,MODULE 2
De cel
,Algemene opbouw
⑧
S
S
, 1) membranen : compartimentaliseren
a e
Fosfolipiden
S
· :
Six
-
-
⑳
⑤
65
-
⑤
I
b
E
9
⑤
-
↳
= grote eiwitstructuren waardoor uitwisseling
kan gebeuren van bepaalde stoffen
Bv. ionenkanalen: Cl- getransporteerd
: Jj"
I
E
E
-
S
I
5
E
:
Bv. receptoren: signaaltransductie waarbij er signaal van de
buitenkant naar de binnenkant wordt doorgegeven en langs
de binnenkant wordt een bepaalde signaalpathway
ingeschakeld
, ...
⑨
E
Transport in/door membraan
S
Buiten
Binnen S
⑧
⑤
S
⑧
Grote partikels worden opgenomen door de cel Eiwitten betrokken bij aanmaak van deze structuren
Bv. macrofaag die een bacterie opneemt - clathrine : opname van partikels
en binnenin de cel ‘opeet’ - caveoline : proces van transcytose
Bv. In darm/ bloed-hersenbarriere
Celdrinken= opnemen van kleine partikels
Kleine hoeveelheden water en elektrolyten
worden opgenomen
, =
Buitenste kernmembraan
2) kern
Perinucleaire ruimte
Nucleoplasma
DNA in open structuur
·...
DNA in gecondenseerde structuur
Nucleoporen
Perinucleolaire
chromatine
Pars amorfa
I
Nucleolus
⑧
⑧
⑱
-
..
O
Vorming lipiden
·
• fosfolipiden Fibrillaire structuren
↓
• vetzuren RNA
Ribosomen: translatie
Verwerken van eiwitten die gesecreteerd worden/
S
In bepaalde membraanstructuren terecht moeten komen
Euchromatine: open structuur, makkelijk bereikbaar voor eiwitten en gaat actieve TXN kunnen ondergaan (DNA —> RNA)
Heterochromatine: minder toegankelijk, genen in deze zones kunnen minder gemakkelijk afgeschreven worden
,3) mitochondriën : energiehuishouding in onze cellen
vergelijkbare structuur met kern (bestaat uit dubbel membraan)
DNA geërfd van moeders kant
Buitenste membraan
Dubbele fosfolipidenlaag
S
Binnenste membraan met
invaginaties = cristae
Zorgt ervoor dat intramembranaire
ruimte groot genoeg kan zijn
(volumevergroting)
Intermembranaire ruimte
Belangrijk energieproducerend
proces gebeurt hier
PROTONENGRADIËNT
Gaat ervoor zorgen dat het ATP-synthase
goed kan werken
Exces aan protonen in We krijgen protonen in verhoogde concentratie
intermembranaire ruimte door de elektronentransportketen
= complexen die ervoor zorgen dat er
elektronen worden doorgegeven
-
Tijdens overzetting van e- worden er p+
getransporteerd van de binnenkant van
=
mitochondriën naar intermembraanruimte
s
90
Energiebron =
e- komt uiteindelijk terecht op een half
Terugvloeien met gradiënt mee zuurstofatoom dat met een aantal p+
d
⑤
Zijn afkomstig van het Krebscyclus
water zullen vormen
reducerend vermogen
, Se
Kern
!
E
A
! in
B
Eiwit met functie
-
8..
·
·
Golgi-apparaat
S
mee
Frans
·
Secretie
41
g
Wijzigingen aan eiwitten gebeuren:
+ suikerketens
+ sulfaatgroepen
+ klieving
Verwerkingsplaats van eiwitten ofwel
in membranen ofwel gesecreteerd
moeten worden in onze cellen
I
⑧
-
⑤
⑧
&
I
⑧
8
I
i
Afbraak van eiwitten
Lage pH
‘inclusies’ Vetzuurverbranding
- lipofuscine = ophopingen van fosfolipiden
- vet/adipocyten = opstapeling van vet
- glycogeen = opstapeling van glucose
, 4) cytoskelet : kracht, vorm, stevigheid en structuur van de cel
Eiwitten die ervoor
draadvormige structuren opgebouwd uit basiseiwitten zorgen dat
actinevezels // aan
elkaar gekoppeld
blijven en zo
georiënteerd zijn
Bv. Fibrine eiwit
MICROFILAMENTEN / ACTINEFILAMENTEN (7 nm)
-
Globulair molecule dat
E
meestal dimeer is
⑤
. -
-
G-actine F-actine Uitwisseling voedings-
stoffen in darm
90
S
Spiercellen
S
8
Dynamische structuur Buitenkant van cel
Alle andere cellen dat ~ afbraak en opbouw krijgt zekere structuur
geen spiercellen zijn en stevigheid
-
"
Spectrine
houdt cytoskelet bijeen
.
5
Aanmaak filamenten die
in die richting bewegen
Voortbeweging cellen
Spiervezels met parallelle bundels die korter worden (spiercel Uitstulpen van ‘voelsprieten’
trekt samen) en langer worden (spiercel ontspant)
, MICROTUBULI (25 nm)
E
Functies:
Tubuline Aaneenrijging globulaire eiwitten - celdeling: chromosomen eerlijk verdelen over
met holte in het midden dochtercellen
- vorming cilia of flagel (spermacel) —> beweging
-D
i
↓
⑨I
S - vorming axon (=zenuwcel) —> structuur bewaren +
Superdynamisch: structuur en lengte cargo transporteren
van buisjes kan zeer snel veranderen
CENTROSOOM = plaats waar alle microtubuli uit ontstaan
-
Centriolen loodrecht op elkaar
*
%
-
-
-
-
-
-
= gamma tubulin ring complex
Microtubuli associated proteins
Microtubuli worden uitgestraald naar
(MAP)
verschillende plaatsen in de cel
—> reguleren functie microtubuli
+ stabiliseren
Microtubuli organising centre
De cel
,Algemene opbouw
⑧
S
S
, 1) membranen : compartimentaliseren
a e
Fosfolipiden
S
· :
Six
-
-
⑳
⑤
65
-
⑤
I
b
E
9
⑤
-
↳
= grote eiwitstructuren waardoor uitwisseling
kan gebeuren van bepaalde stoffen
Bv. ionenkanalen: Cl- getransporteerd
: Jj"
I
E
E
-
S
I
5
E
:
Bv. receptoren: signaaltransductie waarbij er signaal van de
buitenkant naar de binnenkant wordt doorgegeven en langs
de binnenkant wordt een bepaalde signaalpathway
ingeschakeld
, ...
⑨
E
Transport in/door membraan
S
Buiten
Binnen S
⑧
⑤
S
⑧
Grote partikels worden opgenomen door de cel Eiwitten betrokken bij aanmaak van deze structuren
Bv. macrofaag die een bacterie opneemt - clathrine : opname van partikels
en binnenin de cel ‘opeet’ - caveoline : proces van transcytose
Bv. In darm/ bloed-hersenbarriere
Celdrinken= opnemen van kleine partikels
Kleine hoeveelheden water en elektrolyten
worden opgenomen
, =
Buitenste kernmembraan
2) kern
Perinucleaire ruimte
Nucleoplasma
DNA in open structuur
·...
DNA in gecondenseerde structuur
Nucleoporen
Perinucleolaire
chromatine
Pars amorfa
I
Nucleolus
⑧
⑧
⑱
-
..
O
Vorming lipiden
·
• fosfolipiden Fibrillaire structuren
↓
• vetzuren RNA
Ribosomen: translatie
Verwerken van eiwitten die gesecreteerd worden/
S
In bepaalde membraanstructuren terecht moeten komen
Euchromatine: open structuur, makkelijk bereikbaar voor eiwitten en gaat actieve TXN kunnen ondergaan (DNA —> RNA)
Heterochromatine: minder toegankelijk, genen in deze zones kunnen minder gemakkelijk afgeschreven worden
,3) mitochondriën : energiehuishouding in onze cellen
vergelijkbare structuur met kern (bestaat uit dubbel membraan)
DNA geërfd van moeders kant
Buitenste membraan
Dubbele fosfolipidenlaag
S
Binnenste membraan met
invaginaties = cristae
Zorgt ervoor dat intramembranaire
ruimte groot genoeg kan zijn
(volumevergroting)
Intermembranaire ruimte
Belangrijk energieproducerend
proces gebeurt hier
PROTONENGRADIËNT
Gaat ervoor zorgen dat het ATP-synthase
goed kan werken
Exces aan protonen in We krijgen protonen in verhoogde concentratie
intermembranaire ruimte door de elektronentransportketen
= complexen die ervoor zorgen dat er
elektronen worden doorgegeven
-
Tijdens overzetting van e- worden er p+
getransporteerd van de binnenkant van
=
mitochondriën naar intermembraanruimte
s
90
Energiebron =
e- komt uiteindelijk terecht op een half
Terugvloeien met gradiënt mee zuurstofatoom dat met een aantal p+
d
⑤
Zijn afkomstig van het Krebscyclus
water zullen vormen
reducerend vermogen
, Se
Kern
!
E
A
! in
B
Eiwit met functie
-
8..
·
·
Golgi-apparaat
S
mee
Frans
·
Secretie
41
g
Wijzigingen aan eiwitten gebeuren:
+ suikerketens
+ sulfaatgroepen
+ klieving
Verwerkingsplaats van eiwitten ofwel
in membranen ofwel gesecreteerd
moeten worden in onze cellen
I
⑧
-
⑤
⑧
&
I
⑧
8
I
i
Afbraak van eiwitten
Lage pH
‘inclusies’ Vetzuurverbranding
- lipofuscine = ophopingen van fosfolipiden
- vet/adipocyten = opstapeling van vet
- glycogeen = opstapeling van glucose
, 4) cytoskelet : kracht, vorm, stevigheid en structuur van de cel
Eiwitten die ervoor
draadvormige structuren opgebouwd uit basiseiwitten zorgen dat
actinevezels // aan
elkaar gekoppeld
blijven en zo
georiënteerd zijn
Bv. Fibrine eiwit
MICROFILAMENTEN / ACTINEFILAMENTEN (7 nm)
-
Globulair molecule dat
E
meestal dimeer is
⑤
. -
-
G-actine F-actine Uitwisseling voedings-
stoffen in darm
90
S
Spiercellen
S
8
Dynamische structuur Buitenkant van cel
Alle andere cellen dat ~ afbraak en opbouw krijgt zekere structuur
geen spiercellen zijn en stevigheid
-
"
Spectrine
houdt cytoskelet bijeen
.
5
Aanmaak filamenten die
in die richting bewegen
Voortbeweging cellen
Spiervezels met parallelle bundels die korter worden (spiercel Uitstulpen van ‘voelsprieten’
trekt samen) en langer worden (spiercel ontspant)
, MICROTUBULI (25 nm)
E
Functies:
Tubuline Aaneenrijging globulaire eiwitten - celdeling: chromosomen eerlijk verdelen over
met holte in het midden dochtercellen
- vorming cilia of flagel (spermacel) —> beweging
-D
i
↓
⑨I
S - vorming axon (=zenuwcel) —> structuur bewaren +
Superdynamisch: structuur en lengte cargo transporteren
van buisjes kan zeer snel veranderen
CENTROSOOM = plaats waar alle microtubuli uit ontstaan
-
Centriolen loodrecht op elkaar
*
%
-
-
-
-
-
-
= gamma tubulin ring complex
Microtubuli associated proteins
Microtubuli worden uitgestraald naar
(MAP)
verschillende plaatsen in de cel
—> reguleren functie microtubuli
+ stabiliseren
Microtubuli organising centre