VRHI 3 – voortplantingsstelsel
Enkele begrippen:
à Gameten: 23 chromosomen
ð = Voortplantingscellen
ð Bij dieren: spermacellen en eicel
à Bevruchting: 2 x 23 chromosomen
ð Versmelting van een mannelijke en vrouwelijke gameet
à Gonaden:
ð = Voortplantingsorganen
ð Bij mensen: testes & ovaria
à Zygote: 46 chromosomen
ð = Bevruchte eicel
ð Alle cellen die hieruit voortkomen vormen het menselijke lichaam en hebben hetzelfde
erfelijke materiaal
Mannelijk geslachtsorgaan: overzicht
à Testes
à Epididymis – zaadleider – urethra
à Accessoire klieren
à Zaadvocht
à Penis
à Hormonen
1
, 1. Testes:
à Testikels of zaadballen: primaire geslachtskenmerken
à Hangen op in scrotum:
ð Twee scrotumholten: bevatten elk één testikel (5 cm lang, 3 cm breed, 2,5 cm dik – gewicht:
10 tot 15 gram)
ð Dunne huidlaag met glad spierweefsel (tunica dartos)
ð Contractie tunica dartos geeft gerimpeld uitzicht
ð Onder de lederhuid: m cremaster:
o Samentrekken: testes korter bij het lichaam
o Ontspannen: testes iets lager, lagere temperatuur
o Doel: testes op 1,1°C lager dan de lichaamstemperatuur voor spermatogenese
à Bouw:
ð Testes verpakt in dicht vezelig kapsel: tunica albuginea
ð Van hieruit vertrekken collagene vezels, deze vormen tussenschotten (septa)
ð Geeft een verdeling in ongeveer 250 lobjes, bevat 800 opgerolde testiskanaaltjes = 1,5
km/testis
ð Spermatogenese vindt plaats in testiskanaaltjes
ð Tijdens afrijping doorstuwing naar de rete testis naar epididymus
à Tussen de testiskanaaltjes:
ð Interstitiële cellen: produceren androgenen (= testosteron)
ð Sertolicellen zijn steunende cellen die de zich ontwikkelende spermacellen voeden
2. Spermatogenese:
à Bij meiose ontstaat gameten, die half zoveel chromosome hebben als de lichaamscellen. Uit elke
cel die een meiose ondergaat, ontstaatn in de testes vier spermacellen.
à Stap 1: Mitose
ð Start spermatogonium
o In buitenste laag van de testiskanaaltjes
o Gedurende ganse leven blijft de mitose doorgaan
o Een dochtercel wordt in de holte van het testiskanaaltje geduwd
o Differenciatie tot spermatocyten
à Stap 2: Meiose
ð Start spermatocyte
o Vorming van geslachtscellen die slechts de helft van het aanal chromosome bevatten
van de lichaamscellen
o Differentiatie tot spermatiden
à Stap 3: Spermiogense
ð Differentiatie tot spermatozoën
ð Gaan de testeskanaaltjes in
ð Haploïd
2
Enkele begrippen:
à Gameten: 23 chromosomen
ð = Voortplantingscellen
ð Bij dieren: spermacellen en eicel
à Bevruchting: 2 x 23 chromosomen
ð Versmelting van een mannelijke en vrouwelijke gameet
à Gonaden:
ð = Voortplantingsorganen
ð Bij mensen: testes & ovaria
à Zygote: 46 chromosomen
ð = Bevruchte eicel
ð Alle cellen die hieruit voortkomen vormen het menselijke lichaam en hebben hetzelfde
erfelijke materiaal
Mannelijk geslachtsorgaan: overzicht
à Testes
à Epididymis – zaadleider – urethra
à Accessoire klieren
à Zaadvocht
à Penis
à Hormonen
1
, 1. Testes:
à Testikels of zaadballen: primaire geslachtskenmerken
à Hangen op in scrotum:
ð Twee scrotumholten: bevatten elk één testikel (5 cm lang, 3 cm breed, 2,5 cm dik – gewicht:
10 tot 15 gram)
ð Dunne huidlaag met glad spierweefsel (tunica dartos)
ð Contractie tunica dartos geeft gerimpeld uitzicht
ð Onder de lederhuid: m cremaster:
o Samentrekken: testes korter bij het lichaam
o Ontspannen: testes iets lager, lagere temperatuur
o Doel: testes op 1,1°C lager dan de lichaamstemperatuur voor spermatogenese
à Bouw:
ð Testes verpakt in dicht vezelig kapsel: tunica albuginea
ð Van hieruit vertrekken collagene vezels, deze vormen tussenschotten (septa)
ð Geeft een verdeling in ongeveer 250 lobjes, bevat 800 opgerolde testiskanaaltjes = 1,5
km/testis
ð Spermatogenese vindt plaats in testiskanaaltjes
ð Tijdens afrijping doorstuwing naar de rete testis naar epididymus
à Tussen de testiskanaaltjes:
ð Interstitiële cellen: produceren androgenen (= testosteron)
ð Sertolicellen zijn steunende cellen die de zich ontwikkelende spermacellen voeden
2. Spermatogenese:
à Bij meiose ontstaat gameten, die half zoveel chromosome hebben als de lichaamscellen. Uit elke
cel die een meiose ondergaat, ontstaatn in de testes vier spermacellen.
à Stap 1: Mitose
ð Start spermatogonium
o In buitenste laag van de testiskanaaltjes
o Gedurende ganse leven blijft de mitose doorgaan
o Een dochtercel wordt in de holte van het testiskanaaltje geduwd
o Differenciatie tot spermatocyten
à Stap 2: Meiose
ð Start spermatocyte
o Vorming van geslachtscellen die slechts de helft van het aanal chromosome bevatten
van de lichaamscellen
o Differentiatie tot spermatiden
à Stap 3: Spermiogense
ð Differentiatie tot spermatozoën
ð Gaan de testeskanaaltjes in
ð Haploïd
2