Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 35 pagina's
Samenvatting

Samenvatting wijsbegeert en ethiek ('23-'24) (Handelsingenieur en TEW)(17/20)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 35 pagina's

Bij deze de lifesaver voor het examen ethiek gegeven voor Matthias Lievens. Dit is een samenvatting gebaseerd op de slides EN de nota's die ik heb genomen tijdens de les (uitgewerkte voorbeelden, extra uitleg, extra leerstof, uitleg bij citaten, ...). Ik heb deze samenvatting gemaakt zodat ik tijdens de examens zelf de slides en mijn nota's niet meer moet beginnen uitzoeken maar dat ik gewoon puur deze 35 pagina's kan leren aangezien deze van de lessen een mooi samenhangend geheel maakt. De samenvatting is geschreven in functie van het type en vorm van vragen dat de prof zei dat hij ging vragen

Voorbeeld van de inhoud

HOOFDSTUK 1: Filosofie en economie:
= historische en filosofische discussie oer betekenisverandering in relatie tot de economie

1. Oorsprong filosofie:
Er was niet altijd al spraken van wetenschap en filosofie
rationeel nadenken is op een bepaald moment begonnen
ontstaat 4-6 eeuw voor christus: Socrates (469-399 BC) + Plato (427-347 BC) + Aristoteles (384-322
BC)

Vooraf: mythes om dingen te verklaren (vaak religieus gekleurd) :

 deze mythes werden ongeloofwaardig na een tijd waardoor men behoefte kreeg aan een
nieuwe manier van denken
 ontstaan democratie (vrije samenleving waarop op vrije manier werd gediscussieerd en
beslissingen genomen
 de handel
In het oude Griekenland:
 opkomst van een klasse van handelaars en ambachtslieden
deze groepen werden relatief rijk door hun economische activiteit waardoor ze
automatisch relatief meer te zeggen hadden
deze klasse begon op te komen voor haar rechten
nood aan vorming en ideeën om hun plaats op te kunnen eisen
 blootstelling aan buitenlandse invloeden
 reële en intellectuele abstractie
geld creëert abstractie: je probeert van geld meer geld te maken (et maakt niet uit
waarin je dan investeert)

link tussen handel en filosofie MAAR verhouding is erg dubbelzinnig en vaak negatief
(meeste filosofen probeerden zich hier tegen te verzetten)(Socrates heeft bijvoorbeeld altijd
betaling geweigerd)

(voorbeeld dood Socrates als ethisch dilemma: bewakers omkopen en vluchten ? want
corruptie is verkeerd maar blijven lijkt alsof vrienden geen moeite hebben gedaan … hangt
eer af van het oordeel van de massa die er net voor zorgde dat Socrates opgesloten zat…)

2. Relatie handel en filosofie:
Algemeen: negatieve attitudes tegenover geld en de handel
reden waarom kapitalisme pas zo laat is kunnen ontstaan

Waarom deze slechte relatie?

 Geld heeft een verontrustend vermogen
men kan zich iets toe-eigenen zonder het echt te verdienen (vb. kunst kopen zonder
smaak, eer kopen zonder het te verdienen,…)
geld trekt zich niet aan van tradities en conventies
geld stelt alles aan elkaar gelijk: nivellering (makt abstractie en miskent specificiteit en
uniciteit van dingen) => PARADOXAAL: dit uniciteitsverlies is ook van toepassing bij de
filosofie (concepten)

,2.1 PLATO EN HANDELAARS:

Waarom?

 Ze produceren niet maar zijn slechts ‘intermediair’
 Ze zijn vaak vreemdelingen
Plato is tegen een havenstad en handelaars (pro autarchie = overgewicht van politiek op
economie) want deze heeft een corrumperend effect
 Ze waren vaak tegelijk bankiers (woekeraars)

OPGELET: Socrates en Plato zijn niet tegen rijkdom als dusdanig
belangrijk onderscheid: goede rijkdom uit productieve arbeid en slechte rijkdom uit handel en
financiële activiteit

Sofisten = is volgens Aristoteles een man die geld verdient met wat kennis lijkt te zijn maar het
eigenlijk niet is
ze verkopen opinies : rondtrekkende leraren betaalt door rijke klasse om kinderen te onderrichten
(terwijl deze het product zelf niet echt kent en dus indifferent zijn ten opzichte van het product ende
waarheid)
’de sofist is onwetend en weet niet dat hij onwetend is’
ze doen zelf niet aan wetenschap of filosofie en produceren geen nieuwe kennis
’echte’ filosofen weigeren geld als betaling voor hun inzichten

 Geen gemeenschappelijke maatstaaf
 Prijs plakken op kennis is een intrinsiek probleem
 De waarheid is onbetaalbaar
 Filosofie en wetenschap vereisen belangeloosheid, onvoorwaardelijke toewijding

=is ook paradoxaal: ze vereisen marktruil voor hun kennis maar willen tegelijkertijd het prestige en
erkenning van de oude wijze (gift) => deze twee gaan niet samen

Aletheia = het onthullen of bovenbrengen van het verborgene/het vergetene = PRESOCRATISCH
ontstaan van de publieke ruimte: hervorming: plaats van discussie en contestatie (vb. krijgers die
hun buit samenbrengen op één plaats en ze via lottrekking verdelen)
waarheid wordt ‘doxa’: situatie gebonden en toegankelijk voor iedereen
past beter bij sofisten die relativisten zijn (filosofen zoeken naar een absolute waarheid)
herwaardering van sofisten in de context van de moderne democratie : de intellectuelen van een
nieuwe generatie en nieuwe klasse die zich richten tegen de oude socratische waarden (nieuwe
waarden: eloquentie en argumentatie (deelnemen aan het leven in de polis) in plaats van
bijvoorbeeld militaire deugden)

2.2 TRANSFORMATIE VAN DE EDUCATIE

Sofisten maakten kennis publiek en niet langer enkel toegankelijk door initiatierituelen
democratisering van de kennis (onderwijs voor wie betaalt)

Kritiek filosofen:

 Het verkoopbaar maken van educatie bereidt jonge mensen niet langer voor op het dienen
van de publieke zaak
 Transformatie relaties: toegang tot kennis afhankelijk van rijkdom => betaler wordt een
klant/werkgever => tegenstrijdig met giftlogica en hiërarchie meester-leerling

,2.3 PRADOXALE POSITIE FILOSOFEN

Socrates:

 Enerzijds: idee van kennis gebaseerd op tegensprekelijk debat en uitwisseling ven ideeën
(‘democraisch’)
 Anderzijds: oude wijsheid van de ingewijde (de meester)

kennis kan niet gereduceerd worden tot ene technisch middel, maar is ook niet gegrond in
goddelijk gezag

filosofen beginnen dus eerder een soort van tussenpositie in te nemen waarbij het sacraal karakter
van een idee en kennis een beetje vervalt (betekenisverlies?)

er verandert iets fundamenteel in hoe filosofen de werkelijkheid proberen te begrijpen en dus in
hun wereldbeeld: van het magische overstappen op meer rationeel denken aan de hand van redelijke
principes)
de magie van de werkelijkheid valt weg = onttovering = desacralisering
eerste filosofen waarschuwen voor de ontsporing van deze tendensen

2.4 CHREMASTISTIEK

Aristoteles: “sofistiek is een soort van chrematistiek”
er is niets mis met de handel op zich: geld en ruil maken differentiatie van activiteiten mogelijk
MAAR echter binnen bepaalde limieten

Oikonomia = ‘huishoudkunde’
productie en ruil maken deel uit van dit domein (oikos) onder leiding van het hoofd van de familie
daar is deze activiteit dan ook perfect leerzaam
’telos’ van de oikos is de polis : de eigendom en de economische activiteit staan in functie van het
goede leven in de praxis
er bestaat dus wel degelijk zoiets als natuurlijke goede eigendommen: in functie van behoeften en
welzijn van de oikos => functie: consumptie + ruil

<-> geld: slechts één functie ‘vermogensvorming’ wat degeneratie mogelijk maakt en geen beperking
kent => mogelijkheid tot perversie wanneer accumuleren het doel opzich dreigt te worden

 Geld als middenterm tussen twee andere goederen
 autonomisering geld als accumulatiemiddel is problematisch: verstoring natuurlijke ruil
binnen de polis (mensen verliezen politieke leven als centrum)

(praxis = de activiteit die zijn doel in zich heeft <-> poiesis = er is een scheiding tussen de activiteit en
een extern doel of resultaat)(zie Hannah Arendt: wereld komt tot stand als gevolg van werk wat een
product genereert)

+enkel een levend wezen kan zich voortplanten (alle andere voortplantingen zijn tegen de natuur)

chrematistiek = de kunt van het vererven van geld als doel opzich
winsten via rente op leningen, speculatieve handel,…
is iets zeer onnatuurlijk
ook verkregen eigendom wordt onnatuurlijk + verlies ondergeschiktheid aan de polis: het
verlangen naar geld is niet meer verbonden met het verlangen naar het goede leven
handelaar: doet aan poiesis maar niet aan praxis: heeft geen doel mee en brengt geen goed meer
voort, zijn activiteit leidt niet langer tot een deugd of excellentie

, 3. Het wereldbeeld van Aristoteles:
Aristoteles als wetenschapper:

 empirische methode:
o inventariseren en classificeren (ordenen)
o zowel natuur (planten, dieren,…) als politiek (regimes)
 geen experimenten!! Maar enkel observeren
in open lucht (zie citaat de bizon)
 eenheid en hiërarchie van de kennis
alle weten vormt 1 systeem dat hiërarchisch geordend is (vb. biologie < fysica <
metafysica)

hij meet niet of zoekt niet naar wiskundige verbanden (hoewel meetinstrumenten en wiskundige
inzichten wel voorhanden waren) hij probeert de essentie van dingen te bepalen (doel/functie)

De theorie van 4 oorzaken: causaal verband zoeken

1. materiële oorzaak
”het bestanddeel waaruit iets ontstaan”: de materie
vb. brons van een standbeeld
2. de formele oorzaak
de vorm
vb. de vorm van een standbeeld
3. de efficiëntie of bewerkende oorzaak
”de bron van de verandering of rust”
vb. de beeldhouwer is de bewerkende oorzaak van de totstandkoming van het beeld
4. de doeloorzaak
alles in de werkelijkheid streeft vanuit zichzelf een doel na (streefdoel gericht op
vervolmaking)
vb. de beeldhouwer maakt het beeld met een doel voor ogen / een eikel streeft
ernaar een eik te worden / de mens streeft ernaar een zo volmaakt mogelijk mens te
worden (kunnen we bereiken door uw reden te ontwikkelen door aan wetenschap en
filosofie te doen)
het wezen van een eend is een zwemmer te zijn => daartoe heeft de eens
zwemvliezen nodig => daarom is het ‘goed’ dat eenden zwemvliezen hebben => dankzij
de zwemvliezen kan de eend haar ‘goed’ bereiken

volgens Aristoteles streeft alles een inherent doel na (deze doelen zijn onderling verbonden)

MAAR ultieme doel ?
er moet een ultiem doel zijn , anders is streven zinloos
 god als filosofische hypothese: ‘de onbewogen beweger’

 onbewogen: hij kan zelf niet veroorzaakt zijn, want hij is volmaakt (+ als hij in beweging wordt
gebracht door iets ander kan hij het einddoel niet zijn)
 beweger: hij doet bewegen
 een ‘filosofische’ god

 een onbewogen beweger geeft aanzet tot verandering als object van verlangen (een verlangen is
zinvol!!)

Documentinformatie

Geüpload op
22 december 2023
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€8,00

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
mariewillemen
3,2
(6)
Verkocht
120
Volgers
34
Items
8
Laatst verkocht
5 dagen geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen