Casussen afstammingsrecht
Dit is handig voor het examen, je moet deze kaders combineren, zodat je zeker alles aanhaalt
en al je punten kan krijgen. Op het examen zal er niks komen over de vestiging van het
moederschap, enkel het vaderschap en het meemoederschap.
Er is een verschil tussen erkenning en gerechtelijke vaststelling! (je mag deze twee niet door
elkaar halen, dat zijn twee totaal verschillende wijzen van vestiging, dus verwissel die
artikelen niet!) + de problemen van overgangsrecht (in het kader hieronder) moet je niet
kennen.
+ zet bij de gerechtelijke vaststelling (kader rechts onder), erbij wie de titularis van de
vordering is, en de termijn. (art 332 ter, lid 1 en 331 ter BW.)!!!!!! vollediger!
, Alleen de dia hierboven, zijn de arresten die nog niet in de wetgeving zijn opgenomen. Dus
deze ga je in een casus op het examen moeten combineren met je wet!!
zo kan het vaderschap op meemoederschap worden betwist. (van het moederschap moet
je niet kennen voor het examen!). De vette tekst is heel belangrijk.
weet ook, dat je twee vorderingen hebt, bij het bewijs van niet vaderschap moet je altijd
eerst nummer 1 toepassen omdat dat de kosten van een dna onderzoek kan uitspraren. En
als dat niet lukt moet je tegenbeijs leveren met een dna onderzoek waaruit blijkt dat de
echtgenoot niet de biologische vader is. (die artikelen moet je goed in het oog houden! Niet
enkel art 330) proff is heel streng in wetsartikelen dus als je redenering juist is maar foute
artikelen of enkel maar 330 vermelden is je antwoord fout.