Hoofdstuk 27: het AV-AA model
1. Het AV-AA-schema
1.1 De aggregatieve vraagcurve
AV-curve: negatief verband tussen
Economische activiteit (Q)
Algemeen prijspeil (P)
Intuïtie achter dalend verloop:
Stijging prijsniveau leidt tot toename in transactievraag naar geld
Bij gegeven geldaanbod stijgt interestvoet
In reële sfeer zorgt gestegen interestvoet voor afname investeringen en afname vraag
naar goederen en diensten
1.2 De aggregatieve aanbodcurve
AA-curve: positief verband tussen
Economische activiteit (Q)
Algemeen prijspeil (P)
Intuïtie achter stijgend verloop:
Samenspel onderhandelingscurve en prijzettingscurve
Toename Q leidt tot lagere werkloosheid, hoger nominaal loon en prijszetters die
prijzen verhogen
Prijzen worden aangepast
Prijsverwachtingen reageren slechts met vertraging
Op LT: aggregatief aanbod bepaald door het natuurlijk outputniveau (wat afhangt van
het loonvormings- en prijszettingsproces)
Het evenwict in AV -AA op LT
, 2. Vraagschokken (AV)
2.1 Positieve vraagschok in het AV-AA model
Positieve schok van AV0 naar AV1
Op KT stijgen prijspeil en productie van P0,Qn naar P1,Q1
Maar punt B is geen evenwicht op MLT:
Feitelijk prijsniveau P1 is hoger dan verwacht prijsniveau P0
Vakbonden eisen hogere nominale lonen
Productiekosten stijgen
Gevolg: AA-curve naar boven naar AA1
Bewegen op nieuwe AV-curve AV1 naar linksboven
Output neemt af
Prijzen stijgen
Punt C is nog geen evenwicht AA-curve verschuift naar AA2
Enkel in punt D zijn feitelijke prijzen = verwachte prijzen
Prijsniveau steeg van P0 naar P2
Hogere prijzen volledig gecompenseerd door nominale loonstijgingen
Reëel loon (en tewerkstelling) ongewijzigd
Bij ‘rationele verwachtingen’ is omweg via punten B en C uitgesloten: ogenblikkelijke
prijsstijgingen
De aard van de schok bepaalt wat er gebeurt met de interestvoet en met de samenstelling van
de output in de reële sfeer:
Voorbeeld van expansief monetair beleid
Voorbeeld van expansief fiscaal-budgettair beleid
1. Het AV-AA-schema
1.1 De aggregatieve vraagcurve
AV-curve: negatief verband tussen
Economische activiteit (Q)
Algemeen prijspeil (P)
Intuïtie achter dalend verloop:
Stijging prijsniveau leidt tot toename in transactievraag naar geld
Bij gegeven geldaanbod stijgt interestvoet
In reële sfeer zorgt gestegen interestvoet voor afname investeringen en afname vraag
naar goederen en diensten
1.2 De aggregatieve aanbodcurve
AA-curve: positief verband tussen
Economische activiteit (Q)
Algemeen prijspeil (P)
Intuïtie achter stijgend verloop:
Samenspel onderhandelingscurve en prijzettingscurve
Toename Q leidt tot lagere werkloosheid, hoger nominaal loon en prijszetters die
prijzen verhogen
Prijzen worden aangepast
Prijsverwachtingen reageren slechts met vertraging
Op LT: aggregatief aanbod bepaald door het natuurlijk outputniveau (wat afhangt van
het loonvormings- en prijszettingsproces)
Het evenwict in AV -AA op LT
, 2. Vraagschokken (AV)
2.1 Positieve vraagschok in het AV-AA model
Positieve schok van AV0 naar AV1
Op KT stijgen prijspeil en productie van P0,Qn naar P1,Q1
Maar punt B is geen evenwicht op MLT:
Feitelijk prijsniveau P1 is hoger dan verwacht prijsniveau P0
Vakbonden eisen hogere nominale lonen
Productiekosten stijgen
Gevolg: AA-curve naar boven naar AA1
Bewegen op nieuwe AV-curve AV1 naar linksboven
Output neemt af
Prijzen stijgen
Punt C is nog geen evenwicht AA-curve verschuift naar AA2
Enkel in punt D zijn feitelijke prijzen = verwachte prijzen
Prijsniveau steeg van P0 naar P2
Hogere prijzen volledig gecompenseerd door nominale loonstijgingen
Reëel loon (en tewerkstelling) ongewijzigd
Bij ‘rationele verwachtingen’ is omweg via punten B en C uitgesloten: ogenblikkelijke
prijsstijgingen
De aard van de schok bepaalt wat er gebeurt met de interestvoet en met de samenstelling van
de output in de reële sfeer:
Voorbeeld van expansief monetair beleid
Voorbeeld van expansief fiscaal-budgettair beleid