeeld worden,
maar de ladingen niet meer waardoor er een potentiaalverschil is. Hetzelfde principe geldt voor het
intra- en extracellulair milieu. In het intracellulair milieu is er een grotere hoeveelheid K + en minder
Na+, in het extracellulair milieu het omgekeerde. Het zijn de ionenpompen die voor een verschil in
evenwicht zorgen en ze werken met ATP-ase.
Rustmembraanpotentiaal
Het celmembraanpotentaal is het verschil in lading tussen binnen en buitenzijde van de cel. Bij
neuronen zit het rustmembraanpotentaal om ++- 70mV en verandert door de fuxverandering van
ionen: Toename membraanpermeabilitt Na+ Na+ infux depolarisate elektrisch signaal
De depolarisate vindt pas plaats wanneer het actepotentaal de drempel van de -40mV bereikt. Men
spreekt van een hyperpolarisate wanneer inhiberende transmiters door de postsynaptsche neuron
worden opgevangen er het membraanpotentaal tot -80mV daalt. Glutamaat zorgt voor een
depolarisate.
2