1
ZELFSTUDIEOPDRACHT 2: OBESITAS
DOEL 1:
Epidemiologie en de medische gevolgen van obesitas
Er is een verstoring in de energiebalans die gunstig is voor de opslag van energie, zonder dat er periodes zijn
waarbij deze energie gebruikt wordt
Historisch gezien is de samenstelling van onze voeding sterk veranderd, en is er over het algemeen minder
energie opname
Het is echter wel zo dat we veel minder fysieke activiteit doen en dus ook nog minder energie gebruiken
De controle op lange termijn voor energie inname en energieverbruik is plastisch en vatbaar voor
veranderingen door de omgeving, waardoor er meer vatbaarheid is voor afzetting van vetweefsel
-> Vroeger waren er periodes van veel voedsel beschikbaarheid (Vangst van een dier) en periodes zonder
voedselbeschikbaarheid
Het lichaam heeft zich dus zo ontwikkeld om de overtollige energie op te slaan om dit later te verbruiken bij
fysieke activiteit
-> Nu echter is er continue voldoende voedsel aanwezig maar heeft het lichaam zich nog niet aangepast aan
onze levensstijl en zal toch nog de overtollige energie opgeslagen w
Er w ook minder energie verbruikt bij fysieke activiteit
Vet (triglyceriden) is de meest efficiënte manier om energie op te slaan omdat er een hoge dichtheid is van de
energie en door dehydratatie
In theorie zal vetweefsel zorgen voor een onbeperkte energieopslag
Er is een asymptotisch plateau: Behoud vd overtollige energie verlaagt de capaciteit voor gebruik vd
energie voor reproductie, fertiliteit en lichaamsverdediging (immunocompetentie) en fysieke activiteit
De prevalentie van obesitas in de ontwikkelde landen stijgt met de jaren
-> Ook bij ons Vlaanderen stijgt het percentage volwassenen met overgewicht met een toenemende leeftijd
(dalende trend in de leeftijdscategorie van 75+ => Deze is te wijten aan het al reeds grote sterftecijfer ten
gevolge van obesitas)
Obesitas wordt geassocieerd met een verhoogd risico op het ontstaan van verschillende ziektes:
Hypertensie
Hyperlipidemie en Hypercholesterolemie (ApoB/Apo A1)
Insulineresistentie en type 2 diabetes
(Het risico op het ontwikkelen van diabetes ligt op 99% vr obese vrouwen en bijna 100% vr mannen)
Pulmonaire embolie
Slaap-apneu
Gynecologische abnormaliteiten
Osteoarthritis
Psychologische ziektes (Depressie)
Kanker (lever, pancreas, baarmoeder, nieren en cervix,…)
Cerebrovasculaire ziekte en Aandoeningen aan de coronaire arteriën (cardiovasculair lijden)
, 2
Obesitas is niet alleen op zichzelf een risicofactor voor hartinfarct, maar levert onrechtstreeks ook een bijdrage
aan andere risicofactoren
-> Een obees persoon heeft meer kans op hypertensie, diabetes, en doet meestal minder aan sport. Obesitas
speelt een belangrijke rol bij de gastro-enterologie en de ontwikkeling van ‘nonalcoholic fatty liver desease’
Obesitas is verder een onafhankelijke risicofactor voor een verhoogde mortaliteit
De queteletindex (afgekort QI) of body-mass index (BMI) is een index die de verhouding tussen lengte en
gewicht bij een persoon weergeeft
-> De BMI wordt gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van overgewicht
De BMI kan niet gebruikt worden als betrouwbare maat voor overgewicht bij een individu, aangezien
individuele verschillen in lichaamsbouw niet in de berekening worden meegewogen (verhouding van spier-,
bot- en vetweefsel)
In de geneeskunde wordt desondanks de BMI wel veel gebruikt
In de dagelijkse medische praktijk is de BMI goed bruikbaar en voldoende betrouwbaar
De BMI geldt enkel voor volwassenen
-> BMI = Gewicht (kg)/Lengte²(m)
o <25: normaal
o 25-29: overgewicht
o >30: obesitas
Maar ook mensen met een te grote Waist circumference hebben een grote kans op het ontwikkelen van
obesitas gerelateerde ziektes
-> De waist circumference is een indirecte maat voor visceraal vet, dewelke metabool actief is en
verantwoordelijk is voor de secretie van pro-anflammatoire cytokines die op hun beurt verantwoordelijk zijn
voor insuline resistentie en het metabool syndroom
-> Te hoge waist circumference (viscerale adipositas of de omtrek van de taille):
o > 102 cm voor mannen
o > 88 cm voor vrouwen
, 3
DOEL 2:
Hypothese van de thrifty genes, limitaties en de gevolgen voor het probleem van overgewicht en obesitas
Tijdens de evolutie zijn er verschillende drukken vanuit de omgeving geweest die het menselijk genotype
hebben bepaald:
Hierbij moet onze lichaamssamenstelling en ons metabolisme zorgen voor een gunstig evolutionair voordeel.
Dit is bv. waarom vrouwen meer energiereserves (vet) hebben en andere morfologische kenmerken, dit is
gunstig voor het baren. Op populatie-niveau zullen mannen ook algemeen groter en sterker zijn dan vrouwen.
Wanneer deze principes toegepast worden in de huidige omgeving, zijn ze te efficiënt
Onze paleolitische fysiologie, gecombineerd met de nutritionele overvloed en te weinig fysische activiteit zal
zorgen voor een obese populatie met overgewicht.
Dit is de nutriënt-transitie waarbij we over zijn gegaan van een jager-producent samenleving, naar de
agriculturele en industriële samenleving.
Deze revoluties hebben de voedselmogelijkheden verbeterd, maar zijn ook gepaard gegaan met periodes van
hongersnoden. In onze moderne samenleving is er veel goedkoop voedsel beschikbaar en zijn er
arbeidssparende technologieën.
Hierdoor is de metabolische flexibiliteit gedaald en is er een snellere afbraak van weefsels en organen.
We nemen niet per se meer energie op
Samenstelling van de voeding verschilt wel sterk van het paleolitische tijdperk
Onze appetijt en metabolische fysiologie is op basis van het paleolitische dieet ontwikkeld
De voeding van nu heeft minder vezels en veel meer suikers
De totale hoeveelheid vet is minder, maar we eten meer verzadigde en kunstmatige vetten. Deze
veranderingen in ons voedsel gaan gepaard met urbanisatie, meer rijkdom, meer inname van bewerkte
voeding en drank en minder inname van rauwe groenten, fruit en granen.
Hierdoor worden de regulerende mechanismen misleid.
Kleine veranderingen in de vetinhoud van het voedsel zijn moeilijk om effectief op te merken en
te reguleren.
Long term effect is een graduele toename in vetmassa
ZELFSTUDIEOPDRACHT 2: OBESITAS
DOEL 1:
Epidemiologie en de medische gevolgen van obesitas
Er is een verstoring in de energiebalans die gunstig is voor de opslag van energie, zonder dat er periodes zijn
waarbij deze energie gebruikt wordt
Historisch gezien is de samenstelling van onze voeding sterk veranderd, en is er over het algemeen minder
energie opname
Het is echter wel zo dat we veel minder fysieke activiteit doen en dus ook nog minder energie gebruiken
De controle op lange termijn voor energie inname en energieverbruik is plastisch en vatbaar voor
veranderingen door de omgeving, waardoor er meer vatbaarheid is voor afzetting van vetweefsel
-> Vroeger waren er periodes van veel voedsel beschikbaarheid (Vangst van een dier) en periodes zonder
voedselbeschikbaarheid
Het lichaam heeft zich dus zo ontwikkeld om de overtollige energie op te slaan om dit later te verbruiken bij
fysieke activiteit
-> Nu echter is er continue voldoende voedsel aanwezig maar heeft het lichaam zich nog niet aangepast aan
onze levensstijl en zal toch nog de overtollige energie opgeslagen w
Er w ook minder energie verbruikt bij fysieke activiteit
Vet (triglyceriden) is de meest efficiënte manier om energie op te slaan omdat er een hoge dichtheid is van de
energie en door dehydratatie
In theorie zal vetweefsel zorgen voor een onbeperkte energieopslag
Er is een asymptotisch plateau: Behoud vd overtollige energie verlaagt de capaciteit voor gebruik vd
energie voor reproductie, fertiliteit en lichaamsverdediging (immunocompetentie) en fysieke activiteit
De prevalentie van obesitas in de ontwikkelde landen stijgt met de jaren
-> Ook bij ons Vlaanderen stijgt het percentage volwassenen met overgewicht met een toenemende leeftijd
(dalende trend in de leeftijdscategorie van 75+ => Deze is te wijten aan het al reeds grote sterftecijfer ten
gevolge van obesitas)
Obesitas wordt geassocieerd met een verhoogd risico op het ontstaan van verschillende ziektes:
Hypertensie
Hyperlipidemie en Hypercholesterolemie (ApoB/Apo A1)
Insulineresistentie en type 2 diabetes
(Het risico op het ontwikkelen van diabetes ligt op 99% vr obese vrouwen en bijna 100% vr mannen)
Pulmonaire embolie
Slaap-apneu
Gynecologische abnormaliteiten
Osteoarthritis
Psychologische ziektes (Depressie)
Kanker (lever, pancreas, baarmoeder, nieren en cervix,…)
Cerebrovasculaire ziekte en Aandoeningen aan de coronaire arteriën (cardiovasculair lijden)
, 2
Obesitas is niet alleen op zichzelf een risicofactor voor hartinfarct, maar levert onrechtstreeks ook een bijdrage
aan andere risicofactoren
-> Een obees persoon heeft meer kans op hypertensie, diabetes, en doet meestal minder aan sport. Obesitas
speelt een belangrijke rol bij de gastro-enterologie en de ontwikkeling van ‘nonalcoholic fatty liver desease’
Obesitas is verder een onafhankelijke risicofactor voor een verhoogde mortaliteit
De queteletindex (afgekort QI) of body-mass index (BMI) is een index die de verhouding tussen lengte en
gewicht bij een persoon weergeeft
-> De BMI wordt gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van overgewicht
De BMI kan niet gebruikt worden als betrouwbare maat voor overgewicht bij een individu, aangezien
individuele verschillen in lichaamsbouw niet in de berekening worden meegewogen (verhouding van spier-,
bot- en vetweefsel)
In de geneeskunde wordt desondanks de BMI wel veel gebruikt
In de dagelijkse medische praktijk is de BMI goed bruikbaar en voldoende betrouwbaar
De BMI geldt enkel voor volwassenen
-> BMI = Gewicht (kg)/Lengte²(m)
o <25: normaal
o 25-29: overgewicht
o >30: obesitas
Maar ook mensen met een te grote Waist circumference hebben een grote kans op het ontwikkelen van
obesitas gerelateerde ziektes
-> De waist circumference is een indirecte maat voor visceraal vet, dewelke metabool actief is en
verantwoordelijk is voor de secretie van pro-anflammatoire cytokines die op hun beurt verantwoordelijk zijn
voor insuline resistentie en het metabool syndroom
-> Te hoge waist circumference (viscerale adipositas of de omtrek van de taille):
o > 102 cm voor mannen
o > 88 cm voor vrouwen
, 3
DOEL 2:
Hypothese van de thrifty genes, limitaties en de gevolgen voor het probleem van overgewicht en obesitas
Tijdens de evolutie zijn er verschillende drukken vanuit de omgeving geweest die het menselijk genotype
hebben bepaald:
Hierbij moet onze lichaamssamenstelling en ons metabolisme zorgen voor een gunstig evolutionair voordeel.
Dit is bv. waarom vrouwen meer energiereserves (vet) hebben en andere morfologische kenmerken, dit is
gunstig voor het baren. Op populatie-niveau zullen mannen ook algemeen groter en sterker zijn dan vrouwen.
Wanneer deze principes toegepast worden in de huidige omgeving, zijn ze te efficiënt
Onze paleolitische fysiologie, gecombineerd met de nutritionele overvloed en te weinig fysische activiteit zal
zorgen voor een obese populatie met overgewicht.
Dit is de nutriënt-transitie waarbij we over zijn gegaan van een jager-producent samenleving, naar de
agriculturele en industriële samenleving.
Deze revoluties hebben de voedselmogelijkheden verbeterd, maar zijn ook gepaard gegaan met periodes van
hongersnoden. In onze moderne samenleving is er veel goedkoop voedsel beschikbaar en zijn er
arbeidssparende technologieën.
Hierdoor is de metabolische flexibiliteit gedaald en is er een snellere afbraak van weefsels en organen.
We nemen niet per se meer energie op
Samenstelling van de voeding verschilt wel sterk van het paleolitische tijdperk
Onze appetijt en metabolische fysiologie is op basis van het paleolitische dieet ontwikkeld
De voeding van nu heeft minder vezels en veel meer suikers
De totale hoeveelheid vet is minder, maar we eten meer verzadigde en kunstmatige vetten. Deze
veranderingen in ons voedsel gaan gepaard met urbanisatie, meer rijkdom, meer inname van bewerkte
voeding en drank en minder inname van rauwe groenten, fruit en granen.
Hierdoor worden de regulerende mechanismen misleid.
Kleine veranderingen in de vetinhoud van het voedsel zijn moeilijk om effectief op te merken en
te reguleren.
Long term effect is een graduele toename in vetmassa