VERGELIJKENDE BIOLOGIE
HOOFDSTUK 2: VIRUSSEN
EIGENSCHAPPEN
Geen organismen, geen rijk (niet zelf delen, altijd gastheercel nodig)
Parasitaire chemicaliën bestaande uit DNA of RNA ingepakt in eiwit
Geen cellen maar virions (binnen de cel) en metabool inerte virions (buiten de cel)
Enkel reproduceren binnen een levende cel (gastheercel)
Variëren in grootte en vorm (250 nm – 22 nm)
BASISSTRUCTUUR
= Nucleïnezuurkern omgeven door een capsid
Nucleïnezuurkern
DNA of RNA
Enkel- of dubbelstrengig
Circulair of lineair
Capsid
Komen vaak enzymen in voor (bvb reverse transcriptase bij retrovirussen)
Extra: vele dierlijke virussen zijn omgeven door een enveloppe
, VIRUSSEN
= intracellulaire parasieten
Host range: types van organismen dat een bepaald virus kan infecteren
Weefseltropisme: types van cellen dat een bepaald virus kan infecteren (bvb rabies virus in
neuronen, hepatitis virus in levercellen)
Vele virusssen: ziekteverwekkers, anderen berokkenen geen schade
Virussen kunnen slapend of latent blijven voor jaren
Meer virussen dan organismen
Waar reproduceren virussen zich?
Enkel in een cel
Buiten cel: metabool inerte virions
Hoe reproduceren virussen zich?
1. Kapen de transcriptie- en translatiemachines van een cel
2. Hierdoor kunnen ze virusgenen tot expressie brengen
3. Eindresultaat: assemblage en vrijzetting van nieuwe virussen
VIRALE VORMEN
De meeste virussen komen voor in 2 vormen
1. Helicaal (bvb TMV)
2. Icosahedraal (bvb adenovirus, poliovirus)
Kleine groep virussen: complex
T4 bacteriofagen: binale symmetrie
Pokkenvirussen: multigelaagde capsid
Virussen met envelop
Polyform (veelvormig)
HOOFDSTUK 2: VIRUSSEN
EIGENSCHAPPEN
Geen organismen, geen rijk (niet zelf delen, altijd gastheercel nodig)
Parasitaire chemicaliën bestaande uit DNA of RNA ingepakt in eiwit
Geen cellen maar virions (binnen de cel) en metabool inerte virions (buiten de cel)
Enkel reproduceren binnen een levende cel (gastheercel)
Variëren in grootte en vorm (250 nm – 22 nm)
BASISSTRUCTUUR
= Nucleïnezuurkern omgeven door een capsid
Nucleïnezuurkern
DNA of RNA
Enkel- of dubbelstrengig
Circulair of lineair
Capsid
Komen vaak enzymen in voor (bvb reverse transcriptase bij retrovirussen)
Extra: vele dierlijke virussen zijn omgeven door een enveloppe
, VIRUSSEN
= intracellulaire parasieten
Host range: types van organismen dat een bepaald virus kan infecteren
Weefseltropisme: types van cellen dat een bepaald virus kan infecteren (bvb rabies virus in
neuronen, hepatitis virus in levercellen)
Vele virusssen: ziekteverwekkers, anderen berokkenen geen schade
Virussen kunnen slapend of latent blijven voor jaren
Meer virussen dan organismen
Waar reproduceren virussen zich?
Enkel in een cel
Buiten cel: metabool inerte virions
Hoe reproduceren virussen zich?
1. Kapen de transcriptie- en translatiemachines van een cel
2. Hierdoor kunnen ze virusgenen tot expressie brengen
3. Eindresultaat: assemblage en vrijzetting van nieuwe virussen
VIRALE VORMEN
De meeste virussen komen voor in 2 vormen
1. Helicaal (bvb TMV)
2. Icosahedraal (bvb adenovirus, poliovirus)
Kleine groep virussen: complex
T4 bacteriofagen: binale symmetrie
Pokkenvirussen: multigelaagde capsid
Virussen met envelop
Polyform (veelvormig)