Samenvatting Statistiek
1. Onderverdelingen...............................................................................................................................2
2. Populatie en steekproef en Variabele.................................................................................................2
3. Verwerken van gegevens tot frequentietabel....................................................................................3
4. Weergeven van verdelingen met grafiek............................................................................................3
5. Klassentabel, histogram en frequentiepolygoon................................................................................5
6. Centrummaten...................................................................................................................................6
7. Spreidingsmaten.................................................................................................................................7
8. Korte samenvatting alles statistiek.....................................................................................................8
1
, Hoofdstuk 1: Statistiek
1. Onderverdelingen
1. Deductieve/ beschrijvende statistiek: Verzamelt gegevens en ordenen deze in tabellen,
verwerkt ze, vat ze samen en stelt ze grafisch voor.
Voorbeeld Gemiddelde, correlaties, …
2. Inductieve/ inferentiële statistiek: Onderzoekt steekproef uit populatie. Op basis van
beperkt aantal gegevens algemene uitspraken over gehele populatie.
Voorbeeld Verklarende statistiek
2. Populatie en steekproef en Variabele
2.1 Populatie en steekproef
Populatie: groep personen/ objecten waarvan we een kenmerk willen onderzoeken.
Steekproef: Gedeelte van de populatie die we onderwerpen aan een onderzoek.
Moet representatief zijn. Goed samengesteld.
Voldoende groot (geen eenduidige regel)
2 soorten:
→ Aselecte: Iedere persoon heeft dezelfde kans om geselecteerd te worden
→ Select: Onderzoeken bepalen of iemand in steekproef komt.
Problemen bij samenstellen representatieve streekproef:
- Opportunistische steekproef te gemakkelijk en goedkoop
- Vrijwillige respons respons is vaak een uitgesproken mening of non respons
- Methode van gegevensverzameling verschillende resultaten
- Zo neutraal mogelijke context Sociaal wenselijk antwoorden
- Duidelijke en niet- suggestieve vragen
2.2 Variabele
Elementen: Objecten die beschreven worden door gegevensverzameling. Voorbeeld Studenten
Variabele: Eigenschap/ kenmerk van de populatie dat onderzocht wordt. Voorbeeld Adres,
geslacht, …
Twee soorten variabele:
1. KWANTITATIEVE variabele: Neemt numerieke waarden aan.
Continu variabele: Kan je in bepaalde interval iedere waarde aannemen. Voorbeeld
inhoud van een fles, de lengte, …
Discrete/ discontinu variabele: Variabele die beperkt zijn door getalen of klassen als
uitkomst. Voorbeeld de ogen van een dobbelsteen, het aantal kinderen, …
2. KWALITATIEVE variabele: Plaatst element in 1 of meer groepen/ categorieën.
Ordinaal: Geven van rangorde of gradatie aan. Voorbeeld beoordeling, schaal;
waspoeder, …
Nominaal: Classificatie (geen rangorde). Voorbeeld man vs. Vrouw, ja of nee, …
2
1. Onderverdelingen...............................................................................................................................2
2. Populatie en steekproef en Variabele.................................................................................................2
3. Verwerken van gegevens tot frequentietabel....................................................................................3
4. Weergeven van verdelingen met grafiek............................................................................................3
5. Klassentabel, histogram en frequentiepolygoon................................................................................5
6. Centrummaten...................................................................................................................................6
7. Spreidingsmaten.................................................................................................................................7
8. Korte samenvatting alles statistiek.....................................................................................................8
1
, Hoofdstuk 1: Statistiek
1. Onderverdelingen
1. Deductieve/ beschrijvende statistiek: Verzamelt gegevens en ordenen deze in tabellen,
verwerkt ze, vat ze samen en stelt ze grafisch voor.
Voorbeeld Gemiddelde, correlaties, …
2. Inductieve/ inferentiële statistiek: Onderzoekt steekproef uit populatie. Op basis van
beperkt aantal gegevens algemene uitspraken over gehele populatie.
Voorbeeld Verklarende statistiek
2. Populatie en steekproef en Variabele
2.1 Populatie en steekproef
Populatie: groep personen/ objecten waarvan we een kenmerk willen onderzoeken.
Steekproef: Gedeelte van de populatie die we onderwerpen aan een onderzoek.
Moet representatief zijn. Goed samengesteld.
Voldoende groot (geen eenduidige regel)
2 soorten:
→ Aselecte: Iedere persoon heeft dezelfde kans om geselecteerd te worden
→ Select: Onderzoeken bepalen of iemand in steekproef komt.
Problemen bij samenstellen representatieve streekproef:
- Opportunistische steekproef te gemakkelijk en goedkoop
- Vrijwillige respons respons is vaak een uitgesproken mening of non respons
- Methode van gegevensverzameling verschillende resultaten
- Zo neutraal mogelijke context Sociaal wenselijk antwoorden
- Duidelijke en niet- suggestieve vragen
2.2 Variabele
Elementen: Objecten die beschreven worden door gegevensverzameling. Voorbeeld Studenten
Variabele: Eigenschap/ kenmerk van de populatie dat onderzocht wordt. Voorbeeld Adres,
geslacht, …
Twee soorten variabele:
1. KWANTITATIEVE variabele: Neemt numerieke waarden aan.
Continu variabele: Kan je in bepaalde interval iedere waarde aannemen. Voorbeeld
inhoud van een fles, de lengte, …
Discrete/ discontinu variabele: Variabele die beperkt zijn door getalen of klassen als
uitkomst. Voorbeeld de ogen van een dobbelsteen, het aantal kinderen, …
2. KWALITATIEVE variabele: Plaatst element in 1 of meer groepen/ categorieën.
Ordinaal: Geven van rangorde of gradatie aan. Voorbeeld beoordeling, schaal;
waspoeder, …
Nominaal: Classificatie (geen rangorde). Voorbeeld man vs. Vrouw, ja of nee, …
2