Welvaart, ongelijkheid en armoede: Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7: Geld en inflatie
1.Het geld
1.1 De functies van het geld
Geld: Elk algemeen aanvaard ruilmiddel.
Ruil- en betaalmiddel:
- Kosten directe ruil verminderen zoek- en transactiekosten
- Geld vergroot ruilmogelijkheden, stimuleert arbeidsverdeling en
specialisatie
- Overdracht van koopkracht mogelijk
Waardemeter:
- Vergelijken goederen wordt mogelijk = Rekeneenheid = Hulpmiddel bij
optimaliseren van keuzes
Spaar- en kredietmiddel:
- Belangrijke tijdsfunctie (sparen en lenen)
- Koopkrachtreserve
- Deel van het vermogen
- Zeer liquide
- Kredietmiddel
1.2 Soorten geld
1.2.1 Chartaal geld
= Gehandtekend
- Metaalgeld en papiergeld
- Sinds Euro door Europese Centrale Bank
1.2.2 Giraal geld
= Alle tegoeden op zichtrekeningen bij de financiële instellingen.
- Kan direct mee betaald worden
- = Overschrijven
1.2.3 Quasi geld
= De deposito’s op spaarrekeningen en termijndeposito’s.
- Niet onmiddellijk betalen
Geldhoeveelheid: Som van chartaal, giraal en quasigeld.
Belang chartaal geld neemt af
Proces van dematerialisering = Cashless society
- Kredietkaarten
- Betalen per gsm
1.2.4 Internationale geld
Sinds 1920 is $ de wereldmunt -> VS sterkste economie ter wereld
Vanaf 2000 € ook wereldmunt
Hoofdstuk 7: Geld en inflatie
1.Het geld
1.1 De functies van het geld
Geld: Elk algemeen aanvaard ruilmiddel.
Ruil- en betaalmiddel:
- Kosten directe ruil verminderen zoek- en transactiekosten
- Geld vergroot ruilmogelijkheden, stimuleert arbeidsverdeling en
specialisatie
- Overdracht van koopkracht mogelijk
Waardemeter:
- Vergelijken goederen wordt mogelijk = Rekeneenheid = Hulpmiddel bij
optimaliseren van keuzes
Spaar- en kredietmiddel:
- Belangrijke tijdsfunctie (sparen en lenen)
- Koopkrachtreserve
- Deel van het vermogen
- Zeer liquide
- Kredietmiddel
1.2 Soorten geld
1.2.1 Chartaal geld
= Gehandtekend
- Metaalgeld en papiergeld
- Sinds Euro door Europese Centrale Bank
1.2.2 Giraal geld
= Alle tegoeden op zichtrekeningen bij de financiële instellingen.
- Kan direct mee betaald worden
- = Overschrijven
1.2.3 Quasi geld
= De deposito’s op spaarrekeningen en termijndeposito’s.
- Niet onmiddellijk betalen
Geldhoeveelheid: Som van chartaal, giraal en quasigeld.
Belang chartaal geld neemt af
Proces van dematerialisering = Cashless society
- Kredietkaarten
- Betalen per gsm
1.2.4 Internationale geld
Sinds 1920 is $ de wereldmunt -> VS sterkste economie ter wereld
Vanaf 2000 € ook wereldmunt