Pathologie
1.Bouwstenen van het leren
Skills (executieve functies)
Begripsomschrijving:
→ geen eenduidige definitie
→ executieve functies: hoog ontwikkelde cognitieve functies die gedrag doelgericht gaan
sturen
⇒ cruciaal voor cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling
⇒ gebruiken bij veel aspecten van dagelijkse leven (uitvoeren van taken, gedrag afstemmen
op nieuwe situaties)
⇒ omgeving speelt belangrijke rol bij ontwikkelen van EF
→ binnen ICF:
- Functies→ mentale functies → specifieke mentale functies → hogere cognitieve
functies
- Activiteiten en participatie: → algemene taken en eisen → ondernemen van
enkelvoudige en meervoudige taken
EF en leren
→ kinderen met minder goed ontwikkelde executieve functies:
⇒ presteren minder op school
⇒ zijn minder succesvol in verschillende levensdomeinen
⇒ verlaten school vroeger; daardoor later financiële moeilijkheden ervaren
indeling: onderscheid tussen 2 dimensies
→ metacognitieve executieve functies: denkvaardigheden waarmee men doelen kiest en
realiseert (oplossingen voor problemen bedenken)
⇒ denken over denken/ reflecteren over denken
⇒ werkgeheugen
⇒ planning
⇒ organisatie
⇒ timemanagement
⇒ metacognitie
→ emotionele/ motivationele executieve functies: affectieve kant van EF; vaardigheden om
gedrag bij te sturen en aan te passen
⇒ coördinatie tussen cognitie en emotie
⇒ beginnen aan taak/ activiteit
,⇒ responsinhibitie
⇒ emotieregulatie
⇒ volgehouden aandacht
⇒ taakinitiatie
⇒ doelgericht gedrag
⇒ flexibiliteit
primaire EF: 3 belangrijkste EF
→ ontwikkelen vroeg en zijn basis om hogere orde EF op te bouwen
→ responsinhibitie (impulsremming)
⇒ mate van afleidbaarheid
⇒ vaardigheid om weerstand te bieden aan eerste impuls/ sterke neiging onderdrukken en
gepaster gedrag vertonen na erover gedacht te hebben
=> vereist:
- Selectieve aandacht
- Discipline
- zelfcontrole
→ werkgeheugen
⇒ mentale kladblok/ vaardigheid om info kort vast te houden en bewerken
Werkgeheugenmodel van Baddeley
, → alles komt samen in centrale verwerker (coördineert en reguleert prikkels)
→ werkgeheugen bestaat uit:
- Visueel ruimtelijk kanaal (visuele info)
- Episodische buffer (waar visueel kanaal en fonologische loop worden verweven met
elkaar)
- Fonologische loop (verbale info)
→ uitwisseling met langetermijn geheugen waar nieuwe info met oudere info wordt gelinkt
→ (cognitieve) flexibiliteit)
⇒ vaardigheid dat we nodig hebben om creatief te denken en vermogen van
probleemoplossing
hogere EF
→ doelgericht doorzettingsvermogen/ gedrag
→ plannen: vooruit bedenken hoe je doel gaat bereiken
⇒ vereist:
- Vooruit kunnen denken
- In stappen kunnen denken
- Abstract kunnen denken
→ zelfregulatie/ emotieregulatie: regulatie van eigen impulsen
⇒ hebben we nodig om succesvol te leven
lokalisatie
→ in frontale cortex & er naast liggende gebieden
ontwikkeling
→ alle kinderen worden geboren met vermogen om executieve functies te ontwikkelen
⇒ mate waarin ze EF ontwikkelen is afhankelijk van samenhang van genetische en
omgevingsfactoren
⇒ EF evolueren van vroege kindertijd tot adolescentie
=> tot 4 j: enkelvoudige opdrachten (klusjes uitvoeren, opruimen, gedrag controleren)
=> 4-8 J: meervoudige opdrachten (korte huiswerkopdrachten, beslissen over geld, gedrag
controleren)
=> 8-12 J uitgestelde opdrachten en huishoudelijke taken (huiswerk organiseren, projecten,
sparen, gedrag controleren)
=> 12-14 J: dagelijkse verantwoordelijkheden, complexe schoolplanning, meerdere lange
termijn projecten (tijdsplanning, regels volgen zonder externe controle)
=> 14-18 J: lange termijn doelen bepalen, verfijnen, plannen , vakantiejob uitvoeren,
gevaarlijk gedrag onderdrukken
EF bij leer- en ontwikkelingsstoornissen
1.Bouwstenen van het leren
Skills (executieve functies)
Begripsomschrijving:
→ geen eenduidige definitie
→ executieve functies: hoog ontwikkelde cognitieve functies die gedrag doelgericht gaan
sturen
⇒ cruciaal voor cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling
⇒ gebruiken bij veel aspecten van dagelijkse leven (uitvoeren van taken, gedrag afstemmen
op nieuwe situaties)
⇒ omgeving speelt belangrijke rol bij ontwikkelen van EF
→ binnen ICF:
- Functies→ mentale functies → specifieke mentale functies → hogere cognitieve
functies
- Activiteiten en participatie: → algemene taken en eisen → ondernemen van
enkelvoudige en meervoudige taken
EF en leren
→ kinderen met minder goed ontwikkelde executieve functies:
⇒ presteren minder op school
⇒ zijn minder succesvol in verschillende levensdomeinen
⇒ verlaten school vroeger; daardoor later financiële moeilijkheden ervaren
indeling: onderscheid tussen 2 dimensies
→ metacognitieve executieve functies: denkvaardigheden waarmee men doelen kiest en
realiseert (oplossingen voor problemen bedenken)
⇒ denken over denken/ reflecteren over denken
⇒ werkgeheugen
⇒ planning
⇒ organisatie
⇒ timemanagement
⇒ metacognitie
→ emotionele/ motivationele executieve functies: affectieve kant van EF; vaardigheden om
gedrag bij te sturen en aan te passen
⇒ coördinatie tussen cognitie en emotie
⇒ beginnen aan taak/ activiteit
,⇒ responsinhibitie
⇒ emotieregulatie
⇒ volgehouden aandacht
⇒ taakinitiatie
⇒ doelgericht gedrag
⇒ flexibiliteit
primaire EF: 3 belangrijkste EF
→ ontwikkelen vroeg en zijn basis om hogere orde EF op te bouwen
→ responsinhibitie (impulsremming)
⇒ mate van afleidbaarheid
⇒ vaardigheid om weerstand te bieden aan eerste impuls/ sterke neiging onderdrukken en
gepaster gedrag vertonen na erover gedacht te hebben
=> vereist:
- Selectieve aandacht
- Discipline
- zelfcontrole
→ werkgeheugen
⇒ mentale kladblok/ vaardigheid om info kort vast te houden en bewerken
Werkgeheugenmodel van Baddeley
, → alles komt samen in centrale verwerker (coördineert en reguleert prikkels)
→ werkgeheugen bestaat uit:
- Visueel ruimtelijk kanaal (visuele info)
- Episodische buffer (waar visueel kanaal en fonologische loop worden verweven met
elkaar)
- Fonologische loop (verbale info)
→ uitwisseling met langetermijn geheugen waar nieuwe info met oudere info wordt gelinkt
→ (cognitieve) flexibiliteit)
⇒ vaardigheid dat we nodig hebben om creatief te denken en vermogen van
probleemoplossing
hogere EF
→ doelgericht doorzettingsvermogen/ gedrag
→ plannen: vooruit bedenken hoe je doel gaat bereiken
⇒ vereist:
- Vooruit kunnen denken
- In stappen kunnen denken
- Abstract kunnen denken
→ zelfregulatie/ emotieregulatie: regulatie van eigen impulsen
⇒ hebben we nodig om succesvol te leven
lokalisatie
→ in frontale cortex & er naast liggende gebieden
ontwikkeling
→ alle kinderen worden geboren met vermogen om executieve functies te ontwikkelen
⇒ mate waarin ze EF ontwikkelen is afhankelijk van samenhang van genetische en
omgevingsfactoren
⇒ EF evolueren van vroege kindertijd tot adolescentie
=> tot 4 j: enkelvoudige opdrachten (klusjes uitvoeren, opruimen, gedrag controleren)
=> 4-8 J: meervoudige opdrachten (korte huiswerkopdrachten, beslissen over geld, gedrag
controleren)
=> 8-12 J uitgestelde opdrachten en huishoudelijke taken (huiswerk organiseren, projecten,
sparen, gedrag controleren)
=> 12-14 J: dagelijkse verantwoordelijkheden, complexe schoolplanning, meerdere lange
termijn projecten (tijdsplanning, regels volgen zonder externe controle)
=> 14-18 J: lange termijn doelen bepalen, verfijnen, plannen , vakantiejob uitvoeren,
gevaarlijk gedrag onderdrukken
EF bij leer- en ontwikkelingsstoornissen