1.1 Wat is psychologie
De ouders van de psychologie
Filosofie (de zachte kant)
Letterlijk liefde voor de wijsheid, vertegenwoordigt de zachte kant van de wetenschap en
krijgt dan ook de moederrol toegedicht. Het staat voor het vrije denken en vindt haar
oorsprong ver voor christus in Griekenland.
Fysiologie (de harde kant)
Een specialisme binnen de biologie, is de vader van de psychologie. Hij houdt zich bezig met
de processen van verschillende delen, structuren en organen in een levend organisme. Ook
deze tak van sport heeft grote invloed gehad op de hedendaagse vorm van de psychologie.
Wilhelm Wundt (1832-1920) Was de eerste persoon die zichzelf psycholoog noemde. Het
jaar 1879 wordt aangehouden als het startpunt van de moderne psychologie en het eerste
laboratorium werd opgericht in Leipzig in Duitsland.
Hij gebruikte de methode instrospectie, het naar zichzelf kijken van binnenuit, het kijken
naar het eigen bewustzijn van binnenuit. Hij maakte onderscheid tussen Innere
Wahrnehmung (1) en Experimentelle Selbstbeobachtung (2). Bij nummer 1 doelde hij op
filosofische introspecties waarbij iemand vooral nadacht over zijn eigen psychisch
functioneren, en de nummer 2 verwees naar een experiment waarbij een proefpersoon
volgens een methode werd onderzocht met als doel meting mogelijk te maken. Volgens
Wundt was nummer 2 de enige toelaatbare introspectie omdat de psychologie met recht
een wetenschap genoemd kan worden.
Wundt zijn naam is onlosmakelijk verbonden met het structuralisme, de stroming in de
psychologie die op basis van experimentele introspectie de structuur van het bewustzijn te
ontdekken.
Er ontstond weerstand vanuit gestaltpsychologie, deze stroming ging ervanuit dat het
geheel meer is dan de som der delen. Het bewustzijn van de mens zou dus niet te begrijpen
zijn als men het zou ontleden in onderdelen. De mens neemt de wereld waar in gehelen.
Het functionalisme, deze stroming deed biologisch georiënteerd onderzoek naar de
verschillende menselijke functies. Dit was nog meer gericht op de objectieve psychologie.
Waar het structuralisme zich vooral bezighield was het studeren van het bewustzijn maar
het functionalisme richt zich op functies van het bewustzijn (de activiteiten van een levend
organisme) zoals ademhaling, rust etc. Het hechtte zelfs steeds meer belang aan het gedrag
dan aan het bewustzijn. Het gedrag kon via directe observatie bestudeerd worden.
Deze ontwikkeling mondde uit in het behaviorisme, de stelling was dat psychologie de
wetenschap van het gedrag moet worden, alleen meetbaar en observeerbaar gedrag. Het