Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 6 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Biomedische fysica: hydrodynamica en hydrostatica

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 6 pagina's

Een volledige samenvatting van het zesde hoofdstuk van biomedische fysica, hydrodynamica en hydrostatica.

Voorbeeld van de inhoud

H6. Hydrodynamica en hydrostatica
1. Laminaire en turbulente stroom
Een vloeistof kan op 2 verschillende manieren stromen:
- Laminair
- Turbulent

Laminaire stroming:
▪ = Een stroming waarbij de lagen van een gas of vloeistof zich parallel t.o.v. elkaar
voortbewegen
▪ Er is nauwelijks of geen stroming loodrecht op de hoofdstroom
▪ Typisch bij traagstromende vloeistoffen
▪ Re < 2000

Turbulente stroming:
▪ = Een stroming die zich niet gelaagd, maar in wervels verplaatst
▪ Er vindt veel stroming loodrecht op de hoofdstroming plaats
▪ Typisch bij hoge stroomsnelheden
▪ Re > 3000

Het Reynolds getal (Re) toont aan of een vloeistof laminair of turbulent stroomt (heeft geen
eenheid)
➔ ρ = de dichtheid/viscositeit van de vloeistof (in kg/m3)
➔ v = de stroomsnelheid (in m/s)
➔ d = de diameter van het vat waardoor de vloeistof stroomt (in m)
➔ η = de viscositeit (in kg/m.s) ---> is een maat voor de stroperigheid

Bloedstroom:
Vasoconstrictie (het vernauwen van de bloedvaten) verhoogt de kans op turbulente stroming
➔ De diameter zal verkleinen waardoor de stroomsnelheid zal versnellen
→ Dus de teller zal een grotere waarde zijn waardoor het Reynoldsgetal stijgt
→ Hoe hoger het Reynoldsgetal, hoe meer kans op turbulente stroming
Als een vloeistof die eerder laminair is aan het stromen botst tegen vertakkingen,
begint het turbulent te stromen

Mensen met vernauwde bloedvaten door cholesterol afzetting zullen meer kans hebben
op tubulente stroming

Iemand met veel RBC heeft zal een hoge viscositeit hebben en iemand met
weinig RBC zal een lage viscositeit hebben
→ M.a.w. mensen met bloedanemie (te weinig RBC) hebben meer kans op
turbulente stroming

Hartkleppen zorgen ervoor dat bloed maar in 1 richting kan stromen
➔ Bij stenose (verharding van de kleppen) werken de kleppen minder goed en is er een
vergrote kans op turbulente stroming → door turbulente stroming is er energieverlies

, 2. Debiet en continuïteitsvergelijking
Debiet (Q) = de hoeveelheid vloeistof dat passeert per tijdseenheid → eenheid is m3/s

Er is een verband tussen debiet en snelheid:

Q=v.A
→ A = de doorsnede waardoor de vloeistof stroomt
➔ Hoe hoger de snelheid, hoe hoger het debiet
→ Bv. water in een smalle rivier stroomt vele sneller dan water in een breed kanaal

De continuïteitsvergelijking van Castelli zegt dat het debiet een constante is

➔ QM1 = QM2
ρ1 . A1 . v1 = ρ2 . A2 . v2
A1 . v1 = A2 . v2 (ρ = cte want een vloeistof is niet samendrukbaar)


→ Voorbeeld: in bolpipet is de stroomsnelheid vele sneller in de smalle delen dan in het bolle deel

De wet van Bernoulli:
▪ Zegt dat wanneer de snelheid van een vloeistof laag is, de druk op de wand hoog is
→ Omgekeerd: als de snelheid van een vloeistof hoog is, is de druk op de wand laag

▪ P1 + ½ ρ . v12 + ρ . g . h1 = P2 + ½ ρ . v22 + ρ . g . h2
 P + ½ ρ . v2 + ρ . g . h = cte

▪ Voorwaarden:
- Het moet gaan over laminair stromende vloeistoffen
- De viscositeit moet verwaarloosbaar zijn
→ Een lage viscositeit (waterige vloeistoffen)
- De vloeistof mag niet samendrukbaar zijn
→ ρ = cte en dus A . v = cte
▪ Moleculaire verklaring:
➔ Moleculen trillen op een willekeurige manier → ze trillen in alle mogelijke richtingen,
maar ze trillen/bewegen iets meer in de richting naarwaar de vloeistof stroomt
➔ T.h.v. een vernauwing moet een vloeistof sneller stromen → m.a.w. de moleculen zullen
veel harder trillen in de richting naarwaar de vloeistof stroomt
→ Hierdoor zal de druk tegen de wand minder worden want de moleculen zullen minder
bewegen in de andere richtingen
De pitobuis = een instrument waarmee je de stroomsnelheid van een vloeistof/gas kan meten
➔ Paars = lucht/gas
Wit = vloeistof
➔ Opening a vangt de vloeistofstroom op en opening b komt uit aan de wand
van het vat
➔ Als de druk bij opening b laag is (en dus de stroomsnelheid hoog) dan kan de
lucht in die buis makkelijk terugduwen waardoor het gasniveau stijgt
➔ Als de druk bij opening b hoog is (en dus de stroomsnelheid laag) dan zal het
niveauverschil kleiner zijn tussen de linkse en rechtse buis

Documentinformatie

Geüpload op
21 augustus 2023
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2022/2023
Type
Samenvatting
€7,89

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
nimarnatin
4,5
(21)
Verkocht
40
Volgers
7
Items
73
Laatst verkocht
3 weken geleden


Reviews van geverifieerde kopers



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen