1
ZELFSTUDIEOPDRACHT 13: SPINALE EN HOGERE CONTROLE VAN DE MOTORIEK
Enkele termen voor verlamming
Plegie: Totale verlamming
Parese: Gedeeltelijke verlamming, verzwakking
Hemiplegie/Hemiparese: Halfzijdig
-> Totaal verlamt aan de ene kant
-> Verzwakt of gedeeltelijk verlamt aan de ene kant
Algemeen: Hemisyndroom
Quadriplegie/Quadirparese: Alle 4 de lidmaten verzwakt of verlamt
Paraplegie/Paraparese: Onderste ledenmaten verzwakt of verlamt
Monoplegie/Monoparese: 1 lidmaat verzwakt of verlamt
DEEL 1: Hogere controle van de motoriek
Het centrale motor systeem is georganiseerd zoals een hiërarchie van controle levels
1. Het hoogste level
Associatie gebieden van de neocortex en basale ganglia in de voorstehersenen
-> Strategie: Het doel vd beweging en de strategie waarmee het best dit doel bereikt w
-> De cerebrale neocortex heeft info gebaseerd op zicht, gehoor, somatische sensatie en proprioceptie
over de precieze plaats van het lichaam in de ruimte
-> Zo kan de strategie bepaald worden om een beweging uit te voeren
-> Sensorische informatie genereert een mentaal beeld van het lichaam en is in relatie met de
omgeving
2. Middenste level
Motor cortex en cerebellum
-> Tactiek: De opeenvolging van spiercontracties in tijd en ruimte om nauwkeurig de strategie te
bereiken
-> De motor cortex en het cerebellum maken de tactische beslissing en geven instructies naar de
hersenstam en ruggenmerg
-> Tactische beslissingen zijn gebaseerd op het geheugen van sensorische informatie van
voorafgaande bewegingen
3. Het laagste level
Hersenstam en ruggenmerg
-> Uitvoering: Activatie van het motor neuron en interneuronen die de beweging generergen en
maken de nodige aanpassingen aan de houding vh lichaam
-> Activatie van neuronen in de hersenstam en ruggenmerg veroorzaakt het uitvoeren vd beweging
-> Eens de beweging is ingezet kan het niet veranderd w
-> Snelle willekeurige beweging is niet onder de zelfde sensorische feedback controle die de
antizwaartekracht postuur reflexen reguleren
De beweging is te snel om aangepast te w door sensorische feedback
-> Sensorische informatie voor de beweging is gestart is belangrijk om:
Te bepalen wanneer de beweging gestart moet w
De startposities vd ledematen en het lichaam te bepalen
De veranderingen in weerstand te voorzien tijdens de beweging
ZELFSTUDIEOPDRACHT 13: SPINALE EN HOGERE CONTROLE VAN DE MOTORIEK
Enkele termen voor verlamming
Plegie: Totale verlamming
Parese: Gedeeltelijke verlamming, verzwakking
Hemiplegie/Hemiparese: Halfzijdig
-> Totaal verlamt aan de ene kant
-> Verzwakt of gedeeltelijk verlamt aan de ene kant
Algemeen: Hemisyndroom
Quadriplegie/Quadirparese: Alle 4 de lidmaten verzwakt of verlamt
Paraplegie/Paraparese: Onderste ledenmaten verzwakt of verlamt
Monoplegie/Monoparese: 1 lidmaat verzwakt of verlamt
DEEL 1: Hogere controle van de motoriek
Het centrale motor systeem is georganiseerd zoals een hiërarchie van controle levels
1. Het hoogste level
Associatie gebieden van de neocortex en basale ganglia in de voorstehersenen
-> Strategie: Het doel vd beweging en de strategie waarmee het best dit doel bereikt w
-> De cerebrale neocortex heeft info gebaseerd op zicht, gehoor, somatische sensatie en proprioceptie
over de precieze plaats van het lichaam in de ruimte
-> Zo kan de strategie bepaald worden om een beweging uit te voeren
-> Sensorische informatie genereert een mentaal beeld van het lichaam en is in relatie met de
omgeving
2. Middenste level
Motor cortex en cerebellum
-> Tactiek: De opeenvolging van spiercontracties in tijd en ruimte om nauwkeurig de strategie te
bereiken
-> De motor cortex en het cerebellum maken de tactische beslissing en geven instructies naar de
hersenstam en ruggenmerg
-> Tactische beslissingen zijn gebaseerd op het geheugen van sensorische informatie van
voorafgaande bewegingen
3. Het laagste level
Hersenstam en ruggenmerg
-> Uitvoering: Activatie van het motor neuron en interneuronen die de beweging generergen en
maken de nodige aanpassingen aan de houding vh lichaam
-> Activatie van neuronen in de hersenstam en ruggenmerg veroorzaakt het uitvoeren vd beweging
-> Eens de beweging is ingezet kan het niet veranderd w
-> Snelle willekeurige beweging is niet onder de zelfde sensorische feedback controle die de
antizwaartekracht postuur reflexen reguleren
De beweging is te snel om aangepast te w door sensorische feedback
-> Sensorische informatie voor de beweging is gestart is belangrijk om:
Te bepalen wanneer de beweging gestart moet w
De startposities vd ledematen en het lichaam te bepalen
De veranderingen in weerstand te voorzien tijdens de beweging