EXAMENVRAGEN CRIMINOLOGISCHE WETENSCHAPPEN 1STE JAAR BACHELOR
VAK : CRIMINOLOGIE
1STE ZIT
DOCENT MARC COOLS
ACADEMIEJAAR 2015-2016
Vier soorten vragen :
- Criminologen (3 punten)
- Begrippen (4 punten)
- Theorievorming (10 punten)
- Extra geziene leerstof bv.documentaire (3 punten)
(voor dit examen kreeg je 3 uur)
1.) Bespreek volgende criminologen en leg uit wat deze criminologen betekend hebben
in de criminologie (3 punten) :
a.) Sutherland
De Noord-Amerikaanse criminoloog Edwin Sutherland, die aanvankelijk bij zijn
criminologiebeoefening de strafrechtelijke definitie van criminaliteit hanteerde, vond deze
criminaliteitsdefinitie later te beperkt voor zijn studie van de sociaal schadelijke praktijken
gepleegd door respectabele personen met een hoge sociale status. Slechts een aantal van
deze praktijken werden immers in zijn tijd door het strafrecht als misdrijven omschreven. Om
de ‘witteboordencriminaliteit’ wetenschappelijk te kunnen bestuderen en aldus een
algemeen geldende criminaliteitstheorie te ontwikkelen achtte Sutherland een minder eng
geformuleerde criminaliteitsdefinitie dan de strafrechtelijke noodzakelijk/ Hij stelde daarom
voor een bredere juridische criminaliteitsdefinitie te formuleren aan de hand van de twee
abstracte criteria, ‘sociale schadelijkheid’ en ‘juridische sanctie’.
Een handeling is voor Sutherland een misdrijf wanneer deze handeling door een wet wordt
gedefinieerd als sociaal schadelijk en wanneer deze wet een sanctie voorziet tegen de pleger
van deze inbreuk op de rechtsnorm, ongeacht of het opleggen van deze sanctie via
strafrechtelijke, civielrechtelijke of administratieve procedure geschiedt.
Hij heeft veel belang gehecht aan de criminologische theorievorming.
, b.) Bonger
Belangrijke criminoloog in de neo-marxistische criminologie. Bonger schreef 4 belangrijk
werken: ‘Geloof en misdaad. Een criminologische studie’, ‘Inleiding tot de criminologie’. ‘Ras
en Misdaad’ en ‘Criminalité et conditions économiques’. Ook onderscheidt Bonger 5 typen
van als crimineel gedefinieerde handelingen: economische misdrijven, seksuele misdrijven,
misdrijven uit wraak en andere motieven, politieke misdrijven en pathologische misdrijven.
c.) Hirshi
Op het einde van jaren 60 werkte Hirshi zijn sociale controletheorie uit over
jeugddelinquentie. Hij ontwikkelde de ‘social-bounding’ theorie. Deze theorie verklaarde hoe
mensen aan elkaar gebonden zijn -> mechanismen die individuen binden aan een bepaalde
organisatie. Hij onderscheidt vier elementen die deze binding samenstellen: ‘Attachment’ (=
de band met voor de jongere significante personen), ‘Commitment’ (= inzet in conventionele
subsystemen), ‘Involvement’ (= actief functioneren in conventionele subsystemen) en
‘Beliefs’ (= het geloof in de morele waarde van de normen en waarden van de samenleving).
2 .) Leg volgende woorden uit en bespreek hun betekenis in de criminologie (4 punten) :
a.) Affaire Buikhuizen
In de Nederlandstalige criminologie maakte de bio-sociale criminologie van Wouter
Buikhuisen nogal wat ophef. Volgens hem moet de criminologische wetenschap vertrekken
van volgende uitgangspunten: de noodzaak van een interdisciplinaire benadering, de
noodzaak van een differentiële criminologie, de noodzaak van een procesmatige benadering
van delinquent gedrag, onderzoekstechnische aspecten en het werken vanuit een
waarschijnlijkheidsmodel.
VAK : CRIMINOLOGIE
1STE ZIT
DOCENT MARC COOLS
ACADEMIEJAAR 2015-2016
Vier soorten vragen :
- Criminologen (3 punten)
- Begrippen (4 punten)
- Theorievorming (10 punten)
- Extra geziene leerstof bv.documentaire (3 punten)
(voor dit examen kreeg je 3 uur)
1.) Bespreek volgende criminologen en leg uit wat deze criminologen betekend hebben
in de criminologie (3 punten) :
a.) Sutherland
De Noord-Amerikaanse criminoloog Edwin Sutherland, die aanvankelijk bij zijn
criminologiebeoefening de strafrechtelijke definitie van criminaliteit hanteerde, vond deze
criminaliteitsdefinitie later te beperkt voor zijn studie van de sociaal schadelijke praktijken
gepleegd door respectabele personen met een hoge sociale status. Slechts een aantal van
deze praktijken werden immers in zijn tijd door het strafrecht als misdrijven omschreven. Om
de ‘witteboordencriminaliteit’ wetenschappelijk te kunnen bestuderen en aldus een
algemeen geldende criminaliteitstheorie te ontwikkelen achtte Sutherland een minder eng
geformuleerde criminaliteitsdefinitie dan de strafrechtelijke noodzakelijk/ Hij stelde daarom
voor een bredere juridische criminaliteitsdefinitie te formuleren aan de hand van de twee
abstracte criteria, ‘sociale schadelijkheid’ en ‘juridische sanctie’.
Een handeling is voor Sutherland een misdrijf wanneer deze handeling door een wet wordt
gedefinieerd als sociaal schadelijk en wanneer deze wet een sanctie voorziet tegen de pleger
van deze inbreuk op de rechtsnorm, ongeacht of het opleggen van deze sanctie via
strafrechtelijke, civielrechtelijke of administratieve procedure geschiedt.
Hij heeft veel belang gehecht aan de criminologische theorievorming.
, b.) Bonger
Belangrijke criminoloog in de neo-marxistische criminologie. Bonger schreef 4 belangrijk
werken: ‘Geloof en misdaad. Een criminologische studie’, ‘Inleiding tot de criminologie’. ‘Ras
en Misdaad’ en ‘Criminalité et conditions économiques’. Ook onderscheidt Bonger 5 typen
van als crimineel gedefinieerde handelingen: economische misdrijven, seksuele misdrijven,
misdrijven uit wraak en andere motieven, politieke misdrijven en pathologische misdrijven.
c.) Hirshi
Op het einde van jaren 60 werkte Hirshi zijn sociale controletheorie uit over
jeugddelinquentie. Hij ontwikkelde de ‘social-bounding’ theorie. Deze theorie verklaarde hoe
mensen aan elkaar gebonden zijn -> mechanismen die individuen binden aan een bepaalde
organisatie. Hij onderscheidt vier elementen die deze binding samenstellen: ‘Attachment’ (=
de band met voor de jongere significante personen), ‘Commitment’ (= inzet in conventionele
subsystemen), ‘Involvement’ (= actief functioneren in conventionele subsystemen) en
‘Beliefs’ (= het geloof in de morele waarde van de normen en waarden van de samenleving).
2 .) Leg volgende woorden uit en bespreek hun betekenis in de criminologie (4 punten) :
a.) Affaire Buikhuizen
In de Nederlandstalige criminologie maakte de bio-sociale criminologie van Wouter
Buikhuisen nogal wat ophef. Volgens hem moet de criminologische wetenschap vertrekken
van volgende uitgangspunten: de noodzaak van een interdisciplinaire benadering, de
noodzaak van een differentiële criminologie, de noodzaak van een procesmatige benadering
van delinquent gedrag, onderzoekstechnische aspecten en het werken vanuit een
waarschijnlijkheidsmodel.