Identificatie examenvragen
Vragen hoofdstuk 1: analytische performantie, kwaliteitscontrole
en kalibratie
1. 6 parameters performantie analyse geven en uitleggen
• Accuraatheid: maat voor de afwijking van exp analyseresultaat tov
werkelijke waarde. Deze mag maar 5% afwijken. Om accuraatheid van
bepaalde analysemethode te bepalen kan men zich baseren op
standaardmonsters
• Precisie: maat voor de reproduceerbaarheid van de analyseresultaten
Men gebruikt de intra-variatiecoefficient waarbij de gemiddelde
afwijking tov het gemiddelde tijdens een en dezelfde run wordt
gemeten (dus zelfde condities)
Inter-variatiecoeff: gemiddelde afw tov gemiddelde bij verschillende
runs (onder veranderde condities)
• Specificiteit: enkel de compound wordt gemeten waarin je interesse
hebt + signaal is afkomstig van de te meten compound
• Selectiviteit: een test is selectief wanneer de compound van interesse
ook met verwanten reageert en niet enkel met de stof
• Detectielimiet: minimale concentratie van de te bepalen stof die een
signaal geeft dat het dubbel is van het achtergrondsignaal. Soms
wordt ook de formule 3X SD blank signaal gebruikt
• Kwantificatielimiet: laagste concentratie van de te bepalen stof die
kwantitatief bepaald kan worden + gedefinieerd als 10 keer SD blank
signaal
Achtergrondsignaal = signaal dat niet afkomstig is van de compound.
Het kan afkomstig zijn van het solvent waarin de compound zit. Om te
corrigeren neem je een blancostaal dat je aftrekt van het andere
signaal.
1
,2. Wat versta je onder detectielimiet en specificiteit? Wat is het verschil
tussen beide parameters
Detectielimiet: minimale concentratie van de te bepalen stof die een
signaal veroorzaakt dat het dubbel is van het achtergrondsignaal
Specificiteit: Een reactie is specifiek wanneer het signaal zuiver en alleen
afkomstig is van de compound die je wil meten
Verschil tussen beiden:
Bij specificiteit is het signaal enkel afkomstig van de te meten compound.
Bij detectielimiet wordt ook achtergrondsignaal in rekening gebracht.
3. Wat is de variatiecoefficiënt, teken grafiek, wat is het verschil tussen
inter en intra variatiecoefficiënt
De variatiecoefficient (VC) wordt bepaald als de standaarddeviatie van
de verschillende metingen van hetzelfde staal/gemiddelde waarde van
de verschillende metingen van het staal.
Verschil tussen inter en intra VC:
intravariatiecoef: de gemiddelde afwijking tov gemiddelde tijdens een en
dezelfde analytische run onder dezelfde condities
2
, inter VC: gemiddelde afwijking tov gemiddelde bij verschillende runs
onder veranderede condities
4. Wat is het verschil tussen gevoeligheid en detectielimiet in een figuur?
Gevoeligheid: meetsignaal versus de concentratie
Hoe hoger signaal hoe gevoeliger de test
Detectielimiet: de concentratie van een element die een stijging in
signaal geeft die gelijk is aan de piek-tot-piek ruis van de basislijn
signal/noise ratio = 2
5. Verschil tussen accuraatheid en precisie in een figuur
accuraatheid: maat voor de afwijking
precisie: maat voor de reproduceerbaarheid
3
, 6. Verschillende vormen van interne kalibratie, verschillen en wanneer te
gebruiken?
• Standaardadditiemethode: wordt toegepast wanneer het signaal
verandert als we in een andere matrix meten bv water versus serum.
Het wordt ook toegepast wanneer het signaal verschilt per staal ->
kalibratie in serumstaal 1 en daarna in serumstaal 2 levert een
verschillend signaal op. Daarom wordt de kalibrator toegevoegd aan
het staal.
è Enkelvoudige standaardadditiemethode: ieder te analyseren staal
met en zonder toevoeging van standaardoplossing. Deze methode
kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij bepaling van aluminium in
serum. Het signaalverschil is toe te schrijven aan de toegevoegde
standaard. Beide metingen dienen wel te gebeuren onder dezelfde
condities.
Het nadeel aan deze methode is dat de accuraatheid enkel afhangt
van 1 punt, de lineairiteit dient dus vooraf geverifieerd te worden.
è Meervoudige standaardadditiemethode: voor elk staal worden
verschillende standaardoplossingen in de biologische matrix
gebruikt.
Voordeel: betere controle van de lineaire range
Nadelen: tijdrovend, grote hoeveelheden van te analyseren staal
nodig
dus: signaal verschilt per staal + verschilt tgv van verschillende
matrices
• Additiekalibratie: wordt toegepast wanneer de samenstelling van
verschillende de te analyseren monsters geen effect heeft op het
gegenereerde signaal van de stalen onderling maar er wel duidelijk
matrixeffecten waar te nemen zijn.
dus: verschil tussen biologische matrix en andere matrix maar signaal
blijft hetzelfde tussen dezelfde stalen
4
Vragen hoofdstuk 1: analytische performantie, kwaliteitscontrole
en kalibratie
1. 6 parameters performantie analyse geven en uitleggen
• Accuraatheid: maat voor de afwijking van exp analyseresultaat tov
werkelijke waarde. Deze mag maar 5% afwijken. Om accuraatheid van
bepaalde analysemethode te bepalen kan men zich baseren op
standaardmonsters
• Precisie: maat voor de reproduceerbaarheid van de analyseresultaten
Men gebruikt de intra-variatiecoefficient waarbij de gemiddelde
afwijking tov het gemiddelde tijdens een en dezelfde run wordt
gemeten (dus zelfde condities)
Inter-variatiecoeff: gemiddelde afw tov gemiddelde bij verschillende
runs (onder veranderde condities)
• Specificiteit: enkel de compound wordt gemeten waarin je interesse
hebt + signaal is afkomstig van de te meten compound
• Selectiviteit: een test is selectief wanneer de compound van interesse
ook met verwanten reageert en niet enkel met de stof
• Detectielimiet: minimale concentratie van de te bepalen stof die een
signaal geeft dat het dubbel is van het achtergrondsignaal. Soms
wordt ook de formule 3X SD blank signaal gebruikt
• Kwantificatielimiet: laagste concentratie van de te bepalen stof die
kwantitatief bepaald kan worden + gedefinieerd als 10 keer SD blank
signaal
Achtergrondsignaal = signaal dat niet afkomstig is van de compound.
Het kan afkomstig zijn van het solvent waarin de compound zit. Om te
corrigeren neem je een blancostaal dat je aftrekt van het andere
signaal.
1
,2. Wat versta je onder detectielimiet en specificiteit? Wat is het verschil
tussen beide parameters
Detectielimiet: minimale concentratie van de te bepalen stof die een
signaal veroorzaakt dat het dubbel is van het achtergrondsignaal
Specificiteit: Een reactie is specifiek wanneer het signaal zuiver en alleen
afkomstig is van de compound die je wil meten
Verschil tussen beiden:
Bij specificiteit is het signaal enkel afkomstig van de te meten compound.
Bij detectielimiet wordt ook achtergrondsignaal in rekening gebracht.
3. Wat is de variatiecoefficiënt, teken grafiek, wat is het verschil tussen
inter en intra variatiecoefficiënt
De variatiecoefficient (VC) wordt bepaald als de standaarddeviatie van
de verschillende metingen van hetzelfde staal/gemiddelde waarde van
de verschillende metingen van het staal.
Verschil tussen inter en intra VC:
intravariatiecoef: de gemiddelde afwijking tov gemiddelde tijdens een en
dezelfde analytische run onder dezelfde condities
2
, inter VC: gemiddelde afwijking tov gemiddelde bij verschillende runs
onder veranderede condities
4. Wat is het verschil tussen gevoeligheid en detectielimiet in een figuur?
Gevoeligheid: meetsignaal versus de concentratie
Hoe hoger signaal hoe gevoeliger de test
Detectielimiet: de concentratie van een element die een stijging in
signaal geeft die gelijk is aan de piek-tot-piek ruis van de basislijn
signal/noise ratio = 2
5. Verschil tussen accuraatheid en precisie in een figuur
accuraatheid: maat voor de afwijking
precisie: maat voor de reproduceerbaarheid
3
, 6. Verschillende vormen van interne kalibratie, verschillen en wanneer te
gebruiken?
• Standaardadditiemethode: wordt toegepast wanneer het signaal
verandert als we in een andere matrix meten bv water versus serum.
Het wordt ook toegepast wanneer het signaal verschilt per staal ->
kalibratie in serumstaal 1 en daarna in serumstaal 2 levert een
verschillend signaal op. Daarom wordt de kalibrator toegevoegd aan
het staal.
è Enkelvoudige standaardadditiemethode: ieder te analyseren staal
met en zonder toevoeging van standaardoplossing. Deze methode
kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij bepaling van aluminium in
serum. Het signaalverschil is toe te schrijven aan de toegevoegde
standaard. Beide metingen dienen wel te gebeuren onder dezelfde
condities.
Het nadeel aan deze methode is dat de accuraatheid enkel afhangt
van 1 punt, de lineairiteit dient dus vooraf geverifieerd te worden.
è Meervoudige standaardadditiemethode: voor elk staal worden
verschillende standaardoplossingen in de biologische matrix
gebruikt.
Voordeel: betere controle van de lineaire range
Nadelen: tijdrovend, grote hoeveelheden van te analyseren staal
nodig
dus: signaal verschilt per staal + verschilt tgv van verschillende
matrices
• Additiekalibratie: wordt toegepast wanneer de samenstelling van
verschillende de te analyseren monsters geen effect heeft op het
gegenereerde signaal van de stalen onderling maar er wel duidelijk
matrixeffecten waar te nemen zijn.
dus: verschil tussen biologische matrix en andere matrix maar signaal
blijft hetzelfde tussen dezelfde stalen
4