METHODOLOGIE
Schriftelijk examen
Open vragen + MPC
Andere vragen dan vorige jaren (andere prof)
Hoofdstuk 4-5 NIET
INLEIDING
Logopedie & audiologie ➔ klinische wetenschap
• Kliniek, ptnzorg
• Wetenschapstak
• Wisselwerking tussen kliniek en wetenschap
• Evidence-based practice = gebruik maken van bewijzen bij het nemen van beslissingen mbt zorg van je
ptn
• Consument + producent van wetenschappelijk OZ
o We gebruiken wetenschappelijk OZ
o + kunnen zelf ad basis staan of meewerken
Beslissingen nemen vanuit onze ervaring, evidentie uit wetenschappen
➔ Rekening houdend met individuele voorkeuren of verwachtingen van pt en rekening houdend met
omstandigheden en setting waarin het zich gaat afspelen
Wetenschappelijk OZ: het proces van vragen stellen en beantwoorden met als doel de kennis ve bepaald
aspect vd werkelijkheid uit te breiden
• Motivatie om aan wet OZ te doen
o Nieuwsgierigheid
o Streven naar opl van 1 of ander praktisch probleem
o ➔ We willen voor een stuk controle krijgen over de situatie
• Fundamenteel OZ = verkrijgen van empirische data om een theorie te ontwikkelen, verbeteren of
testen zonder potentieel praktische toepassing te formuleren
o Niet veel in ons vakgebied
• Toegepast OZ = gericht op praktische problemen met functionele toepassingen en testen van
theorieën in de richting vd praktijk
• Translationeel OZ = het toepassen van basis wetenschappelijke bevindingen naar klinisch relevante
zaken en genereren van wetenschappelijke vragen gebaseerd op klinische dilemma’s
o Tussen fundamenteel en toegepast
Waarom zou je als logo/audio niet aan OZ doen?
→ Geen tijd, kostprijs, vaste procedures (ook al werken we in kliniek heeft ptngericht)
Kenmerken goede wetenschapper
• Vragende ingesteldheid
• Creativiteit
• Durf om risico’s te nemen
• Goed kunnen beheren en plannen
• Diplomatie en communicatievaardigheid
• Handigheid in het omgaan met cijfers
• Doorzettingsvermogen
1
,Onderzoeksonderwerpen
• Keuze
o Persoonlijke interesse
o Competentie
o Mogelijke waarde vh OZ
o Apparatuur en materiaal
o Populatie waarover men beschikt
o Financiële uitgaven
o Tijd
o Andere instanties
▪ Zoals andere zorgverleners, instellingen
• Probleemstelling
o Wat weten we (niet)? Wat willen we weten?
o Baseren op klinische ervaring, klinische theorie of literatuur
• Klinische ervaring
o Obv dilemma of casus
o Van trial and error
o OF obv traditie of autoriteit naar evidence-based praktijk
o BV instellen ruisgenerator bij tinnitusptn op mixing point wordt niet altijd meer gedaan.
• Klinische theorie:
o Theorie: verklaring van relaties en voorspellen van outcomes
o Vanuit klinisch standpunt principes achter de theorie onderzoeken en bepalen welke klinische
outcomes de theorie al dan niet bevestigen.
o Bv. risicogedrag lawaaiblootstelling bij jongeren
• Health Belief Model
o
• Theory of Planned Behavior
o Als we zien dat vrienden iets doen, zullen we het makkelijker ook doen
o
2
, •
• Literatuur:
o Breed/vaag probleem concretiseren
o Mogelijkheden:
▪ Hiaten in literatuur identificeren (nav beschrijvend OZ, nieuwe apparatuur….)
▪ Conflicten in literatuur opsporen (meestal tgv andere methode)
▪ Herhalen of uitbreiden van OZ om bevindingen te bekrachtigen indien nodig
Onderzoeksvragen
• Onderzoeksvragen met gedeeltelijk, voorlopig of twijfelachtig antwoord
o Niet-representatieve proefgroep
o Observaties of metingen onvoldoende betrouwbaar en/of valide
o Toevallige steekproeffout
o Experimenter bias
o ➔ er kunnen makkelijk fouten in sluipen
• Onderzoeksvragen zonder antwoord
o In deel ‘discussie’ of ‘conclusie’ van wetenschappelijke paper
o In review
o Specifieke publicatie gewijd aan onderzoeksnoden
• Totaal nieuwe onderzoeksvragen
o Klinische praktijk
o Brainstormen
o Professionele bijeenkomsten
o Literatuur
• Mogelijkheden tot nieuwe onderzoeksvragen:
o Een nieuwe populatie onderzoeken (bv. andere leeftijdsgroep, andere ptnpopulatie)
o Andere outcome measure gebruiken (bv. andere test)
o Functionele impact op proefpersoon onderzoeken
o Stimuli of condities aanpassen
o Setting aanpassen (bv. meer realistische situatie)
o Up-to-date apparatuur gebruiken
• Het formuleren van OZvragen
o Het moet … zijn ➔ FINER
▪ Feasable = haalbaar
▪ Interesting
▪ Novel = nieuw
▪ Ethical
▪ Relevant
o Een onderzoeksvraag moet
▪ belangrijk zijn ➔ het onderzoek moet gerechtvaardigd kunnen worden en de
resultaten moeten zinvol en nuttig zijn
3
, ▪ te beantwoorden zijn ➔ de variabelen moet definieerbaar en meetbaar zijn
▪ uitvoerbaar zijn ➔ de onderzoeker moet over de nodige expertise en middelen
beschikken
• waaronder de nodige tijd, toegang tot de populatie, apparatuur, ruimte,
financiële haalbaarheid, risico’s en voordelen.
o Duidelijk, specifiek en to-the-point
• PICO ➔ om vragen op te stellen
o Pt, population, problem
o Intervention ➔ wat is de belangrijkste interventie die je wilt uitvoeren? Wat wil je gaan doen?
o Comparison ➔ wat zijn de alternatieven? Waarmee ga je vergelijken?
▪ Niet altijd van toepassing, optioneel
o Outcome ➔ wat is de outcome? Wat wil je gaan onderzoeken?
o Voorbeeld:
▪ Patiënten met chronische, subjectieve tinnitus/ Cognitieve gedragstherapie/ Geen
therapie/ Tinnitus handicap
▪ Is cognitieve gedragstherapie in vergelijking met geen therapie bij patiënten met
chronische, subjectieve tinnitus effectief in het verminderen van de tinnitus handicap?
• BV Wat is de invloed van de aan- of afwezigheid van een CI op de taalontwikkeling bij doofgeboren
kinderen?
o Pt/probleem: doofgeboren kind
o Interventie: CI
o Vergelijking: aan- of afwezigheid CI
o Outcome: taalontwikkeling
• BV is bij adolescenten die stotteren fluency shaping therapie in vgl met stutter modification therapie
effectiever om spraakvloeiendheid te verbeteren?
o Pt/probleem: adolescenten die stotteren
o Interventie: fluency shaping therapie
o Vgl: stutter modification therapie
o Outcome: spraakvloeiendheid
• BV is het bij kinderen met dyslexie beter om 2x per week een halfuur te oefenen of 1x per week een
uur te oefenen met de logopedist om hun taalvaardigheden te verbeteren?
o Pt/probleem: kinderen met dyslexie
o Interventie: 2x per week een halfuur therapie
o Vgl: 1x per week 1 uur therapie
o Outcome: taalvaardigheden
4
Schriftelijk examen
Open vragen + MPC
Andere vragen dan vorige jaren (andere prof)
Hoofdstuk 4-5 NIET
INLEIDING
Logopedie & audiologie ➔ klinische wetenschap
• Kliniek, ptnzorg
• Wetenschapstak
• Wisselwerking tussen kliniek en wetenschap
• Evidence-based practice = gebruik maken van bewijzen bij het nemen van beslissingen mbt zorg van je
ptn
• Consument + producent van wetenschappelijk OZ
o We gebruiken wetenschappelijk OZ
o + kunnen zelf ad basis staan of meewerken
Beslissingen nemen vanuit onze ervaring, evidentie uit wetenschappen
➔ Rekening houdend met individuele voorkeuren of verwachtingen van pt en rekening houdend met
omstandigheden en setting waarin het zich gaat afspelen
Wetenschappelijk OZ: het proces van vragen stellen en beantwoorden met als doel de kennis ve bepaald
aspect vd werkelijkheid uit te breiden
• Motivatie om aan wet OZ te doen
o Nieuwsgierigheid
o Streven naar opl van 1 of ander praktisch probleem
o ➔ We willen voor een stuk controle krijgen over de situatie
• Fundamenteel OZ = verkrijgen van empirische data om een theorie te ontwikkelen, verbeteren of
testen zonder potentieel praktische toepassing te formuleren
o Niet veel in ons vakgebied
• Toegepast OZ = gericht op praktische problemen met functionele toepassingen en testen van
theorieën in de richting vd praktijk
• Translationeel OZ = het toepassen van basis wetenschappelijke bevindingen naar klinisch relevante
zaken en genereren van wetenschappelijke vragen gebaseerd op klinische dilemma’s
o Tussen fundamenteel en toegepast
Waarom zou je als logo/audio niet aan OZ doen?
→ Geen tijd, kostprijs, vaste procedures (ook al werken we in kliniek heeft ptngericht)
Kenmerken goede wetenschapper
• Vragende ingesteldheid
• Creativiteit
• Durf om risico’s te nemen
• Goed kunnen beheren en plannen
• Diplomatie en communicatievaardigheid
• Handigheid in het omgaan met cijfers
• Doorzettingsvermogen
1
,Onderzoeksonderwerpen
• Keuze
o Persoonlijke interesse
o Competentie
o Mogelijke waarde vh OZ
o Apparatuur en materiaal
o Populatie waarover men beschikt
o Financiële uitgaven
o Tijd
o Andere instanties
▪ Zoals andere zorgverleners, instellingen
• Probleemstelling
o Wat weten we (niet)? Wat willen we weten?
o Baseren op klinische ervaring, klinische theorie of literatuur
• Klinische ervaring
o Obv dilemma of casus
o Van trial and error
o OF obv traditie of autoriteit naar evidence-based praktijk
o BV instellen ruisgenerator bij tinnitusptn op mixing point wordt niet altijd meer gedaan.
• Klinische theorie:
o Theorie: verklaring van relaties en voorspellen van outcomes
o Vanuit klinisch standpunt principes achter de theorie onderzoeken en bepalen welke klinische
outcomes de theorie al dan niet bevestigen.
o Bv. risicogedrag lawaaiblootstelling bij jongeren
• Health Belief Model
o
• Theory of Planned Behavior
o Als we zien dat vrienden iets doen, zullen we het makkelijker ook doen
o
2
, •
• Literatuur:
o Breed/vaag probleem concretiseren
o Mogelijkheden:
▪ Hiaten in literatuur identificeren (nav beschrijvend OZ, nieuwe apparatuur….)
▪ Conflicten in literatuur opsporen (meestal tgv andere methode)
▪ Herhalen of uitbreiden van OZ om bevindingen te bekrachtigen indien nodig
Onderzoeksvragen
• Onderzoeksvragen met gedeeltelijk, voorlopig of twijfelachtig antwoord
o Niet-representatieve proefgroep
o Observaties of metingen onvoldoende betrouwbaar en/of valide
o Toevallige steekproeffout
o Experimenter bias
o ➔ er kunnen makkelijk fouten in sluipen
• Onderzoeksvragen zonder antwoord
o In deel ‘discussie’ of ‘conclusie’ van wetenschappelijke paper
o In review
o Specifieke publicatie gewijd aan onderzoeksnoden
• Totaal nieuwe onderzoeksvragen
o Klinische praktijk
o Brainstormen
o Professionele bijeenkomsten
o Literatuur
• Mogelijkheden tot nieuwe onderzoeksvragen:
o Een nieuwe populatie onderzoeken (bv. andere leeftijdsgroep, andere ptnpopulatie)
o Andere outcome measure gebruiken (bv. andere test)
o Functionele impact op proefpersoon onderzoeken
o Stimuli of condities aanpassen
o Setting aanpassen (bv. meer realistische situatie)
o Up-to-date apparatuur gebruiken
• Het formuleren van OZvragen
o Het moet … zijn ➔ FINER
▪ Feasable = haalbaar
▪ Interesting
▪ Novel = nieuw
▪ Ethical
▪ Relevant
o Een onderzoeksvraag moet
▪ belangrijk zijn ➔ het onderzoek moet gerechtvaardigd kunnen worden en de
resultaten moeten zinvol en nuttig zijn
3
, ▪ te beantwoorden zijn ➔ de variabelen moet definieerbaar en meetbaar zijn
▪ uitvoerbaar zijn ➔ de onderzoeker moet over de nodige expertise en middelen
beschikken
• waaronder de nodige tijd, toegang tot de populatie, apparatuur, ruimte,
financiële haalbaarheid, risico’s en voordelen.
o Duidelijk, specifiek en to-the-point
• PICO ➔ om vragen op te stellen
o Pt, population, problem
o Intervention ➔ wat is de belangrijkste interventie die je wilt uitvoeren? Wat wil je gaan doen?
o Comparison ➔ wat zijn de alternatieven? Waarmee ga je vergelijken?
▪ Niet altijd van toepassing, optioneel
o Outcome ➔ wat is de outcome? Wat wil je gaan onderzoeken?
o Voorbeeld:
▪ Patiënten met chronische, subjectieve tinnitus/ Cognitieve gedragstherapie/ Geen
therapie/ Tinnitus handicap
▪ Is cognitieve gedragstherapie in vergelijking met geen therapie bij patiënten met
chronische, subjectieve tinnitus effectief in het verminderen van de tinnitus handicap?
• BV Wat is de invloed van de aan- of afwezigheid van een CI op de taalontwikkeling bij doofgeboren
kinderen?
o Pt/probleem: doofgeboren kind
o Interventie: CI
o Vergelijking: aan- of afwezigheid CI
o Outcome: taalontwikkeling
• BV is bij adolescenten die stotteren fluency shaping therapie in vgl met stutter modification therapie
effectiever om spraakvloeiendheid te verbeteren?
o Pt/probleem: adolescenten die stotteren
o Interventie: fluency shaping therapie
o Vgl: stutter modification therapie
o Outcome: spraakvloeiendheid
• BV is het bij kinderen met dyslexie beter om 2x per week een halfuur te oefenen of 1x per week een
uur te oefenen met de logopedist om hun taalvaardigheden te verbeteren?
o Pt/probleem: kinderen met dyslexie
o Interventie: 2x per week een halfuur therapie
o Vgl: 1x per week 1 uur therapie
o Outcome: taalvaardigheden
4