Hoofdstuk 4: Bacteriële genetica
4.1 Variabiliteit
Bacteriën bekend om variabiliteit:
Een reincultuur vertoont na verloop van tijd kolonies met afwijkende
morfologie
Vers geïsoleerde reinculturen van pathogene bacteriën verliezen
gedeeltelijk hun virulentie ze vormen minder toxine of verliezen
antigenen
4.1.1 Fenotypische aanpassingen
Veranderingen die plots verschijnen of verdwijnen bij meerderheid bacterie
soorten
Afhankelijk van milieuomstandigheden
Berusten op interne regulatie door inductie van nieuwe en repressie van
oude enzymen
Blijven binnen variatiebreedte van genoom + DNA ongewijzigd
4.1.2 Genotypische aanpassingen
Fundamentele verandering in genoom mutatie
Bij beperkt aantal bacteriën
Willekeurige eigenschap
4.2 Mutaties
4.2.1 Soorten mutaties
Mutatie = verandering in basenparen van DNA
Mogelijk verandering veroorzaakt in product waar gen voor codeert
Puntmutatie: meest voorkomend 1 basen paar betrokken 1 base
vervangen
o Als geen effect op AZ-sequentie ’silent’ mutatie
Nonsense mutatie: stopcodon gecreëerd slechts eiwitfragment
gesynthetiseerd
Frameshift mutatie: 1 of meer basenparen verdwijnen (deletie) of
toegevoegd (insertie) verschuiving translatieleesraam
Spontane mutatie : onafhankelijk van milieuomstandigheden ( treed zo nu en
dan op)
Geinduceerde mutatie : onder invloed van mutagenen
4.2.2 Mutagenen
Fysische of chemische middelen inducenen mutaties mutatie frequentie
verhogen
Chemische mutagenen:
Salpeterigzuur (HNO2): modificeert A basen paart niet meer met T maar met
C
Base-analogen: stoffen inbouwen in DNA veroorzaken fouten in basenparing
1
, Benzopyreen: aanwezig in rook en roet frameshift mutaties veroorzaken
Aflatoxine: schillel groeit op aardnoten en granen frameshift mutageen
Ioniserende straling: krachtig mutageen veroorzaakt breuken in DNA-streng
deleties en translocaties
4.2.3 Mutatiefrequentie
= kans op mutatie per cel per deling (replicatie)
Tussen 10-7 en 10-11
Invloed mutagene verhoogt met factor 10 tot 1000
4.2.4 Identificatie
4.2.4.1 Identificatie van mutanten
Testen op veranderd fenotype
Altijd in zeer kleine aantallen aanwezig in populatie (aan of afwezigheid
mutagenen)
Moeilijk aan te tonen
o Maar bacteriën reproduceren snel
o Gemakkelijk in grote aantallen gekweekt
o Bezitten van elk gen 1 exemplaar
Effecten gemuteerd gen niet gemaskeerd door aanwezigheid
normale versie
Positieve selectiemethode: Mutanten opgespoord door aanwezigheid
gemuteerde cellen op testbodem +Lezen p 42
Veel mutaties niet zo gemakkelijk detecteerbaar
Wetenschappers mutaties die bepaalde biochemische pathways
uitschakelen synthesepathways van bepaalde aminozuren
Prototroof = wild type (oorspronkelijke niet gemuteerde bacterie) in staat
alle noodzakelijke AZ te synthetiseren
Auxotroof = bacterie kan door mutatie 1 of meerdere AZ niet meer
synthetiseren +p42
Zulke mutaties opsporen negatieve selectiemethode replicatechniek
2
4.1 Variabiliteit
Bacteriën bekend om variabiliteit:
Een reincultuur vertoont na verloop van tijd kolonies met afwijkende
morfologie
Vers geïsoleerde reinculturen van pathogene bacteriën verliezen
gedeeltelijk hun virulentie ze vormen minder toxine of verliezen
antigenen
4.1.1 Fenotypische aanpassingen
Veranderingen die plots verschijnen of verdwijnen bij meerderheid bacterie
soorten
Afhankelijk van milieuomstandigheden
Berusten op interne regulatie door inductie van nieuwe en repressie van
oude enzymen
Blijven binnen variatiebreedte van genoom + DNA ongewijzigd
4.1.2 Genotypische aanpassingen
Fundamentele verandering in genoom mutatie
Bij beperkt aantal bacteriën
Willekeurige eigenschap
4.2 Mutaties
4.2.1 Soorten mutaties
Mutatie = verandering in basenparen van DNA
Mogelijk verandering veroorzaakt in product waar gen voor codeert
Puntmutatie: meest voorkomend 1 basen paar betrokken 1 base
vervangen
o Als geen effect op AZ-sequentie ’silent’ mutatie
Nonsense mutatie: stopcodon gecreëerd slechts eiwitfragment
gesynthetiseerd
Frameshift mutatie: 1 of meer basenparen verdwijnen (deletie) of
toegevoegd (insertie) verschuiving translatieleesraam
Spontane mutatie : onafhankelijk van milieuomstandigheden ( treed zo nu en
dan op)
Geinduceerde mutatie : onder invloed van mutagenen
4.2.2 Mutagenen
Fysische of chemische middelen inducenen mutaties mutatie frequentie
verhogen
Chemische mutagenen:
Salpeterigzuur (HNO2): modificeert A basen paart niet meer met T maar met
C
Base-analogen: stoffen inbouwen in DNA veroorzaken fouten in basenparing
1
, Benzopyreen: aanwezig in rook en roet frameshift mutaties veroorzaken
Aflatoxine: schillel groeit op aardnoten en granen frameshift mutageen
Ioniserende straling: krachtig mutageen veroorzaakt breuken in DNA-streng
deleties en translocaties
4.2.3 Mutatiefrequentie
= kans op mutatie per cel per deling (replicatie)
Tussen 10-7 en 10-11
Invloed mutagene verhoogt met factor 10 tot 1000
4.2.4 Identificatie
4.2.4.1 Identificatie van mutanten
Testen op veranderd fenotype
Altijd in zeer kleine aantallen aanwezig in populatie (aan of afwezigheid
mutagenen)
Moeilijk aan te tonen
o Maar bacteriën reproduceren snel
o Gemakkelijk in grote aantallen gekweekt
o Bezitten van elk gen 1 exemplaar
Effecten gemuteerd gen niet gemaskeerd door aanwezigheid
normale versie
Positieve selectiemethode: Mutanten opgespoord door aanwezigheid
gemuteerde cellen op testbodem +Lezen p 42
Veel mutaties niet zo gemakkelijk detecteerbaar
Wetenschappers mutaties die bepaalde biochemische pathways
uitschakelen synthesepathways van bepaalde aminozuren
Prototroof = wild type (oorspronkelijke niet gemuteerde bacterie) in staat
alle noodzakelijke AZ te synthetiseren
Auxotroof = bacterie kan door mutatie 1 of meerdere AZ niet meer
synthetiseren +p42
Zulke mutaties opsporen negatieve selectiemethode replicatechniek
2