Literatuur: H1, H2, H3, H4, H5 (t/m par. 5.7), H6 van Hoofdstukken Sociaal Recht:
Arbeidsrecht Editie 2017 van C.J. Loonstra.
Leerdoelen:
Rechtsbronnen van het sociaal recht en de onderlinge samenhang hiervan
benoemen.
De criteria voor de arbeidsovereenkomst herkennen.
Soorten overeenkomsten op grond waarvan arbeid wordt verricht toepassen op
casuïstiek.
Bepalen welke vormen van flexibele arbeidsrelaties geëigend zijn voor bepaalde
situaties.
De rechten en plichten van werkgever en werknemer bepalen in casuïstiek.
De bijzondere bedingen in de arbeidsovereenkomst uitleggen.
De mogelijkheden voor het beëindigen van arbeidsrelaties toepassen op casuïstiek.
Regelingen op het gebied van werkloosheid beschrijven.
Rol van de HR-adviseur in juridische kwesties beschrijven.
Aangeven op welke wijze een arbeidsrel
De gevolgen van actuele ontwikkelingen in het arbeidsrecht voor werkgever,
werknemer en de samenleving uitleggen.
In eigen woorden formuleren welke rol de HR-professional speelt in
arbeidsrechtelijke kwesties en welke morele dilemma’s hierbij mogelijk aan de orde
zijn.
De belangen van de verschillende bij de arbeidsovereenkomst betrokken partijen
benoemen.
Een standpunt bepalen over eenvoudige arbeidsrechtelijke kwesties.
Een ingenomen standpunt in dialoog met anderen nuanceren
Voor eenvoudige arbeidsrechtelijke kwesties functionele en binnen het
rechtssysteem passende oplossingen aanreiken.
Afkortingen:
AO = Arbeidsovereenkomst
IAO = Individuele arbeidsovereenkomst
Cao = Collectieve arbeidsovereenkomst
WG = werkgever
WN = werknemer
BW = Burgerlijk Wetboek
ZZP-er = Zelfstandige Zonder Personeel
UB = Uitzendbureau
UK = Uitzendkracht
(stelling) = er komt een stelling over op het tentamen.*
(open vraag) = er komt een open vraag over op het tentamen.*
* De docent heeft dit dan aangegeven in een hoorcollege.