1. Prokaryote en eukaryote cellen
- Prokaryote cellen hebben geen membraan en celkern: het DNA ligt los = naakt-DNA
- Eukaryote cellen hebben een membraan en celkern waarin het DNA ligt opgeslagen
Prokaryote cellen Eukaryote cellen
Eenvoudige celstructuur Meer complexe celstructuur
Geen membraan-omgeven organellen Membraan-omgeven organellen
Bacteriën en archaea Groter dan prokaryoten
3,5 miljard jaar oud 1 miljard jaar oud
Geen kern compartiment Celkern aanwezig (behalve bij bloedcel)
Naakt DNA los in het cytoplasma DNA en histonen (specifieke eiwitten die
samen met het DNA in de celkern het
chromatine vormen, waar naakt DNA aan
gebonden is, bij prokaryoten niet)
komen als chromatine voor in de celkern
Eencelligen Bij alle meercellige organismen en
sommige eencelligen
2. Leven van een cel
Het leven van de cel = celcyclus
Op een gegeven moment gaat een cel zich delen,
maar hiervoor moet hij eerst wat groeien anders
wordt hij kleiner en kleiner = groeifase, dit
gebeurt tijdens de interfase (21 uur), waarna
dan de celdeling komt (1 uur)
3. Celkern in de interfase
DNA = desoxyribonucleïnezuur = genetisch
Bouw van de celkern (nucleus)
materiaal gewikkeld rond een histon
Celkernen:
Verdubbelen DNA (DNA blijft altijd in de celkern, komt er nooit uit want is veel te belangrijk)
Maken rRNA aan (ribosomaal RNA) in de nucleoli, rRna zal ribosomen opbouwen
om later dan mRNA te decoderen en eiwitten te produceren
Maken
gaat eenmRNA aan (messanger
goedkope RNA),
kopie van het genomdat DNA
(mRNA) de nooit deverlaten
celkern celkern verlaat
en naar de ribosomen gaan
Een dubbele helix bestaat uit twee DNA strengen met daartussen nucleotiden,
het DNA is zeer lang en is daarom rond histonen gewikkeld = samen vormen ze chromatine
Histonen fungeren als
Spoel rond het DNA
Hebben een regulerende rol (actief/inactief)