HOOFDSTUK 5: DIVERSITEIT EN EVOLUTIE BOUWPLAN
ORGANISMEN GROEPEREN
,DEFINITIE VAN EEN DIER
Groot woordenboek der Nederlandse taal
“Niet tot de planten behorend levend wezen, m.n. zo een dat begaafd is met gevoel en
willekeurige beweging"
Wikiwoordenboek
“Met zintuigen uitgerust meercellig organisme dat zijn energie verkrijgt uit andere dierlijke of
plantaardige organismen”
Wat onderscheidt een dier van andere levende organismen?
Meercellig ↔ eencellig
Heterotroof ↔ autotroof
Flexibele celmembraan ↔ rigide * celwand
Actieve voortbeweging ↔ sessiel **
Kunnen zich seksueel voortplanten
Hebben een blastulastadium tijdens ontwikkeling
Belangrijkste kenmerken Animalia
Dieren zijn meercellig en hebben meer dan 1 celtype
Dieren zijn heterotroof
Dieren hebben geen rigide celwanden (itt. Plantencellen)
Dieren bewegen zich actief voort (bv. Vliegen)
(Meeste) dieren kunnen zich seksueel voortplanten
Dieren doorlopen het blastulastadium tijdens hun embryonale ontwikkeling
Bijkomende kenmerken
Grote diversiteit in vorm
Grote diversiteit in habitat (zee, land, lucht)
Organisatie van cellen in weefsels (!)
, Gemeenschappelijke kenmerken animalia
Alle dieren zijn multicellulair, gerangschikt in weefsels (niet bij sponzen) en organen
Heterotroof: dieren moeten andere organismen opnemen voor voeding, als bron van energie en
organische moleculen
- Herbivoren eten autotrofen
- Carnivoren eten andere heterotrofen
- Detrivoren eten decomposerende, dode oranganismen
- Omnivoor: autotrofen als heterotrofen
Cellen hebben geen celwand, zijn daardoor flexibel; worden samengehouden door extracellulaire
structurele proteïnen zoals collageen – ook intercellulaire juncties
Kunnen meestal bewegen: ontwikkeling van spieren en zenuwstelsel – vliegen!
Seksuele voortplanting – haploide gameten – grote eieren – beweeglijke spermatozoyten
Karakteristiek patroon van embryonale ontwikkeling met aanleg van verschillende weefsels: zygote –
mitotische delingen t.v.v. morula – blastula – gastrula
Erg divers in vorm en habitat- 90% is invertebraat (geen vertebra of wervels)
* Rigide: stijf
** Sessiel: stilstaand, je groeit ergens en blijft daat