Les 3: sociaal ondernemen
1. Evolutie in ondernemen
Managementmodellen
- Altijd een reductie van de samenleving
o Vereenvoudiging
o Werkte niet voor iedere ondernemer
Jaren ’20
- Contrast tussen arm (arbeiders) en rijk (van adel, fabrieksbazen)
o Technologische vooruitgang
o Grote welvaart
- Huizen arbeiders slecht onderhouden
o Veel ziektes
o Werken op jonge leeftijd, kindertijd bestond niet
o Gevaarlijk en ongezond werk
- Henry Ford
o Auto’s
o Uitvinder lopende band (800u 93’ massaproductie)
- Sociaal darwinisme: survival of the fittest
o Was toen zo in de fabrieken
o Als je niet fit genoeg was, kon je niet meer meedraaien
1900-1925: rationeel-doelmodel
- Centraal: productiviteit en winst
- Duidelijke leiding winst (het belangrijkste)
- Rationeel economisch klimaat
- Ondernemer = harde bestuurder en producent (van uw hart een steen
maken + zorgen dat er meer gemaakt en verkocht kon worden)
- Symbool: dollarteken
1900-1925: intern procesmodel
- Tegelijk met rationeel doelmodel
- Interne processen moeten goed lopen
- Stabiliteit, continuïteit, structuur en duidelijkheid
- Hiërarchie controle hoog houden
- Ondernemer = controleur en coördinator
- Symbool: driehoek (staat voor stabiliteit)
1926-1950: human-relationsmodel
- De mens achter de arbeider werd belangrijker
- Inzet, samenhang en moreel
- Lichtexperiment: persoonlijke aandacht zorgde voor betrokkenheid
- Ondernemer: mentor en stimulator in (productiviteit en het beste uit
zichzelf halen)
, - Symbool: cirkel: veel meer kijken naar teambuilding, participatie, sfeer
Na WOII
- Vakbonden opkomen voor de rechten van arbeiders
- Fabrieken konden niet meer zomaar doen wat ze wilden
- Ondernemers moesten het anders aanpakken
- Emancipatie van de vrouw!! dankzij technologische vooruitgang
o Werk in huis was makkelijker, door bv wasmachine
o Meer vrijetijd en mogelijkheden voor vrouwen
Jaren ‘70
- Olie-embargo fabrieken failliet
- Subsidies vanuit de overheid
- Enorme staatsschuld
- Amerika grote machthebber concurrentie van China
o “made in China” was niet langer brol
- Blijvende technologische vooruitgang
- Eerste man op de maan iedereen was aan het volgen via tv
- Mensen waren meer geïnformeerd
- Vietnamoorlog
- Vrouwenrechten
o Doorbreken van het glazen plafond
o M. Tatcher meer mogelijkheden om door te groeien
1951-1975: open-systeemmodel
- Kijken naar concurrenten, sneller zijn dan hen
- Snel aanpassen
- Mee zijn met de laatste vernieuwingen
- Extern gericht, de concurrentie voor zijn
- Kenniseconomie
- Ondernemer = innovator, flexibel ook personeel meekrijgen
- Symbool
Val van grote rijken
- Sovjetunie, Berlijnse Muur zware klappen, economische stabiliteit onder
druk
- Kleine landen = grote concurrentie
o Japan nu ook een concurrent oog voor design
o Technologisch vlak
1976-heden: en-en vooronderstellingen
- Mensen aantrekken en behouden in de voorziening
- Goede sfeer
- Strategisch denken
- Innovatief blijven
- Belangrijk: klanttevredenheid
- Waarborgen op prestatiegericht klimaat
1. Evolutie in ondernemen
Managementmodellen
- Altijd een reductie van de samenleving
o Vereenvoudiging
o Werkte niet voor iedere ondernemer
Jaren ’20
- Contrast tussen arm (arbeiders) en rijk (van adel, fabrieksbazen)
o Technologische vooruitgang
o Grote welvaart
- Huizen arbeiders slecht onderhouden
o Veel ziektes
o Werken op jonge leeftijd, kindertijd bestond niet
o Gevaarlijk en ongezond werk
- Henry Ford
o Auto’s
o Uitvinder lopende band (800u 93’ massaproductie)
- Sociaal darwinisme: survival of the fittest
o Was toen zo in de fabrieken
o Als je niet fit genoeg was, kon je niet meer meedraaien
1900-1925: rationeel-doelmodel
- Centraal: productiviteit en winst
- Duidelijke leiding winst (het belangrijkste)
- Rationeel economisch klimaat
- Ondernemer = harde bestuurder en producent (van uw hart een steen
maken + zorgen dat er meer gemaakt en verkocht kon worden)
- Symbool: dollarteken
1900-1925: intern procesmodel
- Tegelijk met rationeel doelmodel
- Interne processen moeten goed lopen
- Stabiliteit, continuïteit, structuur en duidelijkheid
- Hiërarchie controle hoog houden
- Ondernemer = controleur en coördinator
- Symbool: driehoek (staat voor stabiliteit)
1926-1950: human-relationsmodel
- De mens achter de arbeider werd belangrijker
- Inzet, samenhang en moreel
- Lichtexperiment: persoonlijke aandacht zorgde voor betrokkenheid
- Ondernemer: mentor en stimulator in (productiviteit en het beste uit
zichzelf halen)
, - Symbool: cirkel: veel meer kijken naar teambuilding, participatie, sfeer
Na WOII
- Vakbonden opkomen voor de rechten van arbeiders
- Fabrieken konden niet meer zomaar doen wat ze wilden
- Ondernemers moesten het anders aanpakken
- Emancipatie van de vrouw!! dankzij technologische vooruitgang
o Werk in huis was makkelijker, door bv wasmachine
o Meer vrijetijd en mogelijkheden voor vrouwen
Jaren ‘70
- Olie-embargo fabrieken failliet
- Subsidies vanuit de overheid
- Enorme staatsschuld
- Amerika grote machthebber concurrentie van China
o “made in China” was niet langer brol
- Blijvende technologische vooruitgang
- Eerste man op de maan iedereen was aan het volgen via tv
- Mensen waren meer geïnformeerd
- Vietnamoorlog
- Vrouwenrechten
o Doorbreken van het glazen plafond
o M. Tatcher meer mogelijkheden om door te groeien
1951-1975: open-systeemmodel
- Kijken naar concurrenten, sneller zijn dan hen
- Snel aanpassen
- Mee zijn met de laatste vernieuwingen
- Extern gericht, de concurrentie voor zijn
- Kenniseconomie
- Ondernemer = innovator, flexibel ook personeel meekrijgen
- Symbool
Val van grote rijken
- Sovjetunie, Berlijnse Muur zware klappen, economische stabiliteit onder
druk
- Kleine landen = grote concurrentie
o Japan nu ook een concurrent oog voor design
o Technologisch vlak
1976-heden: en-en vooronderstellingen
- Mensen aantrekken en behouden in de voorziening
- Goede sfeer
- Strategisch denken
- Innovatief blijven
- Belangrijk: klanttevredenheid
- Waarborgen op prestatiegericht klimaat