ZELFSTUDIEOPDRACHT 14: Autonoom zenuwstelsel
DEEL 1: Organisatie en neurotransmitters in het autonoom zenuwstelsel
Hoofdstuk 1: Inleiding
Het zenuwstelsel kan ingedeeld worden volgens anatomische indeling en fysiologische indeling
1.1 Perifere zenuwstelsel
Het perifere zenuwstelsel bevat alle zenuwen die het centrale zenuwstelsel verbinden met somatische en
viscerale doelorganen
-> Wordt verder opgedeeld in autonoom (onvrijwillig) en het somatische (vrijwillig) en sensorisch
zenuwstelsel
1.2 Autonome zenuwstelsel
Het autonoom zenuwstelsel bestuurt/moduleert de activiteiten vh hart, gladde spieren en de klieren
-> Acetylcholine is de neurotransmitter vd autonome ganglia
-> Interneuronen zetten er catecholamines vrij
Ganglion = Verzameling van cellichamen in het perifere zenuwstelsel
Interneuronen = Kleine neuronen die allerlei schakelingen tussen neuronen verzorgen
Bestaat uit 3 delen:
(Ortho) Sympatische postganglionaire neuronen zetten (op een paar uitzonderingen na) noradrenaline vrij
-> bindt op α1, α2, β1 of β2 adrenerge receptoren
-> Zorgt meestal voor activatie spieren
-> UITZONDERING: sympatische postganglionaire neuronen nr de zweetklieren zetten ACh vrij
Parasympatische postganglionaire neuronen zetten acetylcholine vrij
-> Bindt op M1 of M2 muscarinereceptoren
-> Zorgt meestal voor relaxatie spieren
Enterisch zenuwstelsel
-> Bevindt zich in de wand vh gastro-intestinaal systeem (darmen)
-> Bevat meer neuronen dan het volledige ruggenmerg
-> Belangrijk regelsysteem
OPMERKING: Worden ook neuropeptiden idpv neurotransmitters vrijgezet
-> Cotransmissie
DEEL 1: Organisatie en neurotransmitters in het autonoom zenuwstelsel
Hoofdstuk 1: Inleiding
Het zenuwstelsel kan ingedeeld worden volgens anatomische indeling en fysiologische indeling
1.1 Perifere zenuwstelsel
Het perifere zenuwstelsel bevat alle zenuwen die het centrale zenuwstelsel verbinden met somatische en
viscerale doelorganen
-> Wordt verder opgedeeld in autonoom (onvrijwillig) en het somatische (vrijwillig) en sensorisch
zenuwstelsel
1.2 Autonome zenuwstelsel
Het autonoom zenuwstelsel bestuurt/moduleert de activiteiten vh hart, gladde spieren en de klieren
-> Acetylcholine is de neurotransmitter vd autonome ganglia
-> Interneuronen zetten er catecholamines vrij
Ganglion = Verzameling van cellichamen in het perifere zenuwstelsel
Interneuronen = Kleine neuronen die allerlei schakelingen tussen neuronen verzorgen
Bestaat uit 3 delen:
(Ortho) Sympatische postganglionaire neuronen zetten (op een paar uitzonderingen na) noradrenaline vrij
-> bindt op α1, α2, β1 of β2 adrenerge receptoren
-> Zorgt meestal voor activatie spieren
-> UITZONDERING: sympatische postganglionaire neuronen nr de zweetklieren zetten ACh vrij
Parasympatische postganglionaire neuronen zetten acetylcholine vrij
-> Bindt op M1 of M2 muscarinereceptoren
-> Zorgt meestal voor relaxatie spieren
Enterisch zenuwstelsel
-> Bevindt zich in de wand vh gastro-intestinaal systeem (darmen)
-> Bevat meer neuronen dan het volledige ruggenmerg
-> Belangrijk regelsysteem
OPMERKING: Worden ook neuropeptiden idpv neurotransmitters vrijgezet
-> Cotransmissie