• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 41 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Pathologie urologische, gastro-enterologische en endocrinologische problemen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 41 pagina's

nefrologie: nierfalen, acute en chronische nierinsufficiëntie, polycystische nieren, glomerulonefritis. Urologie: aangeboren aandoeningen, urine incontinentie, trauma nieren Gastro entero: GOR, ulcus pepticum, gastritis, diverticulose, chronische infammatoire darmziekten, poliepen, ziekten van lever, galblaas en pancreas Immunologie: antistoffen, overgevoeligheidsreacties Endocrinologie: hypofyse, glandula thyroidea, hypo-, en hyper thyroidie, ... Voorzien van afbeeldingen

Voorbeeld van de inhoud

Zorg voor pten met uro-, gastro-, entero-, endocrino problemen PATHOLOGIE

Functie nieren
 Produceren EPO
 Verwijderen van afvalstoffen
 Regelen vocht en elektrolytenbalans
 Activatie vit D
 Regelen bloeddruk

Wat is nierinsufficiëntie?
 Er is sprake van achteruitgang van de nieren
 Nieren werken onvoldoende waardoor het volume en de samenstelling van het bloedplasma
en interstitieel vocht niet meer op een constant peil gehouden kan worden
 De nieren scheiden onvoldoende afvalstoffen uit en deze stapelen zich op in het lichaam met
als gevolg uremie
 Voorkomen van nierinsufficiëntie stijgt met de leeftijd maar ook toxische stoffen en
medicatie spelen een rol

Glomerulaire filtratiesnelheid
 Is de hoeveelheid plasma die per tijdseenheid wordt gefilterd. Dit wordt gebruikt om de ernst
van de nierinsufficiëntie te evalueren.
 De GFR wordt bepaald aan de hand van een creatinineklaring, het vermogen van de nieren
om creatinine te excreteren

Wat is creatinine?
 Een stof die voortdurend vrijkomt als afbraak van het spiermetabolisme
 Deze stof wordt door de nieren uit het bloed gefilterd en komt zo goed als volledig in de
urine terecht.

Hoe stelt men de diagnose van nierfalen?
 Diurese
 Anurie of oligurie zijn zeer specifieke parameters voor ANI
 Plasmaconcentraties
 Bepaling ureum, K+, N+, creatinine
 Urinesediment
 Erytrocyten en leukocyten zijn bij acute tubulusnecrose vaak in de urine aanwezig
 Proteinurie
 Klinisch onderzoek
 Vergroting van de nier, systolische souffle over de arteria renalis
 Echografie
 Blaasretentie
 CT of MR angiografie van de arteria renalis
 Scintigrafie (onderzoek van de functie van de nieren)



1

,Acute nierinsufficiëntie
 Of ANI
 Is een massale, plotselinge uitval van de functie van de nefronen en kan ontstaan in de loop
van dagen tot weken.
 ANI is levensbedreigend maar vaak reversibel
 Gevolgen zijn retentie van afbraakproducten en water-en elektrolytenstoornissen

Wat zijn oorzaken van ANI ?
 Pre renale nierinsufficiëntie
 Vóór de nieren
 Om het bloed te zuiveren dienen de nieren bloedtoevoer te krijgen
 Als de nierperfusie afneemt is een pre renale nierinsufficientie het gevolg
 Deze is meestal het gevolg van een hypovolemische shock door bv ernstig
bloedverlies, ernstige dehydratatie of een myocardinfarct
 Renale nierinsufficiëntie
 In de nier
 De bloedtoevoer is voldoende maar de nieren kunnen hun zuiverende functie niet
aan door aandoeningen van de glomeruli, de tubuli, of het nierweefsel rond de
glomeruli
 Post renale nierinsufficiëntie
 De nieren krijgen voldoende bloed toegevoerd en kunnen dit voldoende zuiveren
maar kunnen de urine niet kwijt door een obstructie van de urinewegen

Wat zijn symptomen bij acute nierinsufficiëntie?
 Plotse oligurie of anurie met als gevolg overvulling
 Hoofdpijn, nausea, verminderde eetlust
 Adem ruikt naar ammoniak veroorzaakt door de verhoogde concentratie van
stifstofhoudende verbindingen in het bloed
 Hyperkaliëmie met ernstige spierzwakte en hartritmestoornissen, uiteindelijk kan ook
hartstilstand optreden
 Comateuze toestand door metabole acidose en door opstapelen van afvalstoffen

Wat houdt de therapie in?
 Causale behandeling
 Vochttoediening na toedienen van contraststoffen kan het risico op tubulusnecrose
verminderen, anderzijds kan vochttoediening leiden tot longoedeem bij pten met anurie of
oligurie
 Medicatie: diuretica om de diurese op peil te houden
 Complicaties vermijden
 Dialyse indien nodig




2

,Chronische nierinsufficientie of CNI
 Is het eindstadium van chronische nierziekten
 Ontwikkeld zich traag
 Irreversibele beschadiging van de nefronen
 Het nierparenchym wordt vervangen door bindweefsel = schrompelnieren
 CNI gaat altijd gepaard met hypertensie
 GFR < dan 90 ml/min

Wat zijn oorzaken van chronische nierinsufficientie?
 Arteriele hypertensie
 Diabetes mellitus
 Atherosclerose van de arteria renalis

Ontstaan CNI
 Aantal niet-functionele nefronen
 Verstoring water-en elektrolytenhuishouding
 Verstoring van de calcium-en fosfaathuishouding (secundaire hyperparathyroïdie)
 Verminderde productie EPO

Secundaire hyperparatthydroïdie
 CNI heeft een belangrijk gevolg voor de calciumhuishouding.
 Door fosfaatretentie en verminderde activatie van vit D waardoor zwakkere beenderen
ontstaan
 Er treden misvormingen op of spontane breuken

Symptomen van CNI
 Hypertensie
 Metabole acidose met als gevolg hypertensie ter compensatie
 Zeer lange asymptomische periode
 Verminderde eetlust, braken, nausea

Wat houd de therapie van CNI in ?
 Lichaamsbeweging stimuleren
 Gezond gewicht
 Rookstop
 Dieet (proteïnearm, Na+-en K+-beperkt)
 Medicatie (dosering aanpassen!)
 Ev. dialyse
 Soms transplantatie




3

,Welke medicatie zal men geven bij nierinsufficiëntie?
 Aanpakken van arteriele hypertensie
 Kaliumverliezende diurectica of ACE inhibitoren
 Medicatiedosissen moeten aangepast worden bij een falende nierwerking
 Aantal geneesmiddelen zijn gecontra indiceerd zoals NSAID, intraveneus contrast en
sprironolactone
In geval van nierinsufficientie is aanpassing van de posologie vereist wanneer het geneesmiddel of
zijn metabolieten langs de nieren worden uitgescheiden.

Welke 3 methodes zal men gebruiken indien posologie aanpassing vereist is?
 De toedieningsinterval van het geneesmiddel verlengen
 De dosis per inname verlagen
 Combinatie van bovenstaande methodes

Hoe gaat men de complicaties van nierinsufficientie behandelen ?
 EPO bij anemie
 IJzer bij anemie
 Vitamine D bij osteodystofie
 Fosfaatchelatoren om hyperfosfatemie tegen te gaan
 NaHCO3 = natriumbicarbonaat bij acidose
 Kaliumbinders omwille van het risico op hyperkalemie

Geef uitleg over hemodialyse
 Is een nierfunctie vervangende therapie waarbij het bloed buiten het lichaam gezuiverd
wordt door een kunstnier.
 Dit gebeurt via een arterioveneuze fistel die operatief wordt aangelegd, meestal onder
plaatselijke verdoving.
 Na 6 tot 12 weken kan deze aangeprikt worden.
 Meestal duurt een dialysebehandeling 3 tot 5 uur

Wat zijn mogelijke complicaties bij hemodialyse?
 Koorts
 Anafylactische reactie
 Hypotensie
 Ritmestoonissen
 Bloedingen
 Luchtembolen

Geef uitleg over peritoneale dialyse
Hierbij dient het peritoneum als semipermeabele membraan.
Via een getunnelde katheter wordt het dialysaat of spoelvloeitstof in de buikholte gebracht.
Dit gebeurt dagelijks 3 tot 5 keer per 24 uur
 Afvalstoffen en water diffunderen vanuit de capillairen in het dialysaat in de buikholte
 Voordeel van deze dialyse is dat deze thuis kan uitgevoerd worden en dat er continue
zuivering is van het bloed.
4

,2 opties peritioneale dialyse
 CAPD
 Continue Ambulante Peritoneale Dialyse
 Spoelvloeistof wordt 4 maal daags manueel gewisseld zonder dat er een toestel aan
te pas komt
 APD
 Automatische Peritoneale Dialyse
 Er wordt gebruikt gemaakt van een toestel dat vooraf geprogrammeerd is om de in-
en uitloop van het dialysaat automatisch uit te voeren.
 Dit biedt de mogelijkheid om de dialyse ’s nachts uit te voeren waarbij de pt tijdens
de behandeling kan slapen

Wat zijn mogelijke complicaties bij peritoneale dialyse?
 Peritonitis
 Infecties thv de insertieplaats van de katheter
 Hypoalbuminemie
 Katheterdislocatie
 Peritoneale sclerose = littekenvorming van peritoneum




5

,Polycystische nieren
 Of renale polycystose is een erfelijke aandoening waarbij in beide nieren progressief cysten
worden gevormd
 De nieren worden groter en het gezonde nierenparenchym wordt geleidelijk aan verdrongen
 Uiteindelijk kan dit leiden tot nierinsufficiëntie en vaak tot terminaal nierfalen

2 soorten
 Infantiele vorm
 Autosomaal recessieve vorm
 Hierbij kunnen de cysten zo groot zijn dat het kind kort na de geboorte overlijd ten
gevolge van een onderontwikkeling van de longen
 Adulte vorm
 Autosomaal dominante vorm
 De cysten nemen langzaam in aantal en omvang toe
 Symptomen treden pas op volwassen leeftijd op

Wat zijn symptomen van polycystische nieren ?
 Pijn in de buik of thv flanken
 Hematurie
 Proteïnurie
 Koliekpijnen
 Hypertensie
 Symptomen van nierinsufficiëntie

Wat houd de behandeling in ?
 Antihypertensiva
 Dialyse
 Niertransplantatie

Glomerulonefritis
Is een ontsteking van de glomeruli en vaak speelt het immuunsysteem een grote rol.

Wat zijn oorzaken van glomerulonefritis?
Streptokokken

Wat is acute glomerulonefritis ?
Treedt meestal op na een angine met streptokokken die niet behandeld wordt met AB

Wat is chronische glomerulonefritis ?
 Er is chronische ontsteking van de glomeruli die uiteindelijk zal leiden tot schrompelnieren
 De pt moeten gedialyseerd worden en ondergaan soms ook een niertransplantatie
 Deze aandoening gaat vaak gepaard met hypertensie




6

, Urologie

Aangeboren aandoeningen van het urinewegstelsel
Nieragenesie
 Bij een nieragenesie is een nier niet aangelegd, een bilaterale nieragenesie is niet
verenigbaar met het leven.

Hoefijzernier
 De nieren zijn door een weefselbrug met elkaar verbonden.
 De nieren functioneren normaal waardoor deze aandoening meestal toevallig ontdekt wordt.

Dubbele ureter
 Een verdubbeling van de ureter komt frequent voor.
 Soms kunnen klachten optreden t.g.v. vesico-ureterale reflux.

Hypospadie
 Bij hypospadie is het distale deel van de urethra niet aangelegd waardoor die aan de
onderzijde van de penis uitmondt. Er zijn verschillende vormen van hypospadie over het
ganse verloop van de plasbuis, van juist voorbij de aars tot onder het topje van de eikel.
 Dit kan chirurgisch gecorrigeerd worden waarbij men soms gebruik maakt van greffen.

Fimosis
 Bij fimosis is de voorhuid (of praeputium) sterk vernauwd zodat het niet over de glans penis
kan worden geschoven. Dit kan aanleiding geven tot recidiverende infecties van de glans
penis (balanitis) of problemen tijdens de erectie.
 Een fimosis wordt operatief behandeld. Ofwel opteert men voor een circumcisie of volledige
besnijdenis van de voorhuid. Een andere mogelijkheid is het uitvoeren van een Z-plastie of
verbredingsplastie met behoud van de voorhuid.

Cryptorchidie
 Bij cryptorchidie is een testis niet ingedaald tot in het scrotum. De niet-ingedaalde testis
bevindt zicht in het lieskanaal of soms abdominaal.
 Dit wordt chirurgisch in het scrotum gebracht (orchidopexie).




7

, Fysiologie van urine incontinentie
Willekeurig zenuwstelsel = bewust aansturen
Autonoom zenuwstelsel = onwillekeurig
 Orthosympatisch
Actief
Antagoninsten = tegengesteld effect Hartslag stijgt bij inspanning
Pupillen vergroten
Ademhaling versnelt
 Parasympatisch
Rust
Hartslag daalt
Pupillen verkleinen
Ademhaling vertraagt
Bijna alle organen zijn zowel ortho-, als para bezenuwd

 Blaas is parasympatisch = de blaas is gevuld = parasympatisch zenuwstel zorgt voor
mictiedrang = blaas trekt samen = inwendige sfinxter ontspant= uitwendige sfinxter wordt
bepaald door de persoon zelf
 Het centrale zenuwstel controleert via het autonome zenuwstel de blaaswandspier, de
blaashals en de inwendige sfinxter. Het willekeurige zenuwstelsel controleert de uitwendige
sfinxter.

Met de leeftijd onstaat:
 Een vermindering van het aantal spiervezels in de blaaswandspier (detrusor)
 Een vermindering van de tonus van de sfinxters en een vermindering van de contractie van
de bekkenbodemspieren
 Een toename van de rigiditeit van de urethra en een verharding van de prostaat
 Een wijziging van de anatomische verhoudingen tss de organen gelegen in het kleine bekken
 Wijziging van het autonoom zenuwstelsel en een verzwakking van de doeltreffendheid op de
willekeurige controle

Hoe kan incontinentie ingedeeld worden?
 Acute urine incontinentie
 Ontstaat snel en plots
 Meest voorkomende oorzaak is een blaasinfectie
 Chronische urine incontinentie
 Ontstaat langzaam en geleidelijk




8

Documentinformatie

Geüpload op
20 mei 2017
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2016/2017
Type
Samenvatting
€6,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Visje2008
4,5
(63)
Verkocht
198
Volgers
88
Items
28
Laatst verkocht
1 jaar geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen