• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Algemene scheikunde

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's

Samenvatting algemene scheikunde van alle hoofdstukken (buiten hoofdstuk 20: werd niet gedoceerd) 1ste bachelor Biomedische Wetenschappen UGent Prof. Dr. Pascal Van der Voort

Voorbeeld van de inhoud

MODULE 1: INLEIDING



NOMENCLATUUR
1 verbindingen, ionen en radicalen
 heterolytische splitsing : A:B  A+ + B- (kation + anion)
 homolytische splitsing : A:B  A° + B° (radicalen)

 kationen : uitgang ‘ion’
 anionen : uitgang ‘ide-ion’
 radicalen : uitgang ‘yl

2 atomen, elementen en wetten
2.1 wetten1
 wet van behoud van massa (Lavoisier)
 enkelvoudige verbindingen (Dalton)
 wet van elektroneutraliteit
o som van alle positieve ladingen = som van alle negatieve ladingen
 massadefect
o aparte partikels wegen meer dan wanneer ze samen in een kern zitten
o vb.: massa van 1 mol He zou 4,033 g, maar in tabel 4,0026g


2.2 protonen, neutronen en elektronen
massa (g) atomaire massa (Da of u) lading (C) lading
elektron 9,11 * 10-28 0,00055 -1,602 * 10-19 -1
proton 1,68 * 10-24 1,0073 +1,602 * 10-19 +1
neutron 1,67 * 10-24 1,0087 0 0

massagetal (¿ p +¿n )
 element X
atoomgetal (¿ p of ¿e)
 geonormaal atoomgewicht van C = 12,011

12 13
 isotoop = zelfde #p en #e, verschillend #n (vb.: 6C en 6C ¿
o gelijkwaardig chemisch gedrag
32 32
 isobaar = zelfde massagetal, verschillend #e (vb.: 15 P en 16 S )
o verschillend chemisch gedrag
2 3
 isotoon = zelfde #n, verschillend #e (vb.: 1 H en 2 He )
o verschillend chemisch gedrag


2.3 mol en molecuulmassa (Avogadro)
 relatieve molecuulmassa
o
absolute massa van de molecule uitgedrukt∈gram absolute massa van de molecule∈ gram
=
1 1,66054∗10 g
−24
van de absolute massa van een 12C isotoop uitgedrukt∈gram
12
 SI-eenheid: mol

1
1 mol van eender welk gas neemt een volume van 22,4 l in bij 273 K met 6,022 * 10 23 moleculen in 1 mol
blijkt later niet te kloppen



pagina | 1

,MODULE 1: INLEIDING


o mol = 12g van het isotopisch zuiver 12C
massa(g)m
n=aantal mol ( mol )= =
o g M
molaire massa( )
mol
23
o N=aantal deeltjes=n∗N A (met N A het getal van Avogadro=6,022∗10 )

CONCENTRATIES
1 concentraties
n
 c=
V
 eenheid = M = molair = mol/l
1.1 eenheden van concentraties
1mol opgeloste stof
 molariteit M = =1 molair
1 l oplossing
1mol opgeloste stof
 molaliteit m = =1 molaal
1kg oplosmiddel
¿ mol opgeloste stof
 molfractie χproduct =
¿ mol van alle aanwezige stoffen
massa opgeloste stof
 massaprocent %w = ∗100
massa oplossing
volume opgeloste stof
 volumeprocent %V = ∗100
volume oplossing
¿ volumedelen gas /vloeistof ml mg
 parts per million ppm = of of
10 volumedelen oplossing/mengsel 1000l kg
6

1
 parts per billion ppb =
109
1.1.1 opmerking
 molaliteit is altijd groter dan molariteit
M ∗1000
 verband tussen beide: m=
( d∗1000 )−( M∗MM )

2 verdunningen
 c 1∗V 1 =c 2∗V 2

3 rendement
werkelijke opbrengst
 η= ⋅ 100
theoretische opbrengst




pagina | 2

,MODULE 1: INLEIDING



METATHESE EN REDOX
1 metathese reacties
 metathese reacties = aflopende reacties
o uitzonderingen, want in principe: alle chemische reacties beschouwen als evenwichtsreacties
o omwille van verschillende redenen
 AB + CD ⇌ AD + BC (reagentia ⇌ reactieproducten)
 wanneer volledig aflopend?
o neerslagreacties
o gasvormingsreacties
o één van de reactieproducten is ongedissocieerd
 onderliggende drijvende kracht = principe van Le Châtelier
 evenwicht verschuift naar rechts
1.1 neerslagreacties
vb.: AgNO3 (aq) + NaCl (aq)  NaNO3 (aq) + AgCl ↓
 in realiteit : alle ionen gaan in oplossing en worden gesolvateerd
Ag+(aq) ; Na+(aq) ; NO3- (aq) ; Cl-(aq)
 positieve en negatieve ionen trekken elkaar aan, telkens wanneer Ag + en Cl- met elkaar botsen ontstaat het
onoplosbare AgCl dat uit het medium verdwijnt, totdat uiteindelijk alleen maar Na +(aq) en NO3- (aq) overblijft

 zouten waarvan minder dan 10g/l kan worden opgelost bij 25°C worden onoplosbaar genoemd
1. alle nitraten, acetaten en chloraten zijn oplosbaar
2. de meeste Na+, K+ en NH4+ zouten zijn oplosbaar
3. chloriden zijn goed oplosbaar, behalve AgCl, PbCl 2 en Hg2Cl2
4. sulfaten zijn goed oplosbaar, behalve BaSO4, PbSO4 en CaSO4
5. hydroxiden zijn onoplosbaar, behalve alkalihydroxiden en aardalkalihydroxiden
6. sulfide, carbonaten en fosfaten zijn doorgaans onoplosbaar
1.2 gasvormingsreacties
 onoplosbare gassen : H2, O2, N2
 slecht oplosbare gassen : CO2, SO2, H2S
 goed oplosbare gassen : NH3

 het principe is hetzelfde als voor neerslag
o SO2 en CO2 zijn de zuuranhydriden van …
o NH3 is het anhydride van …
1.3 zuur-base reacties
= metathese reactie die op hetzelfde principe van Le Châtelier steunt
 H+(aq) + OH-(aq)  H2O (vl)
 hoewel dit in principe een evenwichtsreactie is, is de evenwichtsconstante K = 10 14
 m.a.w. H2O is een (bijna) niet gedissocieerde stof, een ‘vloeibare neerslag’ dat H +(aq) en het OH-(aq) uit het
reactiemedium trekt

2 redoxreacties
2.1 reductie en oxidatie
 oxidatie = afstaan van elektronen, de stof die wordt geoxideerd is de reductans


pagina | 3

, MODULE 1: INLEIDING


o onttrekt elektronen aan de andere reactiepartner in die oxidatiereactie
o elektronenacceptor
o het oxidans zelf wordt hierdoor gereduceerd
o het oxidans daalt in oxidatietrap
 reductie = opnemen van elektronen, de stof die wordt gereduceerd is de oxidans
o levert elektronen aan de andere reactiepartner in de oxidatiereactie
o elektronendonor
o het reductans zelf wordt hierbij geoxideerd
o het reductans stijgt in oxidatietrap

vb.: Fe0 + (O0)2  (FeIII)2 + (O-II)3
 oxidatie : Fe0  Fe3+ + 3e- Fe0 is de reductans
 reductie : O0  O2- + 2e- O0 is de oxidans
2.2 oxidatietrap
 enkelvoudige stoffen 0
 edelgassen 0 (groep 18)
 alkalimetalen-ionen +I behalve in hydriden (- I) (groep 1)
 aardalkalimetalen-ionen + II (groep 2)
 halegonide-ionen -I (groep 17)
 chalcegonide-ionen - II behalve peroxide (- I)

3 vreemde verbindingen
 natriumtetrathionaat : Na2S4O6  triijzertetraoxide : Fe3O4
oxidatietrap S = + 2,5 oxidatietrap Fe = + 8/3

 gemiddelde waarden : vb.: Fe3O4 bestaat uit 2*Fe3+ en 1*Fe2+
 verklaring:
o oxidatietrap = formeel begrip
o elektronen gaan naar meest elektronegatieve element
o vb.: in sulfaat
 alle elektronen gaan van S naar O
 6 S-O bindingen geeft dus OG voor S van +VI
 bij S-S bindingen gebeurt er niets
 hier thiosulfaat S2O32-, dus S = +V




pagina | 4

Documentinformatie

Geüpload op
18 januari 2024
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2022/2023
Type
Samenvatting
€7,09

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
4
Volgers
1
Items
2
Laatst verkocht
3 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen