Micro-economie
INTRODUCTION TO ECONOMICS
AUDREY BOLLEN
,HOOFDSTUK 1:
TEN PRINCIPLES OF ECONOMICS
Wie produceert?
Hoe produceren?
WHAT IS ECONOMOMICS?
Voor wie produceren?
THE ECONOMIC PROBLEM
Economie: oneindige behoefte ⇔ beperkte middelen
Arbeid (A) = fysiek en mentaal
effort van mensen
Keuze maken Kapitaal (K) = uitrustingen en
structuren
Natuur (N) = grondstoffen
SCARCITY AND CHOICE
Schaarste: er zijn limieten op de middelen niet alle G&D produceren die mensen willen hebben
Economie = de studie hoe de maatschappij zijn gelimiteerde middelen (A, N, K) verdeeld
Economisten onderzoeken:
Micro-economie:
1. Hoe mensen beslissingen nemen bestudeert manier waarop huishoudens
2. Hoe mensen interageren met elkaar en bedrijven beslissingen nemen & hoe zin
(+++ consumenten: p & q beïnvloedden) in specifieke markten samenwerken
3. Invloeden op economie als geheel Macro-economie:
(inflatie, werkloosheidscijfer, bbp) bestudeerd fenomenen die de gehele
economie bekijken
HOW PEOPLE MAKE DECISIONS (1)
De economie: alle producties en wissel activiteiten die de hele dag plaatsvinden (K & VK)
Economische activiteit: hoeveel K & VK gebeurd gedurende een bepaalde periode
1. PEOPLE FACE TRADE-OFFS
= Mensen moeten keuzes maken
- Om 1 goed te willen, moeten we een ander goed opgeven
- Voordelen en nadelen van goederen tegen elkaar opwegen
Keuzes van de maatschappij
• Defensie & voeding: meer geld aan defensie (verdedigen land) = minder geld aan
consumptie goederen (levensstandaard)
• Efficiëntie & gelijkheid:
o Efficiëntie = de economie krijgt zoveel als mogelijk van schaarse middelen
o Gelijkheid = de voordelen van die middelen zijn eerlijk verdeeld onder het volk
Geld van rijken naar armen minder beloning goed werk = minder werken en minder
produceren
2. THE COST OF SOMETHING IS WHAT YOU GIVE UP TO GET IT
= De kosten van iets worden bepaald door datgene wat we willen opgeven om het te krijgen
Opportuniteitskosten: het gene wat je opgeeft om iets te verkrijgen (bv studeren ⇔ werken)
3. RATIONAL PEOPLE THINK AT THE MARGIN
= Rationele mensen denken in de marge (stuk per stuk, chronologisch)
Marginale veranderingen: kleine stapsgewijze aanpassingen aan een plan of actie
Bv: je mag onbeperkt pizza eten. Je gaat niet binnen met de gedachte dat je 25 pizza’s gaat
eten, maar dit je begint met 1 pizza en dan beslist of je nog een pizza eet.
,4. PEOPLE RESPOND TO INCENTIVES
= Mensen reageren op prikkels
Beslissingen voordelen & nadelen
gedrag veranderen?
Bv: prijs appel stijgt meer peren eten, taksen in UK als huis leeg staat huizen slopen > betalen
HOW PEOPLE INTERACT (2)
5. TRADE CAN MAKE EVERYONE BETTER OFF
= Handel kan in ieders belang zijn
Amerika & China ⇔ Europa produceren veel dezelfde G als EU
Handel betere economie
groter assortiment G&D tegen lagere kost
Bv: gezinslid doet boodschappen ⇔ veel mensen: beste goed alles zelf produceren
handel tussen gezinnen elk gezin laten doen waar hij goed in is (boer, naaister … )
6. MARKETS ARE USUALLY A GOOD WAY TO ORGANIZE ECONOMIC ACTIVITY
= Markten zijn vaak goede manier om economische activiteit te organiseren
(vrije) Markteconomie: economie waarin vraag en aanbod een centrale rol spelen in de
productie van de goederen en waarin de overheid geen rol speelt
Bv: communistische landen: vroeger geleid door overheid op afstappen omdat dat
beperkingen oplegt
7. GOVERNMENT CAN SOMETIMES IMPROVE MARKET OUTCOMES
= Overheden kunnen de resultaten van de markt soms verbeteren
Overheid beschermt de economie:
- Veiligheid
Boer zaait niet als hij verwacht dat zijn teelt gestolen zal worden
- Efficiëntie
Mislukking van de markt: een situatie waarin niet alle middelen efficiënt gebruikt worden
Uiterlijkheid: voordelen of nadelen van iemands beslissing over het welzijn van een derde
waarbij de beslissingsnemer geen rekening bij houdt
Marktmacht: de mogelijkheid van 1 economisch persoon om een invloed te hebben op de
marktprijs
- Gelijkheid
Beste voetbalspeler verdient meer als beste schaakspeler omdat mensen meer willen
betalen om voetbal te zien
Niet iedereen voedsel, onderdak … RSZ
, SEM 1
Micro-economie
PART 2: SUPPLY AND DEMAND: HOW MARKTES WORK
AUDREY BOLLEN