Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 32 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Inleiding genetica en neurowetenschappen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 32 pagina's

Volledige samenvatting van alle te kennen hoofdstukken van genetica, neurologie en epilepsie (Orthopedagogie Hogent) Door deze samenvatting te leren haalde ik 17/20.

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING GENETICA EN NEUROWETENSCHAPPEN

1. Genetic

= menselijke erfelijkheidsleer

toename van kennis en inzicht leidt tot:
 Nieuwe toepassingsmogelijkheden (vb. prenatale tests, DNA-onderzoeken)
 Nieuwe behandelingsvormen
 Nieuwe perspectieven
 Nieuwe (ethische) vragen (wil ik abortus of niet?)

Zygote= bevruchte eicel
 vorming van de erfelijke code (in de kern van elke cel)
 door herhaaldelijke deling vna de zygote ontstaan dochtercellen

Differentiatie tot weefseesse en organen= dochtercellen zijn in het begin gelijk maar na een aantal delingen
krijgen ze een specifeke vorm en functie (=celdeling)
 cellen van hetzelfde type (vb. spiercel) verenigen zich om weefsels te vormen die organen vormen)

situering in de cel: elke cel bevat een
Cesmembraa = vliesje dat geheel samen houdt en zorgt voor uitwisseling tussen het inwendige van
m de cel en omgeving
 bestaat uit een dubbele laag vetmoleculen/fosfolipiden met grote klomen eiwiten
waartin ionenkanalen ziten
 Stoffen gaan binnen en buiten via de ionenkanalen
 Vaak aan de buitenkant een complex geheel van suikermoleculen
Cytopsasema/ = complexe, geleiachtige vloeistof waar alle stofwisselingsprocessen zich afspelen
cesseap
Het bevat:
1. diversee mosecusen die van groot besang zijn voor sevenseverrichtingen in de ces
Celsap bevat:
- Grootste deel water (80%)
- Organische bestanddelen
 (eiwiten/proteïnen, suikers/koolhydraten, veten/lipiden)
- Anorganische stoffen of minteralen
 natrium, chloor, magnesium, kalium, calcium, ijzer
- Stoffen die in kleine concentraties voorkomen maar van vitaal belang zijn
voor de goede werking van het organisme

2. organessen (hebben ieder een functie in de ceswerking)
- Endopsasematisech reticusum: holten en kanalen die zorgen voor transport van
chemische stoffen
- Microtubuss: kleine buisjes die een soort skelet vormen voor de cel zodat ze
haar specifeke vorm kan behouden
- Gosgi-apparaat: ene deel van het endoplasmatisch reticulum waar de
verpakking van de producten plaatsvindt die door de cel worden gemaakt
- Vacuosen: soort blaasje die diverse secretieproducten kunnen bevaten
- Lyseoseomen: zakjes met enzymen die instaan voor de afraak van diverse
stoffen
- Mitochondriën: de energicentralen van de cel
- Riboseomen: decoderen van erfelijke informatie
- Centriosen: zorgen mee voor de celdeling



1

, Nucseuse/kern = bevat het erfelijk materiaal
 Het kernplasma: vloeistof
 Kernmembraam: omsluit het kernplasma
 Kernporiën: ziten in het kernmembraam en zijn belangrijk voor de erfelijke
info die langs openingen activiteiten in de cel regelen

Chromatine= bevaten erfelijk materiaal
Kernlichaampje/nucleus= geef erfelijke info door vanuit de kern naar het cytoplasma
Chromosomen= diffuse chromatine verandert in duidelijke patronen

Grootsete cessen in het menseesijk organiseme: eicellen
Kseinsete cessen in het menseesijke organiseme: wite bloedcellen

Chromoseomen= draadjes die dichtbaar worden in de cel vanaf de cel zich gaat delen
 46 in chromosomen in elke cel (2 groepjes van 23)
 44 autosomen (lichaamsbepalende chromosomen vb. haarkleur) en 2 geslachtschromosomen (X
en Y  meisje: XX, jongen: XY)

Omvorming tot chromoseomen: beeld verandert volledig als de cel zich voorbereid om te delen
 chromatinedraadjes worden dikker om dikker waarna ze apart zichtbaar worden
homosoge chromoseomen: paar niet identieke chromosomen maar bevaten eenzelfde soort informatie
vb. vader geef eigenschap mee voor bruin haar, moeder voor blond haar

Gesesachtsechromoseomen= bepalen in hun combinatie het geslacht van het individu
 vrouw bevat twee X-chromosomen
 man heef een groot X en een kleiner Y-chromosoom

chromoseomenkaart/karyogram= overzicht van geordende chromosomen van een individu
 rangschikking volgens de groote van de chromosomen
andere rangschikkingen volgens:
- psaatse van de centromeer (snijpunt tussen 2 chromatinedraden)
 metacentrisch chromosomen: snijpunt ligt centraal
 submetacentrische chromosomen: wanneer snijpunt hoger ligt (P – korte arm en Q arm – lange
arm)
 acrocentrische chromosomen: snijpunt ligt helemaal bovenaan
- bandpatronen (onderverdeling in de armen van het chromosoom)

Heterochromatine: bevaten erfelijk materiaal die niet echt gebruikt worden en geen invloed hebben op
de eigenschappen van het individu
Euchromatine: bevaten coderende info

Syndroom van Down: 3 keer chromosoom 21 (ipv 2)
Chromoseomenformuse/karytype= conventionele leter- en cijfercombinatie om iemands
chromosomensamenstelling weer te geven
 eerst aantal chromosomen, nadien geslachtschromosomen en eventuele afwijkingen
vb. 46, XX (genetisch normaal), 45, XO (turnersyndroom)

DNA= erfelijk materiaal in elke celkern waaruit chromosomen bestaat
Gen= stukje DNA dat codeert voor een eiwit (ontwikkeling van een kenmerk)




2

,Cesdesing= constante delingsactiviteit in ons lichaam
1. mitose/gewone ieldeling (komt meest voor)
 vermenigvuldigingsdeling (1 moedercel naar 2 dochtercellen)
 ontwikkeling van embryo en afgestorven cellen vervangen door nieuwe
2. meiose/reduitedeling: 2 opeenvolgende delingen (1 moedercel naar 4 dochtercellen)
 halvering erfelijk materiaal
 vorming van voortplantingscellen
 recombinatie= chromosomenparen wisselen stukken met elkaar uit
3. cmitose/direite deling: insnoering van de cel zonder evenwichtige DNA-verdeling
 bij ééncellige organismen en kankercellen
 komt zelden voor

Klcssieke overervingspctronen
= Mendesiaansee of monogene overerving: genetische aandoening als gevolg van defect (mutatie) in 1 gen
wetten van Mendes: eenvoudige wetmatigheden (werking van afzonderlijke genen)

Gen= stukje DNA dat codeert voor een eiwit (ontwikkeling van een kenmerk)
 meestal dubbel aanwezig: men vindt er telkens een op ieder van de twee homologe chromosomen (1
van de moeder en 1 van de vader) vb. bloedgroep, haarkleur
Locuse= plaats waar een gen ligt
Asses= elk van de alternatieve vormen die een gen op een bepaalde locus (plaats) kan aannemen
 Multiple allelie= er zijn meerdere varianten van bepaalde alelen
 Allelenpaar= twee overeekomstige allelen die iemand bezit

Menseesijke genoom= geheel van alle genen in de chromosomen van een mens
 terug te vinden in de kern van elke cel

Genotype= genetische bagage, innerlijk (onzichtbaar)
Fenotype= uitzicht van een individu, uiterlijk (zichtbaar) vb. mucoviscose

Homozygoot= 2 identieke allelen voor een bepaald kenmerk
Heterozygoot= 2 verschillende allelen voor een bepaald kenmerk
Hemizygoot= wanneer het allel op het X-chromosoom geen enkele tegenspeler heef (bij XY, mannen)
 leidt tot verschillen bij jongens en meisjes
 x-gebonden eigenschappen moet bij vrouwen 2 keer aanwezig zijn, bij mannen maar 1 keer
 mannen (XY) vertonen eerder X-gebonden recessieve afwijkingen dan vrouwen (XX)
vb. rood-groen kleurenblindheid
 vrouwen (XX) compenseren met tweede X-chromosoom
 asymptomatische/symptoomloze draagster
 vrouwen vertonen makkerlijker X-gebonden dominante overerving
 komt zowel bij mannen als vrouwen tot uiting

Dominantie= de ecpressie van het allel overheerst deze van het andere allel
 komt tot uiting in zowel homozygote, heterozygote als hemizygote toestand (komt altijd tot uiting)
Receseseiviteit= de expressie van het allel is ondergeschikt aan deze van het andere allel
 komt tot uiting bij homozygote of hemizygote toestand

genetische overdracht van ouders naar kinderen
belangrijk om te weten:
- is het een autosomale of X-gebonden eigenschap?
- eigenschap dominant of recessief?
- homo- of heterozygoot aanwezig?
 schema fenotype ouders naar fenotype kinderen


3

, technieken die bruikbaar zijn om zich een conreet beeld te vormen betreffende de eigenschappen die
men bij toekomstige kinderen van een bepaald koppel kan verwachten
1. setamboomonderzoek: stamboom wordt opgemaakt om te bekijken of er een erfelijke ziekte in de
familie zit (stamboom kunnen lezen en begrijpen)
 vierkant (man), cirkel (vrouw), ingekleurd (ziek), half ingekleurd (drager)
2. rooseter van Punnett
 dominant kenmerk (hoofdleter vb. L van losse oorlelletjes)
 recessief kenmerk (kleine leter vb. l van vaste oorlelletjes)
 homozygoot: LL of ll
 heterozygoot: Ll

autosomaal: iedereen heef evenveel kans op ziekte
X-gebonden: man heef meer kans op ziekte (door dat hij maar 1 X-chromosoom heef)

Fenotype: fenotype ouders naar fenotype kinderen (men moet genotype onderzoeken)
 genotype voorspelt fenotype (kijk cursus)

Geslacht:
X Y
X XX XY
X XX XY
 ½ kans op meisje/jongen
 1 oefening op examen (8 punten)

oorlelletjes: moeder homozygoot recessief (vaste oorlel), vader heterozygoot (losse oorlel)
L s
s Ll ll
s Ll ll
 ½ kans op vaste oorlelletjes (50% heef vaste Ll, 50% heef ll, ½ los, ½ vast)

brede neusgaten: vader is heterozygoot, moeder is homozygoot dominant
B b
B BB Bb
B BB Bb
 100% kans op brede neusgaten

1. klcssieke/mendeliccnse/monogene overervingspctronen:

1. overdracht van autoseomaas receseseieve kenmerken (vb. mucovisecosee)
 gemiddeld ¼
 jongens en meisjes hebben evenveel kans
 gemiddeld 2/3 zijn drager
 soms zijn de ouders bloedverwanten

normale gen (N), ziekmakend gen (z) (vb. mucoviscidose)
 allebei heterozygoot (Nz)
N z
N NN Nz
z Nz zz
 1/4 kans op mucoviscose
 genotype: ¼ NN (homo), 2/4 Nz (hetero), ¼ zz (homo)


4

Documentinformatie

Geüpload op
22 mei 2018
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2017/2018
Type
Samenvatting
€6,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
orthostudent123
4,1
(23)
Verkocht
78
Volgers
52
Items
28
Laatst verkocht
3 jaar geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen