Psychologie
Hoofdstuk 1: Psychologie als
wetenschap
Kenmerken van de wetenschap
Domein
Het onderwerp van een bepaalde wetenschap of discipline
Behaviorisme: observeerbaar gedrag
Cognitieve: hinderlijke denkpatronen
Systeemdenken: communicatie onder de loep nemen
Psychoanalyse: onbewuste
Hypothesen en theoriën
Theorie: opgebouwd uit getoetste stellingen en inzichten
bij voorkeur systematische en hiërarchische ordening van inzichten en causale
verbanden over een bepaald gebied van de werkelijkheid
Hypothese: wetenschappelijke stelling die nog niet bewezen is
Reductie
Vereenvoudiging van de totale werkelijkheid
Isoleren deelsystemen
Voorbeelden:
H2O (Edmund Husserl)
What(s it like to be a bat?
Elke psychologische theorie faalt > mensen zijn complexer dan theorie
Intersubjectieve overeenstemming
Iets is geldig of waar voor elkeen van een aantal subjecten
Voorbeeld: God, ufo’s
Formulering
Vaktaal, jargon
Bedoeling:
Nauwkeurig, precies, ondubbelzinnig
Communiceerbaar
Afbakenen vakgebied, weren buitenstaanders
Voorbeeld: IQ, frustratietolerantie
,Voortgang
Wetenschap evolueert
Paradigma’s
Volgen elkaar op, tijdgebonden
Samenhangende wetenschappelijke visies, theorieën, begrippenkaders en
onderzoeksmethoden
Referentiekader: Welke vragen zijn er en hoe moeten we die oplossen?
Zienswijze, filosofisch uitgangspunt, grondhouding, wereldbeeld
Cyclische voortgang
1. Feiten
2. Hypothesen
3. Toetsen
4. Integreren in theorie
Terug naar 1
Er vloeit constant dingen uit het ene
Kritisch
Alle wetenschappen kritisch opgebouwd, theorieën worden kritisch bekeken om
tot intersubjectiviteit te komen. Dan pas word het geaccepteerd binnen de
wetenschap
Mensenbeeld en filosofisch gedachtengoed
Elke wetenschap impliceert een mens- en wereldbeeld, een visie, een
levensbeschouwing => onderliggend bij het formuleren van nieuwe paradigma.
Organistisch mensenbeeld: mensen = geheel, geen lineare relatie oorzaak
gevolg
Gestaltpsychologie, systeemdenken
Mechanistisch: geheel som van de delen, oorzaak => gevolg
Behaviorisme
Personalistisch: mens = uniek, zin geving, waarden en doelgericht
handelen
Situering tussen de wetenschappen
Nomothetische wetenschap (verklaren)
Algemeen geldende regels
Fysica: e=mc²
Ideografische wetenschap (begrijpen)
Unieke en specifieke
Geschiedenis, literatuurstudie
,Methoden
Mensenkennis
Wetenschappelijke kennis: aangeleerd, objectiever
Mensenkennis: zit in je
Subjectief, waardegeladen, cultuurgebonden
Niet-psychometrische methoden
Observatie
Systematisch waarnemen en registeren
Voorbeeld: participerende observatie (meedoen)
Intorspectie
Naar binnen kijken
Zelf vastgestelde gedachten en gevoelens
Zelfwaarneming
Interview
Mondeling stellen van vragen
Meer of minder gestructureerd
Actief luisteren
Valkuil: projectie
Anamnese
Persoonlijke getuigenis over vroegere gebeurtenissen die de persoon zelf
relevant acht
Gevalstudie
Bestudering van één praktijkgeval
Globaal inzicht in een gegeven problematiek
Multidisciplinaire benaderingswijze
o Medische gegevens
o Anamnese
o Vragenlijst
o Interview
o …
Voordelen
Diepgaand en gedetailleerd
Verkennen thema
Nadelen
Niet algemeen
Projectieve
Persoon schrijft eigen karaktertrekken, emoties en motieven toe aan iets
of iemand. Volledig of grotendeel onbewust.
Betekenisloos materiaal
Voorbeelden:
Thematische Apperceptie Test (Murray 1930)
, Rorschachtest
Thematische apperceptie test Rorschachtest
Hoofdstuk 1: Psychologie als
wetenschap
Kenmerken van de wetenschap
Domein
Het onderwerp van een bepaalde wetenschap of discipline
Behaviorisme: observeerbaar gedrag
Cognitieve: hinderlijke denkpatronen
Systeemdenken: communicatie onder de loep nemen
Psychoanalyse: onbewuste
Hypothesen en theoriën
Theorie: opgebouwd uit getoetste stellingen en inzichten
bij voorkeur systematische en hiërarchische ordening van inzichten en causale
verbanden over een bepaald gebied van de werkelijkheid
Hypothese: wetenschappelijke stelling die nog niet bewezen is
Reductie
Vereenvoudiging van de totale werkelijkheid
Isoleren deelsystemen
Voorbeelden:
H2O (Edmund Husserl)
What(s it like to be a bat?
Elke psychologische theorie faalt > mensen zijn complexer dan theorie
Intersubjectieve overeenstemming
Iets is geldig of waar voor elkeen van een aantal subjecten
Voorbeeld: God, ufo’s
Formulering
Vaktaal, jargon
Bedoeling:
Nauwkeurig, precies, ondubbelzinnig
Communiceerbaar
Afbakenen vakgebied, weren buitenstaanders
Voorbeeld: IQ, frustratietolerantie
,Voortgang
Wetenschap evolueert
Paradigma’s
Volgen elkaar op, tijdgebonden
Samenhangende wetenschappelijke visies, theorieën, begrippenkaders en
onderzoeksmethoden
Referentiekader: Welke vragen zijn er en hoe moeten we die oplossen?
Zienswijze, filosofisch uitgangspunt, grondhouding, wereldbeeld
Cyclische voortgang
1. Feiten
2. Hypothesen
3. Toetsen
4. Integreren in theorie
Terug naar 1
Er vloeit constant dingen uit het ene
Kritisch
Alle wetenschappen kritisch opgebouwd, theorieën worden kritisch bekeken om
tot intersubjectiviteit te komen. Dan pas word het geaccepteerd binnen de
wetenschap
Mensenbeeld en filosofisch gedachtengoed
Elke wetenschap impliceert een mens- en wereldbeeld, een visie, een
levensbeschouwing => onderliggend bij het formuleren van nieuwe paradigma.
Organistisch mensenbeeld: mensen = geheel, geen lineare relatie oorzaak
gevolg
Gestaltpsychologie, systeemdenken
Mechanistisch: geheel som van de delen, oorzaak => gevolg
Behaviorisme
Personalistisch: mens = uniek, zin geving, waarden en doelgericht
handelen
Situering tussen de wetenschappen
Nomothetische wetenschap (verklaren)
Algemeen geldende regels
Fysica: e=mc²
Ideografische wetenschap (begrijpen)
Unieke en specifieke
Geschiedenis, literatuurstudie
,Methoden
Mensenkennis
Wetenschappelijke kennis: aangeleerd, objectiever
Mensenkennis: zit in je
Subjectief, waardegeladen, cultuurgebonden
Niet-psychometrische methoden
Observatie
Systematisch waarnemen en registeren
Voorbeeld: participerende observatie (meedoen)
Intorspectie
Naar binnen kijken
Zelf vastgestelde gedachten en gevoelens
Zelfwaarneming
Interview
Mondeling stellen van vragen
Meer of minder gestructureerd
Actief luisteren
Valkuil: projectie
Anamnese
Persoonlijke getuigenis over vroegere gebeurtenissen die de persoon zelf
relevant acht
Gevalstudie
Bestudering van één praktijkgeval
Globaal inzicht in een gegeven problematiek
Multidisciplinaire benaderingswijze
o Medische gegevens
o Anamnese
o Vragenlijst
o Interview
o …
Voordelen
Diepgaand en gedetailleerd
Verkennen thema
Nadelen
Niet algemeen
Projectieve
Persoon schrijft eigen karaktertrekken, emoties en motieven toe aan iets
of iemand. Volledig of grotendeel onbewust.
Betekenisloos materiaal
Voorbeelden:
Thematische Apperceptie Test (Murray 1930)
, Rorschachtest
Thematische apperceptie test Rorschachtest