Anatomie/
fysiologie
Thema: Anatomie en fysiologie
Leerpad 9; Het zenuwstelsel
9.2 Het zenuwstelsel als regelsysteem
Het zenuwstelsel als regelsysteem
- Het hormoonstelsel
Het hormoonstelsel werkt langzaam, via boodschapperstoffen (hormonen)
die zich vanuit hormoonklieren verspreiden via de bloedbaan. Een
hormoon bindt zich aan receptoren= bestanddeel dat gevoelig is
voor prikkels, op de celmembraan. Alleen cellen met deze receptoren
reageren op het hormoon.
- Het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel werkt snel, via elektrische prikkels die worden
voorgeleid langs de uitlopers van zenuwcellen (neuronen). De overdracht
van prikkels vindt plaats door een boodschapperstof (neurotransmitter).
De overdrachtsplaats tussen neuronen heet synaps.
Er zijn twee groepen cellen in het zenuwstelsel: zenuwcellen
(neuronen) en steuncellen (gliacellen):
Neuronen, zenuwcellen kunnen de prikkels ontvangen en
overdragen.
Gliacellen, steuncellen zorgen voor voeding en isolatie van de
neuronen.
, - Functies van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel regelt twee soorten processen:
Processen om het individu in stand te houden. Het gaat hierbij om
vegetatieve functies = ademhaling, bloeddruk en
peristaltiek. Ze worden geregeld door het onwillekeurige
(vegetatieve of autonome) zenuwstelsel.
Processen die zijn gericht op de relatie tussen het individu en zijn
omgeving. Dit zijn de animale functies= voelen (waarnemen,
sensibiliteit), bewegen (motoriek), cognitieve functies,
emoties en gedrag. Ze worden geregeld door het willekeurige
(animale) zenuwstelsel.
Eerst komt het willekeurige (animale) zenuwstelsel aan bod.
, Centraal en perifeer zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit een centraal en perifeer zenuwstelsel:
Het centrale zenuwstelsel is omgeven door bot. Het bestaat uit
de hersenen (omgeven door de schedel) en het ruggenmerg
(omgeven door de wervelkolom).
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit perifere zenuwen:
bundels van lange zenuwceluitlopers buiten het centrale
zenuwstelsel.
Centraal zenuwstelsel
In de hersenen komen prikkels uit de buitenwereld en uit het lichaam
binnen. De hersenen verwerken deze prikkels en kunnen daarop
reageren, bijvoorbeeld door als reactie prikkels naar het ruggenmerg te
sturen. De hersenen zijn het regiecentrum van het lichaam, het
ruggenmerg heeft een verbindingsfunctie.
Het ruggenmerg is via lange uitlopers van zenuwcellen met de hersenen
verbonden. Deze bundels van uitlopers in het centrale zenuwstelsel heten
(zenuw)banen. Daarnaast is het ruggenmerg door perifere zenuwen
verbonden met organen, lichaamsdelen en zintuigen.
Perifeer zenuwstelsel
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit 12 paar hersenzenuwen
(craniale zenuwen) en 31 paar ruggenmergzenuwen (spinale
zenuwen). De functie van het perifere zenuwstelsel is het vervoeren
van gevoels- en zintuigprikkels naar het ruggenmerg en van
fysiologie
Thema: Anatomie en fysiologie
Leerpad 9; Het zenuwstelsel
9.2 Het zenuwstelsel als regelsysteem
Het zenuwstelsel als regelsysteem
- Het hormoonstelsel
Het hormoonstelsel werkt langzaam, via boodschapperstoffen (hormonen)
die zich vanuit hormoonklieren verspreiden via de bloedbaan. Een
hormoon bindt zich aan receptoren= bestanddeel dat gevoelig is
voor prikkels, op de celmembraan. Alleen cellen met deze receptoren
reageren op het hormoon.
- Het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel werkt snel, via elektrische prikkels die worden
voorgeleid langs de uitlopers van zenuwcellen (neuronen). De overdracht
van prikkels vindt plaats door een boodschapperstof (neurotransmitter).
De overdrachtsplaats tussen neuronen heet synaps.
Er zijn twee groepen cellen in het zenuwstelsel: zenuwcellen
(neuronen) en steuncellen (gliacellen):
Neuronen, zenuwcellen kunnen de prikkels ontvangen en
overdragen.
Gliacellen, steuncellen zorgen voor voeding en isolatie van de
neuronen.
, - Functies van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel regelt twee soorten processen:
Processen om het individu in stand te houden. Het gaat hierbij om
vegetatieve functies = ademhaling, bloeddruk en
peristaltiek. Ze worden geregeld door het onwillekeurige
(vegetatieve of autonome) zenuwstelsel.
Processen die zijn gericht op de relatie tussen het individu en zijn
omgeving. Dit zijn de animale functies= voelen (waarnemen,
sensibiliteit), bewegen (motoriek), cognitieve functies,
emoties en gedrag. Ze worden geregeld door het willekeurige
(animale) zenuwstelsel.
Eerst komt het willekeurige (animale) zenuwstelsel aan bod.
, Centraal en perifeer zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit een centraal en perifeer zenuwstelsel:
Het centrale zenuwstelsel is omgeven door bot. Het bestaat uit
de hersenen (omgeven door de schedel) en het ruggenmerg
(omgeven door de wervelkolom).
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit perifere zenuwen:
bundels van lange zenuwceluitlopers buiten het centrale
zenuwstelsel.
Centraal zenuwstelsel
In de hersenen komen prikkels uit de buitenwereld en uit het lichaam
binnen. De hersenen verwerken deze prikkels en kunnen daarop
reageren, bijvoorbeeld door als reactie prikkels naar het ruggenmerg te
sturen. De hersenen zijn het regiecentrum van het lichaam, het
ruggenmerg heeft een verbindingsfunctie.
Het ruggenmerg is via lange uitlopers van zenuwcellen met de hersenen
verbonden. Deze bundels van uitlopers in het centrale zenuwstelsel heten
(zenuw)banen. Daarnaast is het ruggenmerg door perifere zenuwen
verbonden met organen, lichaamsdelen en zintuigen.
Perifeer zenuwstelsel
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit 12 paar hersenzenuwen
(craniale zenuwen) en 31 paar ruggenmergzenuwen (spinale
zenuwen). De functie van het perifere zenuwstelsel is het vervoeren
van gevoels- en zintuigprikkels naar het ruggenmerg en van