Inhoudsopgave
Deel 1: Content media (media 1.0) ............................................................................................................................................ 2
Algemene, economische karakteristieken van de media ............................................................................................................... 2
1. Micro-economie: uitgangspunten .................................................................................................................................... 2
2. Karakteristieken van mediagoederen: kenmerken ........................................................................................................... 3
3. Media waardeketen .......................................................................................................................................................... 8
Tweezijdige mediamarkten .......................................................................................................................................................... 10
1. Tweezijdige markten en platformen ............................................................................................................................... 10
2. Markt 1: de eindgebruiker .............................................................................................................................................. 12
3. Markt 2: de adverteerder ............................................................................................................................................... 14
Mediaconcentratie ....................................................................................................................................................................... 18
Feiten en tendensen ................................................................................................................................................................ 23
Incumbents .............................................................................................................................................................................. 24
New entrants ........................................................................................................................................................................... 29
Mediaconcentratie en nieuwsdiversiteit in Vlaanderen.......................................................................................................... 32
Deel 2: Connectivity media en context media (media 2.0 en 3.0) ............................................................................................. 37
Algemene karakteristieken .......................................................................................................................................................... 37
Web 2.0: platformisering en inkomstenmodellen ........................................................................................................................ 45
1. Platformisering ............................................................................................................................................................... 45
2. Inkomstenmodellen ........................................................................................................................................................ 47
,Media-economie
HOC1: introductie
- Productie, verdeling en consumptie van schaarse mediagoederen/ meubelen/ auto’s/ waspoeder
- Hoe ontmoeten vraag naar en aanbod van elkaar in de markt?
- Wat is het marktequilibrium?
- Hoe vrije concurrentie tot stand brengen in de media?
Deel 1: Content media (media 1.0)
Algemene, economische karakteristieken van de media
Literatuur: “Chapter 1: Introduction”, in: Doyle, G. (2012) Understanding Media Economics. 2nd Edition.
1. Micro-economie: uitgangspunten
Producent <-> consument: een goed wordt verhandelt
• Schaarste: continue beslissingen/ keuzes maken
o Producent
§ Wat kost het om fiets te maken?
§ Wat levert het op als ik poort maak met dezelfde materialen? (Opportuniteitskost)
o Consument: w
§ Wat kopen met zelfde geld? (obv nut)
§ Waarde alternatief is belangrijk
• Aggregeerde markt: veronderstellingen die economen hebben
Meer productiecapaciteit: aanbod verschuift door externe factor
, Mensen zijn bereid meer te betalen
- Prijsnemer: p dat op de markt tot stand komt
- Marginale opbrengst: opbrengst bij het produceren van 1 extra eenheid
- Marginale kosten: wat het kost om 1 extra eenheid te produceren -> dalen steeds (tot punt waar
het laagste is) -> steeds efficiënter
o Eerste kost veel, wordt steeds efficiënter
ð Wet van de afnemende meer opbrengsten = elke extra fiets gaat steeds minder opbrengst leveren
Neo-klassieke assumpties: karakteristieken
1. Goederen: 2. Aanbod:
- Private goederen - Maximaliseren winst
- Schaarste - Wet van afnemende
meeropbrengsten
3. Vraag: 4. Prijs:
- Maximaliseren nut - Belangrijkste informatiedrager
- Rationele keuze - Equilibrium tussen vraag en aanbod
2. Karakteristieken van mediagoederen: kenmerken
1. Goederen: 2. Aanbod:
- Publieke goederen - Prototypisch karakter/ toenemende
- Externaliteiten meeropbrengst
- Wet van Baumol
3. Vraag: 4. Prijs:
- Onvoorspelbaar - Defect prijsmechanisme
- Tijdsafhankelijk
1) Aard van mediagoederen
Wat wordt er verhandelt? Informatie
o Moeilijk mensen uitsluiten
, - Publieke goederen
o Niet- rivaliserend: mijn consumptie vermindert niet de beschikbaarheid voor anderen
§ Het is niet omdat 1 iemand niet luistert dat anderen ook niet luisteren
o Niet-exclusief: moeilijk niet-betalers uit te sluiten
ð Gevolgen
o Geen schaarste, dus geen economische logica?
o Altijd freeriding probleem
o Bron van marktfalen
§ Inefficiënte van goederen door spel van vraag en aanbod in de vrije markt
§ Overheidsingrijpen (belastingen)
- Is er enige schaarste?
o Vaak initiële schaarste = info nu willen -> bereid voor te betalen
o Schaarste kan gecreëerd worden
§ Bundelen met materiële, private goederen
§ Toegang beperken
§ Houdbaarheid beperken (vb. nieuws)
§ Fragmenteren van consumentenmarkt
ð Als dit niet lukt -> gratis weggeven om andere (indirecte) inkomsten te verkrijgen
o Tweede product vd media-industrie = eyeball/ aandacht
o Inkomsten door reclame
- Externaliteiten = bepaalde effect niet in de prijs
o Vb. uitlaat auto
o Effecten die koper-verkoper relatie overstijgen
o Zijn niet inbegrepen in prijs vh goed
o Talrijk en belangrijk bij mediagoederen
§ Positieve externe effecten: sociale cohesie, burgerschap, emancipatie
kennisoverdracht
§ Negatieve externe effecten: apathie, geweld, overconsumptie
ð Gevolgen:
o Bron van marktfalen
o Overheidsinterventie: regulering, fiscale maatregelen, subsidies, aanbod publieke omroep
o Maar hoe ver moet/ kan inmenging gaan?
o Externaliteiten bij media zijn groot, maar zeer moeilijk te voorspellen/ bewijzen
o Niet zozeer een probleem voor bedrijven/ bedrijvigheid, maar wel voor maatschappij/
overheid
2) Aard van het aanbod
Media produceren vragen veel investering
- Media heeft prototypisch, artisanaal, R&D-karakter
o Elk nieuw mediagoed is een innovatie, prototype
o Hoge ontwikkelingskosten
o Belang van activiteiten als ideegeneratie, marktonderzoek, scoping, creatieve activiteiten, …
o Hoge kosten gerelateerd aan preproductie en productie van eerste kopie
Deel 1: Content media (media 1.0) ............................................................................................................................................ 2
Algemene, economische karakteristieken van de media ............................................................................................................... 2
1. Micro-economie: uitgangspunten .................................................................................................................................... 2
2. Karakteristieken van mediagoederen: kenmerken ........................................................................................................... 3
3. Media waardeketen .......................................................................................................................................................... 8
Tweezijdige mediamarkten .......................................................................................................................................................... 10
1. Tweezijdige markten en platformen ............................................................................................................................... 10
2. Markt 1: de eindgebruiker .............................................................................................................................................. 12
3. Markt 2: de adverteerder ............................................................................................................................................... 14
Mediaconcentratie ....................................................................................................................................................................... 18
Feiten en tendensen ................................................................................................................................................................ 23
Incumbents .............................................................................................................................................................................. 24
New entrants ........................................................................................................................................................................... 29
Mediaconcentratie en nieuwsdiversiteit in Vlaanderen.......................................................................................................... 32
Deel 2: Connectivity media en context media (media 2.0 en 3.0) ............................................................................................. 37
Algemene karakteristieken .......................................................................................................................................................... 37
Web 2.0: platformisering en inkomstenmodellen ........................................................................................................................ 45
1. Platformisering ............................................................................................................................................................... 45
2. Inkomstenmodellen ........................................................................................................................................................ 47
,Media-economie
HOC1: introductie
- Productie, verdeling en consumptie van schaarse mediagoederen/ meubelen/ auto’s/ waspoeder
- Hoe ontmoeten vraag naar en aanbod van elkaar in de markt?
- Wat is het marktequilibrium?
- Hoe vrije concurrentie tot stand brengen in de media?
Deel 1: Content media (media 1.0)
Algemene, economische karakteristieken van de media
Literatuur: “Chapter 1: Introduction”, in: Doyle, G. (2012) Understanding Media Economics. 2nd Edition.
1. Micro-economie: uitgangspunten
Producent <-> consument: een goed wordt verhandelt
• Schaarste: continue beslissingen/ keuzes maken
o Producent
§ Wat kost het om fiets te maken?
§ Wat levert het op als ik poort maak met dezelfde materialen? (Opportuniteitskost)
o Consument: w
§ Wat kopen met zelfde geld? (obv nut)
§ Waarde alternatief is belangrijk
• Aggregeerde markt: veronderstellingen die economen hebben
Meer productiecapaciteit: aanbod verschuift door externe factor
, Mensen zijn bereid meer te betalen
- Prijsnemer: p dat op de markt tot stand komt
- Marginale opbrengst: opbrengst bij het produceren van 1 extra eenheid
- Marginale kosten: wat het kost om 1 extra eenheid te produceren -> dalen steeds (tot punt waar
het laagste is) -> steeds efficiënter
o Eerste kost veel, wordt steeds efficiënter
ð Wet van de afnemende meer opbrengsten = elke extra fiets gaat steeds minder opbrengst leveren
Neo-klassieke assumpties: karakteristieken
1. Goederen: 2. Aanbod:
- Private goederen - Maximaliseren winst
- Schaarste - Wet van afnemende
meeropbrengsten
3. Vraag: 4. Prijs:
- Maximaliseren nut - Belangrijkste informatiedrager
- Rationele keuze - Equilibrium tussen vraag en aanbod
2. Karakteristieken van mediagoederen: kenmerken
1. Goederen: 2. Aanbod:
- Publieke goederen - Prototypisch karakter/ toenemende
- Externaliteiten meeropbrengst
- Wet van Baumol
3. Vraag: 4. Prijs:
- Onvoorspelbaar - Defect prijsmechanisme
- Tijdsafhankelijk
1) Aard van mediagoederen
Wat wordt er verhandelt? Informatie
o Moeilijk mensen uitsluiten
, - Publieke goederen
o Niet- rivaliserend: mijn consumptie vermindert niet de beschikbaarheid voor anderen
§ Het is niet omdat 1 iemand niet luistert dat anderen ook niet luisteren
o Niet-exclusief: moeilijk niet-betalers uit te sluiten
ð Gevolgen
o Geen schaarste, dus geen economische logica?
o Altijd freeriding probleem
o Bron van marktfalen
§ Inefficiënte van goederen door spel van vraag en aanbod in de vrije markt
§ Overheidsingrijpen (belastingen)
- Is er enige schaarste?
o Vaak initiële schaarste = info nu willen -> bereid voor te betalen
o Schaarste kan gecreëerd worden
§ Bundelen met materiële, private goederen
§ Toegang beperken
§ Houdbaarheid beperken (vb. nieuws)
§ Fragmenteren van consumentenmarkt
ð Als dit niet lukt -> gratis weggeven om andere (indirecte) inkomsten te verkrijgen
o Tweede product vd media-industrie = eyeball/ aandacht
o Inkomsten door reclame
- Externaliteiten = bepaalde effect niet in de prijs
o Vb. uitlaat auto
o Effecten die koper-verkoper relatie overstijgen
o Zijn niet inbegrepen in prijs vh goed
o Talrijk en belangrijk bij mediagoederen
§ Positieve externe effecten: sociale cohesie, burgerschap, emancipatie
kennisoverdracht
§ Negatieve externe effecten: apathie, geweld, overconsumptie
ð Gevolgen:
o Bron van marktfalen
o Overheidsinterventie: regulering, fiscale maatregelen, subsidies, aanbod publieke omroep
o Maar hoe ver moet/ kan inmenging gaan?
o Externaliteiten bij media zijn groot, maar zeer moeilijk te voorspellen/ bewijzen
o Niet zozeer een probleem voor bedrijven/ bedrijvigheid, maar wel voor maatschappij/
overheid
2) Aard van het aanbod
Media produceren vragen veel investering
- Media heeft prototypisch, artisanaal, R&D-karakter
o Elk nieuw mediagoed is een innovatie, prototype
o Hoge ontwikkelingskosten
o Belang van activiteiten als ideegeneratie, marktonderzoek, scoping, creatieve activiteiten, …
o Hoge kosten gerelateerd aan preproductie en productie van eerste kopie