Begrippenlijst
Ontwikkelingspsychologie
Basislessen en specialisatielessen
Hoofdstuk 1: ontwikkeling van het kind
1.Cognitieve ontwikkeling=
-Ontwikkeling die betrekking heeft op intellectuele vermogens
-Zoals denken, leren, geheugen & probleemoplossing
2.Cohort=
-Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren
3.Continue verandering=
-Geleidelijke kwantitatieve ontwikkeling
-Waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit die op de vorige niveau’s
4.Discontinue verandering=
-Ontwikkeling die in aparte stappen/stadia plaatsvindt
-Waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia
5.Fysieke ontwikkeling=
-Ontwikkeling die betrekking heeft op fysieke opbouw van het lichaam
-Zoals de hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen
-Behoefte aan eten, drinken, en slaap
,6.Gevoelige periode=
-Een afbakende tijdspanne
-Meestal vroeg in het leven
-Mensen hier extra gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsinvloeden
-Sterk ontvankelijk zijn voor het leren van specifieke vaardigheden
7.Kritieke periode=
-Specifieke tijdsspanne in de ontwikkeling
-Waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste en zelfs onomkeerbare gevolgen heeft
8.Maturatie=
-Proces van het zich geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie
9.Nature-nurturedebat=
-De discussie over de oorsprong van ons gedrag en onze eigenschappen
-In hoeverre komen deze voort uit onze aanleg & in hoeverre uit onze opvoeding en
leefomgeving
10.Ontwikkelingspsychologie=
-De wetenschappelijke studie naar groei, verandering & stabiliteit bij mensen
-Van conceptie tot ouderdom, maar met accent op de jaren tot de volwassenheid
11.Persoonlijkheidsontwikkeling=
-Ontwikkeling van duurzame gedragingen & karakter eigenschappen
-Die de ene persoon van andere onderscheiden
12.Plasticiteit=
-Mate waarin een zich ontwikkelend gedragspatroon/fysieke structuur veranderbaar is
,13.Sociaal-emotionele ontwikkeling=
-Ontwikkeling die betrekking heeft op sociale relaties
-Interacties met anderen & op het omgaan met emoties
14.Stimilu=
-Prikkels, veranderingen in de uitwendige/inwendige omgeving waarop een organisme
reageert
, Hoofdstuk 2: Theoretische perspectieven
1.Accomodatie=
-Proces waarbij bestaande manieren van denken of doen veranderen in reactie op nieuwe
stimuli of gebeurtenissen
2.Assimilatie=
-Proces waarbij mensen een nieuwe ervaring interpreteren aan de hand van hun huidige
cognitieve ontwikkelingsstadium & denkwijze
3.Behavioristisch perspectief= waarneembaar gedrag, externe stimuli
-Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat je moet kijken naar waarneembaar
gedrag en externe stimuli in de omgeving om de ontwikkeling van het in individu te
begrijpen
4.Cognitief perspectief=
-Benadering binnen de psychologie die zich richt op de processen die mensen in staat
stellen de wereld te leren kennen, begrijpen, en over te denken
5.Evolutionair perspectief=
-Benadering binnen de psychologie die gedrag probeert te identificeren dat het resultaat is
van genetische erfenis van onze voorouders
6.Psychodynamisch perspectief=
-Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat gedrag gemotiveerd wordt door
innerlijke krachten, herinneringen, conflicten
-Waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is & waarover hij weinig controle heeft
Ontwikkelingspsychologie
Basislessen en specialisatielessen
Hoofdstuk 1: ontwikkeling van het kind
1.Cognitieve ontwikkeling=
-Ontwikkeling die betrekking heeft op intellectuele vermogens
-Zoals denken, leren, geheugen & probleemoplossing
2.Cohort=
-Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren
3.Continue verandering=
-Geleidelijke kwantitatieve ontwikkeling
-Waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit die op de vorige niveau’s
4.Discontinue verandering=
-Ontwikkeling die in aparte stappen/stadia plaatsvindt
-Waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia
5.Fysieke ontwikkeling=
-Ontwikkeling die betrekking heeft op fysieke opbouw van het lichaam
-Zoals de hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen
-Behoefte aan eten, drinken, en slaap
,6.Gevoelige periode=
-Een afbakende tijdspanne
-Meestal vroeg in het leven
-Mensen hier extra gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsinvloeden
-Sterk ontvankelijk zijn voor het leren van specifieke vaardigheden
7.Kritieke periode=
-Specifieke tijdsspanne in de ontwikkeling
-Waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste en zelfs onomkeerbare gevolgen heeft
8.Maturatie=
-Proces van het zich geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie
9.Nature-nurturedebat=
-De discussie over de oorsprong van ons gedrag en onze eigenschappen
-In hoeverre komen deze voort uit onze aanleg & in hoeverre uit onze opvoeding en
leefomgeving
10.Ontwikkelingspsychologie=
-De wetenschappelijke studie naar groei, verandering & stabiliteit bij mensen
-Van conceptie tot ouderdom, maar met accent op de jaren tot de volwassenheid
11.Persoonlijkheidsontwikkeling=
-Ontwikkeling van duurzame gedragingen & karakter eigenschappen
-Die de ene persoon van andere onderscheiden
12.Plasticiteit=
-Mate waarin een zich ontwikkelend gedragspatroon/fysieke structuur veranderbaar is
,13.Sociaal-emotionele ontwikkeling=
-Ontwikkeling die betrekking heeft op sociale relaties
-Interacties met anderen & op het omgaan met emoties
14.Stimilu=
-Prikkels, veranderingen in de uitwendige/inwendige omgeving waarop een organisme
reageert
, Hoofdstuk 2: Theoretische perspectieven
1.Accomodatie=
-Proces waarbij bestaande manieren van denken of doen veranderen in reactie op nieuwe
stimuli of gebeurtenissen
2.Assimilatie=
-Proces waarbij mensen een nieuwe ervaring interpreteren aan de hand van hun huidige
cognitieve ontwikkelingsstadium & denkwijze
3.Behavioristisch perspectief= waarneembaar gedrag, externe stimuli
-Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat je moet kijken naar waarneembaar
gedrag en externe stimuli in de omgeving om de ontwikkeling van het in individu te
begrijpen
4.Cognitief perspectief=
-Benadering binnen de psychologie die zich richt op de processen die mensen in staat
stellen de wereld te leren kennen, begrijpen, en over te denken
5.Evolutionair perspectief=
-Benadering binnen de psychologie die gedrag probeert te identificeren dat het resultaat is
van genetische erfenis van onze voorouders
6.Psychodynamisch perspectief=
-Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat gedrag gemotiveerd wordt door
innerlijke krachten, herinneringen, conflicten
-Waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is & waarover hij weinig controle heeft