FEDERALISME EN
STAATSHERVORMINGEN
Politieke geschiedenis van België
Vubrechten
, 6.12. De opbouw van de federale staat
- 1970: einde unitaire staat o.i.v. Eyskens (zie H5 met de taalgrens)
o gewesten en gemeenschappen: pas voltooing in 1993
Gewest: economie, grond = PLAATSGEBONDEN
Gemeenschap: cultuur, onderwijs = PERSOONSGEBONDEN
- Belgisch federalisme: federalisme van gelijken
o Federale Staat kan niets opleggen: aparte bevoegdheden
o Federale regering = Gewestregering = Gemeenschapsregering
Niet eens? Naar Overlegcomité
o Federaal parlement = Gewestparlement = Gemeenschapsparlement
Exclusieve bevoegdheden: enkel bevoegd voor 1 aspect
Anderen kunnen niet tussenkomen
6.12.1. Bijzondere meerderheidswetten?
- Doel:
o Geen eenzijdige Vlaamse meerderheid
o Soepeler de staat hervormen
- Middel:
o Meerderheid in elke taalgroep
o Geen nieuwe verkiezingen nodig
6.12.2. Alarmbelprocedure
- Doel: geen wetten stemmen die 3/4de van een taalgroep niet wil
- Middel: voorstel/ ontwerp verhuist naar REGERING Kan bij elke wet!!
6.12.3. Gewest taalgebied?
- Vlaanderen: Nederlands
- Wallonië: Franstalig + Duitstalig
- Brussel: overlapping
6.12.4. Gemeenschap taalgebied?
- Vlaamse Gemeenschap: Nederlandstalig + Nederlandstalige personen in tweetalig
Brussel
- Franse Gemeenschap: Franstalig (Wallonië zonder Oostkantons) + Franstalige
personen in tweetalig Brussel DUS aparte Duitstalige gemeenschap
6.12.5. Minderheden
- Vlaanderen: faciliteitengemeenten
- Brusselse Nederlandstaligen: door gewestvorming 1988 pas garanties voor
Nederlandstaligen
- Wallonië: weinig garanties Duitstalige gemeenschap
2