Module 5 deel 1 : De metabole energierekening betalen vanuit een vastende situatie
Ondergrens energievoorraden bewaken à energienood vermijden (vooral in neuronen)
Bovengrens energievoorraden bewaken à traagheid vermijden (survival of the fittest)
F=ma
à als massa te klein is, dan is er geen energiereserve
à als massa te groot is, dan is de snelheid te klein
5.1 Hypothalamus
Regeling van:
- Homeostase van voedselinname (POMC processing -> alpha-MSH)
- Energievoorraden
- Bloedglucose (glycemie) à glucosehomeostase
- Lichaamstemperatuur
- Andere parameters (Bv. bloed pH, bloeddruk, fertiliteit…)
Werkt samen met netwerk van hormoonproducerende cellen:
à Hypofyse (adeno- en neurohypofyse): ACTH, TSH, LH, FSH
à Eilandjes van Langerhans: insuline en glucagon
à Bijnierschors: glucocorticoïden
à Bijniermerg: adrenaline
5.1.1 Glucosehomeostase
Normoglycemie = normale situatie, niet te hoog en niet te laag
à ondanks periodieke voeding kleine schommelingen i/d bloedglucose
à dankzij alternerende werking van insuline en glucagon
Hypoglycemie = te lage bloedglucose à energiecrisis i/d hersenen
Hyperglycemie = te hoge bloedglucose à diabetes
• Postprandiaal (= na maaltijd)
Bewaking van bovengrens via insuline-secretie
à pancreatische beta-cellen secreteren insuline
• Tussen maaltijden
Bewaking van ondergrens via glucagonsecretie
1. Hoge activiteit sympathisch ZS
2. Stimulatie bijnier à adrenaline komt vrij
3. Stimulatie eilandjes van Langerhans à alpha-cellen zetten glucagon vrij
4. Lever zet glucagon om in glucose
56
, • Hormonen van eilandjes van Langerhans (endocriene pancreas)
o Beta-cellen à insuline
o Alpha-cellen à glucagon
o Delta-cellen à somatostatine
o PP-cellen à pancreatische polypeptide
• 2 paden voor exocytose insuline
o Via GLUT-receptor
1. Influx glucose via GLUT
2. Omzetting tot pyruvaat
3. Oxidatieve fosforylering à ATP stijgt en ADP daalt
4. ATP-afhankelijk K-kanaal sluit
5. Depolarisatie
6. Influx Ca
7. Exocytose insuline
o Via incretinehormoon-receptor
à alpha-2-adrenerge receptor remt adenylaatcyclase
1. Binding op receptor
2. Adenylaatcyclase
3. cAMP stijgt
4. PKA
5. Exocytose insuline
• Reciproke invloed van insuline en glucagon
o Insuline
- glycogeensynthese stijgt
- glycolyse stijgt
- lipogenese stijgt (à voornamelijk geregeld via adrenaline)
o Glucagon
- glycogeenafbraak stijgt
- gluconeogenese stijgt
- lipolyse stijgt (à voornamelijk geregeld via adrenaline)
5.1.2 Homeostase in vetreserve
7x meer ATP uit vetreserve dan uit suikerreserve
à vetzuren zijn minder geoxideerd dan suikers
à 1g vet => 9 kcal
à 1g zetmeel => 4 kcal
à overlevingskans is het grootste bij een gemiddeld gewicht
à te grote vetreserve is nadelig en te kleine vetreserve ook => optimaal lichaamsgewicht
57
Ondergrens energievoorraden bewaken à energienood vermijden (vooral in neuronen)
Bovengrens energievoorraden bewaken à traagheid vermijden (survival of the fittest)
F=ma
à als massa te klein is, dan is er geen energiereserve
à als massa te groot is, dan is de snelheid te klein
5.1 Hypothalamus
Regeling van:
- Homeostase van voedselinname (POMC processing -> alpha-MSH)
- Energievoorraden
- Bloedglucose (glycemie) à glucosehomeostase
- Lichaamstemperatuur
- Andere parameters (Bv. bloed pH, bloeddruk, fertiliteit…)
Werkt samen met netwerk van hormoonproducerende cellen:
à Hypofyse (adeno- en neurohypofyse): ACTH, TSH, LH, FSH
à Eilandjes van Langerhans: insuline en glucagon
à Bijnierschors: glucocorticoïden
à Bijniermerg: adrenaline
5.1.1 Glucosehomeostase
Normoglycemie = normale situatie, niet te hoog en niet te laag
à ondanks periodieke voeding kleine schommelingen i/d bloedglucose
à dankzij alternerende werking van insuline en glucagon
Hypoglycemie = te lage bloedglucose à energiecrisis i/d hersenen
Hyperglycemie = te hoge bloedglucose à diabetes
• Postprandiaal (= na maaltijd)
Bewaking van bovengrens via insuline-secretie
à pancreatische beta-cellen secreteren insuline
• Tussen maaltijden
Bewaking van ondergrens via glucagonsecretie
1. Hoge activiteit sympathisch ZS
2. Stimulatie bijnier à adrenaline komt vrij
3. Stimulatie eilandjes van Langerhans à alpha-cellen zetten glucagon vrij
4. Lever zet glucagon om in glucose
56
, • Hormonen van eilandjes van Langerhans (endocriene pancreas)
o Beta-cellen à insuline
o Alpha-cellen à glucagon
o Delta-cellen à somatostatine
o PP-cellen à pancreatische polypeptide
• 2 paden voor exocytose insuline
o Via GLUT-receptor
1. Influx glucose via GLUT
2. Omzetting tot pyruvaat
3. Oxidatieve fosforylering à ATP stijgt en ADP daalt
4. ATP-afhankelijk K-kanaal sluit
5. Depolarisatie
6. Influx Ca
7. Exocytose insuline
o Via incretinehormoon-receptor
à alpha-2-adrenerge receptor remt adenylaatcyclase
1. Binding op receptor
2. Adenylaatcyclase
3. cAMP stijgt
4. PKA
5. Exocytose insuline
• Reciproke invloed van insuline en glucagon
o Insuline
- glycogeensynthese stijgt
- glycolyse stijgt
- lipogenese stijgt (à voornamelijk geregeld via adrenaline)
o Glucagon
- glycogeenafbraak stijgt
- gluconeogenese stijgt
- lipolyse stijgt (à voornamelijk geregeld via adrenaline)
5.1.2 Homeostase in vetreserve
7x meer ATP uit vetreserve dan uit suikerreserve
à vetzuren zijn minder geoxideerd dan suikers
à 1g vet => 9 kcal
à 1g zetmeel => 4 kcal
à overlevingskans is het grootste bij een gemiddeld gewicht
à te grote vetreserve is nadelig en te kleine vetreserve ook => optimaal lichaamsgewicht
57