Financieel- en
economisch recht
2016-2017
Céline De Backer
, Céline De Backer 2016-2017
Hoofdstuk 1: Inleiding
§1 – Begrip economisch en financieel recht
Economisch recht:
Dit betreft het geheel van regels m.b.t. het statuut en instrumentarium van de onderneming
en m.b.t. het handelen van de onderneming en overheid op de markt. Het economisch recht
is een gemengde rechtstak. Het heeft namelijk privaatrechtelijke en publiekrechtelijke
aspecten. Privaatrechtelijk: het regelt de relatie tussen ondernemingen en tussen
onderneming en niet-onderneming (i.e. particulieren). Publiekrechtelijk: het regelt de relatie
tussen overheid en onderneming, alsook heeft het betrekking op de instrumenten/regels
waarmee de overheid kan ingrijpen in het marktgebeuren en het economisch verkeer, i.k.v.
de openbare orde.
De organisatie van economische activiteit heeft twee doelen:
- Ordenen van de activiteit
De overheid richt een wettelijk kader in waarin privé-initiatief zich efficiënt kan
ontplooien, rekening houdend met de algemene belangen of met regels die
specifieke belangen beschermen (vb. consumenten)
- Economische doelmatigheid
Doelstellingen van conjuncturele – of structurele aard verwezenlijken
Het economisch recht verschilt van het handelsrecht daar waar handelsrecht betrekking
heeft op kooplieden, die daden van koophandel stellen met winstbejag.
De studie van het economisch recht bestaat uit twee luiken:
- Ondernemingsrecht (m.i.v. handels- en vennootschapsrecht);
- Marktrecht.
Toekomst: afschaffing van het afzonderlijk koopmansbegrip? Deze vraag wordt gesteld
vermits het onderscheid tussen burgerlijke- en handelszaken meer en meer wordt
achterhaald. Minister Geens zou dit onderscheid in de toekomst dan ook willen afschaffen.
Financieel recht:
Dit heeft betrekking op het geldwezen, meer bepaald is dit het geheel van rechtsregels dat
het financieel systeem normeert. Hier gaat het over het juridisch statuut van geld, over het
aantrekken en laten circuleren van geldmiddelen (financiële intermediatie), het statuut en de
werking van de financiële instellingen, het toezicht op de werking van het financieel systeem
en op de toezichthoudende autoriteiten.
Het financieel recht betreft voornamelijk publiek recht, doch heeft het ook een
privaatrechtelijke kant. Publiekrechtelijk: i.v.m. organisatie en werking van de markt e.d. .
Privaatrechtelijk: regeling van de private verhouding tussen de financiële instellingen hun
klanten (bankrecht).
1