Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's
Samenvatting

Samenvatting dierkunde hoofdstuk 1-7

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 20 pagina's

Uitgebreide samenvatting van hoofdstuk 1 tem 7

Voorbeeld van de inhoud

1. Verscheidenheid en eenheid in de biosfeer
1.1 Verscheidenheid en de nood aan classificatie
De biosfeer = de aarde, de atmosfeer en alle levende wezens erin
-> Vertoond een oneindige verscheidenheid qua afmetingen, structuur, functie …
Systematiek = systematische manier om biosfeer op te delen.
-> Levende wezens worden gerangschikt volgens hun verwantschapsgraad
=> een classificatiesysteem

Whittaker stelde en vijf-rijkensysteem op die gebaseerd was op de principiële verschillen in
voedingswijze bij de hoger organismen en op de verschillen in celstructuur.
Later voegde Woese er een 6e rijk bij op basis van nieuwe genetische technieken.

De 3 domeinen/ 6 rijken
Domein Rijken Celtype voedingswijze
Archea Archeabacteria Oerbacteriën Prokaryoot
Bacteria Eubacteria Bacteriën Eencellig
Eukarya Protista Protozoa Eukaryoot
Protophyta Eencellig
Plantae Planten Eukaryoot Autotroof
Animalia Dieren Meercellig Heterotroof
Celdifferentiatie
Fungi Schimmels Eukaryoot
Gisten Meercellig
Geen
celdifferentiatie




1.2 De omstreden plaats van virussen
Virussen leven niet.
Ze zijn gewoon erfelijk materiaal die verpakt is in een eiwitmantel, om zich te vermenigvuldigen
hebben ze een gastheer nodig DUS ze zijn obligaat parasiet. Ze bevatten ofwel DNA ofwel RNA.

, 2. De dierlijke cel
2.1 De dierlijke cel is een eukaryotische cel
Het verschil tussen prokaryoten en eukaryoten: bij eukaryoten ligt het genetische materiaal in de
kern, bij prokaryoten ligt het verspreid in het cytoplasma.
2.2 Dierlijke- en plantencellen: gelijkenis & verschil
DIERLIJKE CEL PLANTENCEL
Voeding:
 Heterotroof: voedingsstoffen worden  Autotroof: maakt zijn voedingsstoffen
uit de omgeving opgenomen maar zelf aan via fotosynthese
moeten nog verteerd worden
 Bevat chlorofyl in chloroplasten
 Geen chlorofyl

 Vertering

Bouw:
 Geen celwand  Celwand
 Meer lysosomen  Minder lysosomen(want er is geen
 Kleine vacuolen vertering), wel chloroplasten
 Centriolen  Grote vacuolen
 Geen centriolen, celplaat vervangt die
functies

2.3 De bouw van de dierlijke cel p19

, 2.4 Het plasmamembraan
2.4.1 De bouw en de functie van het plasmamembraan
BOUW
Het plasmamembraan bestaat uit:
 Lipiden: een dubbellaag van fosfolipiden
en cholesterol
 Eiwitten
 Koolhydraten

Een fosfolipide is opgebouwd uit een hydrofiele kop en 2 hydrofobe staarten.

De perifere eiwitten zitten los gebonden aan de binnen- of buitenkant. De integrale of structurele
eiwitten zitten dwars doorheen het membraan.

De koolhydraten komen vooral aan de buitenkant voor en ze zijn specifiek aan de cel, ze vormen dus
een soort vingerafdruk.
Deze koolhydraten die een onscherp begrensd oppervlak vormen aan het buitenoppervlak van de cel
noemt men de glycocallyx of cell coat.

FUNCTIE
De fosfolipidenlaag is verantwoordelijk voor de continuïteit en de stabiliteit van het membraan en
zorgt voor een soort omheining, de eiwitten zijn verantwoordelijk voor de specifieke eigenschappen
van het membraan.
 Continuïteit en stabiliteit = het herstelvermogen en het fuseren van de verschillende
membraanvermogen
 Specifieke eigenschappen van eiwitten: transporteiwitten, receptoren, antigenen …
 Koolhydraten: ! celcommunicatie
In eukaryote cellen zorgt het membraansysteem rond de organellen voor de zogenaamde
compartimentalisatie.
Het plasmamembraan zorgt voor transport en samen met het cytoskelet zorgt het ook voor de vorm
en beweging van de cel.
2.4.2 Transport doorheen het plasmamembraan
Het membraan zorgt voor elke uitwisseling die gebeurt tussen de cellen en controleert deze ook.
Het plasmamembraan is semipermeabel: water kan er snel door passeren, maar opgeloste stoffen
kunnen het trager of soms helemaal niet passeren.

Om de uitwisseling nog te verbeteren vertoont het plasmamembraan van cellen op sommige
plaatsen talloze fijne uitstulpingen, microvilli. => groter contactoppervlak

Er bestaan drie verschillende soorten transport:
1. PASSIEF TRANSPORT: gebeurt spontaan en er is geen energie voor nodig
De richting van het transport wordt bepaald door de concentratiegradiënt. Moleculen kunnen
eenvoudigweg diffunderen door de semipermeabele fosfolipidendubbellaag of gekanaliseerd worden
via de integrale eiwitten. = gefaciliteerde diffusie.
Osmose = uitwisseling van water
Diffusie = uitwisseling van gassen en ethanol

Documentinformatie

Geüpload op
23 januari 2023
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting
€5,69

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
1
Items
2
Laatst verkocht
3 jaar geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen