Complot’
1. Inleiding
Coronacrisis is onderdeel van complot
o Machtige personen werken samen met WHO, westerse nationale overheden,
farmaceutische bedrijven en media
o Doel: tot nieuwe wereld orde komen waarin elite alle macht naar zich toe trekt ten
koste van gewone burgers (die al hun bezittingen verliezen)
Actuele ontwikkelingen
o Complotdenken staat in verband met cultuur, deviantie en criminaliteit
o Maatschappelijke interacties rond complotdenken in media, politiek en samenleving
dynamieken van labeling en stigmatisering bloot
2. Complottheorieën en complotdenken als terminologisch mijnenveld
Gebruik van termen ‘complottheorieën’ en ‘complotdenken’ suggereert stellingname t.o.v.
wat ‘waarheid’ is en ‘niet klopt’
Studies naar ‘complotdenken’ zijn relatief jong
o Term kwam tussen 1870-1970 in algemeen spraakgebruik terecht
o Karl Popper
Heeft term in 1945 in wetenschappelijke kringen op kaart gezet
Complottheorieën komen voort uit bewust en bedoelde menselijke acties:
waardeert denkwijze dat maatschappij en rol van mens negatief en gevaarlijk
zijn
o Hofstadter
Complottheorieën worden gekenmerkt door ‘paranoid style’
Bekritiseert politieke stijl in pathologische bewoordingen (gebruikt ‘paranoid’
niet in klinische zin) + richt zich op fenomeen complottheorie
Verlegt ook lens naar de mens achter complottheorieën: zoekt naar
achtergrondkenmerken (in het bijzonder psychologische kenmerken en
problemen) bij degenen die complottheorieën onderschrijven
Afgelopen 2 decennia: discussie in academische kringen op vlak van normatieve oordelen en
psychologische verklaringen voor complotdenken
o Verschillende auteurs wijzen erop dat normatieve oordeel complicerende factor
vormt voor definiëring van ‘complotdenken’
o Er bestaan veel vb. van uitgekomen complotten => complotdenken is niet af te doen
als inherent ‘fout’
o Wereld heeft het lang gedaan zonder term ‘complottheorieën’ => moeilijk om
concept te definiëren
Welke conclusies moeten verbonden worden aan erkenning van complicerende factoren?
Verschillende meningen
o Stemmen die pleiten voor stoppen met gebruik van term
o Stemmen die pleiten voor alternatieven (bv. ‘informationele deviantie’)
o Academici die term blijven gebruiken met erkenning van alle beperkingen =>
proberen erkenning meer neutrale invulling te geven
o Onderzoekers die term in geheel niet problematiseren: blijven in pejoratieve zin
gebruiken