1. De voeding van de zwangere vrouw
A. Fysiologische veranderingen tijdens de zwangerschap
• Normale zwangerschap à 280 dagen = 40 weken = 10 vrouwelijke cycli
• Eerste dag van de zwangerschap = eerste dag van de laatste menstruatie
a. Gewichtstoename
• Normale gewichtstoename: 10-12kg / of 20% extra van het referentiegewicht
o Pas op! Kan ook meer (bv. 20kg) of minder (bv. 5kg) zijn
o Gewichtstoename hangt af van BMI voor de zwangerschap
§ Hoger BMI à minder gewichtstoename nodig
§ Lagere BMI à meer gewichtstoename nodig
BMI voor zwangerschap Aanbevolen gewichtstoename
<18,5 12,5 – 18 kg
18,5-24,9 11,5 – 16 kg
25-29,9 7 – 11,5 kg
>30 5 – 9 kg
• Normale gewichtstoename loopt als volgt:
o 1e trimester (0-16 weken): +1,5kg
o 2e trimester (16-28 weken): + 3kg
o 3e trimester (28-40 weken): + 6kg
• vasten helpt niet à gevaarlijk
• een te grote gewichtstoename + normale bloeddruk à toename lichaamsvocht
• PAS OP: “een zwangere vrouw moet altijd eten voor 2” à is niet waar!
o Wel drinken voor 2
• De gewichtsstijging is niet gelijk verdeeld over de duur:
o 0-10 weken: gewicht neemt weinig toe
o 10-30 weken: gewichtsstijging door:
§ toename bloedvolume
§ opslag vetweefsel
§ toename lichaamsvocht
o 30-40 weken: gewichtsstijging door:
§ groei van het kind
§ groei placenta
§ groei baarmoeder
o de laatste 10 weken: + 0,5 kg/ week
b. Hormonale veranderingen
• HCG = humane chorion gonadotrofine
o Door placenta gesecreteerd
• Oestrogenen
o Rol bij:
§ Groei baarmoeder
§ Toename bloedvolume
§ Opslag lichaamsvocht in bindweefsel
, • Progesteron
o Invloed op gladde spiercel à spiercellen in baarmoeder niet te vroeg
samentrekken
o Betrokken bij opslag van vet
o Ook braken hierdoor
• HPL = human placenta lactogen
o Rol bij: voorbereiding vd borst op lactatie
o Mobiliseert ih 3e trim. deel van moederlijk vetvoorraad
• Prolactine
o Geproduceerd door moederlijke en foetale hypofyse en uterus
o Werkt na bevalling lactogeen (als progesteron daalt)
• Insuline
o Gevoeligheid van insuline verandert
o Er kan zwangerschapsdiabetes optreden
o Soms moet de zwangere vrouw dus insuline spuiten
§ Is na zwangerschap niet meer nodig
§ Niet inspuiten zorgt voor à glycemische index stijgt à baby groeit à
diabetes bij baby
• Via de hormonen:
o anabole fase in de eerste 30 weken = opgroeifase
o daarna katabole fase à voedingsstoffen komen beschikbaar voor groei van
kind
c. Cardiovasculaire veranderingen
• Hartdebiet stijgt
• Bloedvolume stijgt à daling haematocriet waarde en hemoglobinegehalte à
dunner worden van bloed à gunstig voor hart want moet minder krachtig samen
trekken
• Bloeddruk daalt in 2e trimester en stijgt in 3e trimester
• Al deze veranderingen zijn nuttig à extra aanvoer van bloed naar baarmoeder
d. Respiratoire veranderingen
• Extra belasting
e. Verandering thv. de huid
• Pigmentafwijkingen (zwangerschapsmasker), vasculaire afwijkingen, zweetklieren,...
f. Renale veranderingen
• Toename van bloed à nierdoorbloeding neemt toe
• Glomerulaire filtratie stijgt met 50%
• Er moeten veel meer afvalstoffen worden verwijderd
o Zwangere vrouw moet dus voldoende drinken à meer urineren
• Pollakisurie à frequente urinelozing in de laatste maanden van de zwangerschap
omdat de foetus op de blaas drukt
, g. Gastro-intestinale veranderingen
• Tandvleesontstekingen = gingivitis
• Eetlust neemt toe
• Pica: tegenzin/sterke voorkeur voor bepaalde voedingsmiddelen
• Nausea (braakneiging) en braken: ochtendmisselijkheid door:
o Door HCG
o Tip: Vaker per dag lichte, kleine hoeveelheden eten EN eerste maaltijd in bed
voor het opstaan
• Motiliteit van maag-darmstelsel neemt af
o Onder invloed van progesteron
o Resultaat: tragere peristaltiek
o Bekende zwangeschapsklachten: zuurbranden en constipatie
§ Reflux
• Cardiasfincter minder sterk contraheren
• Maag naar boven geduwd
• à zuurbranden
• Tip: kauwgom à speekselproductie bevorderen
• Tip: drinken van melk à neutraliseert maagzuur
§ Constipatie door:
• Colon minder goed samentrekt
• Waterabsorptie in colon neemt toe
§ Tragere werking van dunne darm
• Voordeel: ijzer wordt beter opgenomen
• Gemakkelijker ontstaan van galstenen
B. De energie- en nutrientenbehoefte tijdens de zwangerschap
a. Energie
• Energie wordt gebruikt voor:
o Groei foetus
o Energiebehoefte voor de moeder
o Behouden van de foetus
• Voor het geheel van de zwangerschap à energiebehoefte = 71100 – 77100 kcal
• Energiebehoefte tijdens zwangerschap = energiebehoefte voor zwangerschap +
supplementaire energiebehoefte + energiereserves
• Verschillen:
o Verschillen van land tot land
o Verschillen tussen individu’s
o Verschillen volgens individuele aanpassingscapaciteiten
• Pregorexia: er alles aan doen om tijdens de zwangerschap zo weinig mogelijk bij te
komen , veel diëten en sporten
o Pas op!! Nefast voor gezondheid van moeder en kind
o Vb. hersenen worden aangetast van het kind
AR energie (kcal/dag)
Tijdens de zwangerschap:
1e trimester +70kcal
2e trimester +260kcal
3e trimester +500kcal
Tijdens de borstvoedingsperiode +500kcal
0-6mnd. Post partum
, • OPMERKING:
o Indien de zwangere vrouw volledig moet rusten à niet zoveel extra energie
nodig
o Indien het startgewicht van de vrouw voor de zwangerschap overgewicht was
à voor de energiebehoefte tijdens de zwangerschap vaak geen extra
gerekend
o Wanneer energieverbruik stijgt à zwangere vrouw vaak minder
beweeglijk/minder actief door omvang van buik
b. Eiwit
• Tijdens zwangerschap extra eiwitten nodig voor: foetus, placenta, borstklieren
• Aanbeveling: 0,83g/kgLG + extra inname:
o 1e trim: +1g
o 2e trim: +9g
o 3e trim: +28g
• extra aandacht voor vegetariërs en veganisten
c. Vetten
• PUFA’s spelen een belangrijke rol bij: hersenontwikkeling v. ongeboren kind
Totaal vet >20 <30-35 %En
SFA <10 %En
Atherogene SFA <8 %En
MUFA 10-20 %En
PUFA 5-10 %En
n-6: 4-8 En%
LA 4 En%
n-3: 1-2 En%
LNA 1 En%
EPA + DHA 250-500mg
+ EXTRA 100 à 200 MG DHA/DAG
Cholesterol <300mg
d. Koolhydraten
• Glucose wordt bij voorkeur naar de foetus getransporteerd
• Minder aanmaak van glucose bij de moeder
• Wanneer een zwangere vrouw vast à daling glycemie en productie HPL stijgtà
liplyse bevorderen à ontstaan vrije vetzuren à omgezet in ketonlichamen à
nadelig voor foetus (hersenontwikkeling)
• Zwangerschap oefent een diabetogeen effect uit , dus:
o Beperken snel resobeerbare suikers
o Geregels maaltijdschema met inbegrip van een tijdig ontbijt
• Zwangerschapsdiabetes:
o Eventueel later ontwikkelen van diabetis mellitus
o Pasgeborenen hebben een hoger geboortegewicht
o Daarom wordt de zwangere vrouw tijdelijk met insuline behandeld
o BIJ EEN SLECHTE GLUCOSEREGELING IS DE KANS GROOT OP EEN TE ZWARE
EN TE GROTE BABY:
§ Bevalling moeilijker
§ Sterfte baby , vooral na week 34
§ Overmatige productie vruchtwater