1.2
Veiligheidregels
- Lange haren vastbinden
- Ruik voorzichtig aan stoffen
- Eet en drink niet in het practicumlokaal
- Was na afloop altijd goed je handen
- Richt een reageerbuis nooit op jezelf of anderen
- etc...
Handeling = iets wat je doet (doe je met je handen)
Waarneming = iets wat je ziet, hoort, voelt of ruikt (doe je met zintuigen)
Conclusie = nadenken over je waarneming en daar een conclusie uit trekken (doe je met je
verstand)
Gedestilleerd water = kraanwater waar alle opgeloste stoffen uit zijn gehaald
Demiwater = kraanwater waar alleen opgeloste kalk uit is gehaald
Gasbrander
Gele vlam = zichtbare vlam, je kunt er geen stoffen mee verhitten, ook wel de pauzevlam
Kleurloze vlam = gebruik je meestal als je een kleine hoeveelheid stof voorzichtig moet
verwarmen
Ruisende vlam = heeft een blauwe kern, gebruik je als je een grote hoeveelheid stof sterk
moet verhitten
Modellen = worden gebruikt om een proces beter te kunnen bestuderen, is een
vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid
, Natuurwetenschappelijk onderzoek
Een natuurwetenschappelijk onderzoek verloopt
altijd volgens een vast schema
1.3
Stoffen = iets wat massa heeft, alles om je heen bestaat uit stoffen
Stofeigenschap = een eigenschap die bij een stof hoort
- geur
- kleur
- smaak
- giftigheid
- brandbaarheid
- glanzend of niet
- magnetisch of niet
- fase
- smeltpunt
- kookpunt
- dichtheid
- oplosbaarheid
Stofconstanten = stof eigenschap die je met een getal
kunt aangeven bijvoorbeeld; het smelt en kookpunt van een stof, dichtheid van een stof
dichtheid = massa / volume -> uitkomst is een eenheid kg/m³ of g/cm³
Veiligheidregels
- Lange haren vastbinden
- Ruik voorzichtig aan stoffen
- Eet en drink niet in het practicumlokaal
- Was na afloop altijd goed je handen
- Richt een reageerbuis nooit op jezelf of anderen
- etc...
Handeling = iets wat je doet (doe je met je handen)
Waarneming = iets wat je ziet, hoort, voelt of ruikt (doe je met zintuigen)
Conclusie = nadenken over je waarneming en daar een conclusie uit trekken (doe je met je
verstand)
Gedestilleerd water = kraanwater waar alle opgeloste stoffen uit zijn gehaald
Demiwater = kraanwater waar alleen opgeloste kalk uit is gehaald
Gasbrander
Gele vlam = zichtbare vlam, je kunt er geen stoffen mee verhitten, ook wel de pauzevlam
Kleurloze vlam = gebruik je meestal als je een kleine hoeveelheid stof voorzichtig moet
verwarmen
Ruisende vlam = heeft een blauwe kern, gebruik je als je een grote hoeveelheid stof sterk
moet verhitten
Modellen = worden gebruikt om een proces beter te kunnen bestuderen, is een
vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid
, Natuurwetenschappelijk onderzoek
Een natuurwetenschappelijk onderzoek verloopt
altijd volgens een vast schema
1.3
Stoffen = iets wat massa heeft, alles om je heen bestaat uit stoffen
Stofeigenschap = een eigenschap die bij een stof hoort
- geur
- kleur
- smaak
- giftigheid
- brandbaarheid
- glanzend of niet
- magnetisch of niet
- fase
- smeltpunt
- kookpunt
- dichtheid
- oplosbaarheid
Stofconstanten = stof eigenschap die je met een getal
kunt aangeven bijvoorbeeld; het smelt en kookpunt van een stof, dichtheid van een stof
dichtheid = massa / volume -> uitkomst is een eenheid kg/m³ of g/cm³