Chiana Cappelle
3de bachelor geneeskunde - Universiteit Antwerpen
,INEIDING
Dit document bevat 60 uitgewerkte vragen. Dit zijn de onderwerpen waarvan de prof zeer duidelijk heeft
benadrukt dat ze op het examen kunnen komen. Het jaar 2023-2024 kwamen 80% van de vragen uit dit
document. Het is dus een goede voorbereiding op het examen.
BEWEGINGSMECHANICA
1. Arthrokinematica en osteokinematica uitleggen.
Osteokinematica = hoe beweegt een bot in de ruimte → bij bv abductie van de humerus (van
beneden naar boven) → spin en swing
• Spin: is een draaibeweging doorheen de as dat doorheen het convectiepatroon loopt (dus
gewoon een draaiing tov de knop → convexe draaibeweging tov concave) → rotatie!
• Anatomische botbeweging:
o Beweging in sagittale vlak om een transversale as
o Beweging in een transversaal vlak om een craniocaudale as
o Beweging in een frontaal vlak om een sagittale as
Arthrokinematica: wat gebeurt er bij de beweging tussen de verschillende delen → abductie
humerus: tussen gleno- humerale junctie → draaibeweging + glijden naar caudaal →
gewrichtsmechanica geeft koppeling tussen rollen en wrijven.
Dit gaat over het rollen en het glijden!
• Rollen: een concave en convexe gewrichtspartner, hierbij zie je steeds een nieuw punt van de ene
gewrichtspartner in contact komen met een nieuw punt van de andere gewrichstpartner.
• Glijden: zien we een steeds hetzelfde punt van de ene gewrichtspartner in contact komen met
steeds een nieuw punt van de andere gewrichtspartner!
2. Welke eindgevoelen bestaan er + geef een vb?
• Week-elastisch: weke delen stop (bv bij spieren)
• Vast-elastisch: ligamenten en kapsel stoppen beweging
• Hard-elastisch: KB of bot
Elk gewricht heeft zijn eigen typisch eindgevoel!
Fysiologisch vs pathologisch eindgevoel (indien eindgevoel anders is dan normaal)
3. Kernspier van S1 en C7.
C7:
• de vinger extensoren en de pols flexoren
• de triceps
S1:
• Achillespeesreflex
• Peroneus brevis en longus
1
, 4. Durale rektesten
• Actieve flexie LWK
• Actieve lateroflexie LWK
• Val op de hielen
• Lasègue
• Contralaterale lasègue
• Bragard
• Fliptest (zittend over de rand, been strekken en naar beneden kijken en naar achteren → positief
= duraal probleem)
• Slumptest
• Kernig
• Rechtkomen uit rugligging (geleid actief)
➔ Testen doen je aan een discusconflict in de LWK (lage wervelkolom) denken!
5. Kriblertest uitleggen
=Huid-oprol test; tussen wijsvinger en duim en dan in zone komen voor de pt hypergevoelig =
hyperesthesie! (dus echte huidplooien vastpakken)
Maar ook soms een zone waar ze niets voelen= hypoesthesie
Soms gecorreleerd met het dermatoom (deel van de huid dat overeenkomt met centrale gedeelte in
de rug → bv TH1 = oksel, TH4 = tepel en TH10 = navel).
Valt onder het deeltje palpatie bij het klinisch onderzoek.
6. Teken van trendelenburg?
Op 1 been staan, andere been knie in 90°. Dan zien of je heupen hiervoor kunnen corrigeren of niet!
→ bij goede heupstabilisatoren = een negatief teken van trendelenburg.
7. Discus testen
• Compressietest: handen op hoofd duwen + distaal conflict → verhogen van de pijn
• Tractietesten: daling van de pijn
• Andere testen (minder belangrijk blijkbaar)
o Hyperextentietest: pijnlijk en beperkt (passieve extensie)
o Hyperflexietest: pijnlijk en beperkt (passieve flexie)
o Test van Spurling (extensie, rotatie-lateroflexie in zelfde richting) → positief bij cervicaal
discuslijden.
8. Macconail (= gewrichtsstructuur)
• Avoid gewrichtsopp: ene partner hol, andere bol
Onveranderd: 3-assig (=kogelgewrichten)
Veranderd: 2-assig → eivormig (bv hand gewricht)
• Zadelvormig gewrichtsopp = in sleutelbeen met borstbeen → caviteiten convexiteit in 1 gewricht
Onveranderd: 2-assig: zadelgewricht
Veranderd: 1-assig: scharniergewricht
2