HOOFDSTUK 1: BASISBEGRIPPEN
EVIDENCE-BASED PRACTISE (EBP)
= het nauwgezet, expliciet en oordeelkundig gebruik maken v/h huidig beste bewijsmateriaal in de zorg voor de individuele ZO
Letterlijk: op evidentie of op bewijsmateriaal gebaseerde praktijk
+ organisatorische en
4 pijlers om praktijkbeslissingen te nemen:
financiële
1. Klinische expertise haalbaarheid
2. Beschikbaar wetenschappelijk bewijs
3. Voorkeur en opvatting PT
4. Organisatorische en financiële haalbaarheid
De 5 stappen van EBP
STAP 1: Vertalen klinisch probleem naar beantwoordbare onderzoeksvraag
PICO:
- Patiënt = welke ZO? Populatie?
- Intervention = welke behandeling
- Comparison = vergeleken met welke (standaard) behandeling?
- Outcome = welk resultaat?
STAP 2: Het zoeken van wetenschappelijke literatuur om onderzoeksvraag zo goed mogelijk te beantwoorden
Tijdens zoektocht naar wetenschappelijke literatuur worden:
- Onderzoekartikelen 1st geselecteerd op basis van titel en abstract (samenvatting)
- Eindselectie v/d artikels gebeurt op basis van overeenstemmende onderzoeksvraag en onderzoeksontwerp
o Bieden ze antwoord op pico?
- Tot slot: Resultaten uit artikel gevonden en kritisch beoordeeld
STAP 3: Het kritisch beoordelen v/h gevonden bewijsmateriaal op kwaliteit en toepasbaarheid
zowel onderzoeksontwerp als data-analyse van kwantitatief en kwalitatief kritisch bestuderen. Barrières die VPK ondervinden:
- Gebrek aan tijd
- Beschikken over onvoldoende vaardigheden bij het opzoeken en beoordelen van wetenschappelijke literatuur
- Gebrek aan toegang tot relevante literatuur
STAP 4: Vertalen v/h onderzoek naar geschikte toepassing in de praktijk
STAP 5: Evalueren v/h resultaat en toepassing in de praktijk
WAT IS ONDERZOEK?
- Doelgericht proces
- Systematische manier
o Onderzoeksontwerp: gegevens verzamelen en analyseren
- Betrouwbaar en valide
- Onderzoeksvraag beantwoorden = deel v/d probleemstelling
1
,SOORT ONDERZOEK
Volgens DOEL
1. Fundamenteel onderzoek:
- Kennisvermeerdering als doel
- opdrachtgevers vaak universiteiten
- Geen directe meerwaarde praktijk
- theoriegericht onderzoek
- theoretisch relevant voor bachelor VPK: resultaten raadplegen en interpreteren
2. Praktijkgericht onderzoek:
- Vragen uit de praktijk beantwoorden
- o.a bachelor VPK voeren dit uit
- Onderzoeksvraag beantwoorden gebeurt door dataverzameling in de praktijk
- actie-onderzoek: onderzoeker zelf betrokken in uitvoeren van aanbevelingen
volgens GRONDVORMEN
1. kwantitatief onderzoek
- in de breedte onderzoeken, beschrijven/ samenhang/ verband,
- hier spreken we van verklarende onderzoeksvragen of hypothese
- via statische analyse resultaten weergeven
- aan de hand van enquête (= vragenlijst), experiment, kwantitatieve observatie
- conclusie die niet enkel gelden voor steekproef (populatie)
- grote groep mensen onderzoeken
- resultaat en data: cijfergegevens, grafieken, tabellen, turven
2. kwalitatief onderzoek
- in de diepte onderzoeken, ervaringen
- interviews, observatie, focusgroepen
- kleine groep mensen onderzoeken
- resultaat en data: taal/ lichaamstaal
Volgens TIJDSPERSPECTIEF
1. Cross-sectioneel onderzoek: 1 tijdstip
2. Longitudinaal onderzoek: meerdere tijdstippen
a. Trendonderzoek: bij meerdere doelgroepen
b. Panelonderzoek/cohortonderzoek: dezelfde groep
3. Retrospectief onderzoek: heden verklaren door gebeurtenis uit verleden
4. Prospectief onderzoek: vooruit kijken, resultaten meetmomenten verbinden (kan dus meerdere keren meten)
EISEN AAN EEN ONDERZOEK
Wetenschappelijke eisen
1. Empirisch (zintuigelijk waarneembaar)
- Fenomenen beschrijven (uit de werkelijkheid)
- Hypothesen (veronderstellingen of verwachtingen) nagaan: aanvaarden of verwerpen (= weerleggen, falsifiëren)
2. Onafhankelijk: objectief, weergave van werkelijkheid
3. Betrouwbaar (‘reliability’) zie fouten
4. Geldig (‘validity’) zie fouten
2
, Wetenschappelijke eisen: fouten
Bij een onderzoek doe je uitspraken over de werkelijkheid op basis van een steekproef uit de werkelijkheid. Mogelijke fouten
hierbij:
1. toevallige fouten = resultaat wijkt door TOEVAL af v/d werkelijkheid, richting van afwijking is willekeurig
2. systematische fouten = resultaat wijkt op systematische wijze af v/d werkelijkheid, richting van afwijking steeds zelfde.
Wetenschappelijke eisen: fouten in betrouwbaarheid en validiteit
Betrouwbaarheid (precisie, reproduceerbaar)
- afwezigheid van toevallige fouten = errors
- is resultaat v/h onderzoek zelfde als je het zou herhalen?
- Reproduceerbaarheid = meet ik bij herhaling hetzelfde of meet je de concepten die je wilt meten op een goede
manier = accuraatheid instrument
Validiteit (geldigheid, juistheid)
- Meet ik wat ik wil meten? Komt het resultaat v/h onderzoek overeen met de werkelijkheid
- Afwezigheid van systematische fouten = BIAS
EMPIRISCHE CYCLUS
Deductie: vertrekt vanuit theorie of ideeën , is de theorie via een hypothese getoetst aan de realiteit
Inductie: vertrekt vanuit empirische realiteit (praktijk gericht)
Empirische cyclus: inductie en deductie volgen elkaar op
ETHISCHE EISEN
- Recht op info: opdrachtgever, onderzoeker, doel studie, wat met info?
- Vrijwilligheid: weigeren kan
- Anonimiteit – vertrouwelijkheid
- Deterministische wetmatigheid = wetmatigheid zonder uitzonderingen
- Probabilistische wetmatigheid = grote kans dat het zich voordoet
PRAKTISCHE EISEN
- Efficiënt - budgetvriendelijk
- Bruikbaar - kennis en competentie onderzoeker
ONDERZOEKSFASE, ONDERZOEKSPROCES
Stap 1: onderzoeksplan
probleemstelling: aanleiding, doelstelling, afgebakend onderwerp en doelgroep, onderzoeksvraag.
Bepalen v/d grondvorm
onderzoeksontwerp: wat? Bij wie? Methodiek
Stap 2: dataverzameling
stap 3: data-analyse
stap 4: rapportage
HOOFDSTUK 2: HET ONDERZOEKSPLAN
VARIABELEN
1. Hypothesen
= een toetsbare stelling waarmee je voorlopig antwoord op de onderzoeksvraag geeft.
- Veronderstellingen of hypothesen
- Nulhypothese (H0) = geen relatie, geen verschil, geen effect gevonden
- Alternatieve hypothese (H1) = wel een effect of verschil gevonden
o Deze kunnen gericht = hier is al een idee over de richting die verband zal aannemen
o Ongericht = hier kan het verband nog alle kansen uit
3