Methoden in biomedisch onderzoek
Hoofdstuk 10: chromatografie
Inleiding
Basis: 2 componenten: stationaire en mobiele fase
o Een mengsel van stoffen wordt opgelost in de mobiele fase en terwijl die in beweging is,
wordt die in contact gebracht met de stationaire fase
o Stoffen in de mobiele fase die minder interageren met de stationaire fase bewegen sneller
dan stoffen die meer interageren scheiding
Verschillende systemen mogelijk
o Verschillende types mobiele (vloeibaar/gas) en stationaire (vloeibaar/vast) fases
Toepassingen:
o Analyse van de resultaten van chemische reacties
o Zuiverheid van medicatie
o Contaminanten in voedsel en drank
o Drugs en doping bij dieren en mensen
Papier/dunne laag chromatografie
Elutie principe: mobiele fase lost componenten op en voert ze mee doorheen stationaire fase
o Afhankelijk van oplosbaarheid component, affiniteit van component en elutiemiddel voor de
stationaire fase
o Mobiele fase = solvent waarin componenten oplossen
o Stationaire fase = papier of dunne laag van kleine korrels op glas- of kunstplaat
Kwantificatie
o Rf = A/B
Rf: vertragingsfactor of Retentiefactor
A: loopafstand component (cm of mm)
B: loopafstand eluens front (cm of mm)
o Hoe meer polair het eluens, hoe sterker het eluens zelf geadsorbeerd wordt door de polaire
stationaire fase en des te effectiever de elutie.
o Betere kwantitatieve bepaling voor dunne laag chromatografie
Kolomchromatografie
Glazen buis gevuld met stationaire fase, mobiele fase word onderaan aangebracht
De afremming (retentie) van een component wordt veroorzaakt door verschillende moleculaire
eigenschappen, die gekoppeld zijn aan een scheidingsprincipe
o Adsorptie
Moleculen worden aan het oppervlak van de stationaire fase geadsorbeerd (vooral
gebaseerd op polariteit)
o Oplosbaarheid/verdeling
Moleculen lossen op in de stationaire fase => een evenwicht tussen de concentratie
in de stationaire en die in de mobiele fase.
Solvent:
moet vrij zijn van deeltjes zijn en wordt daarom gefiltreerd (inlaat met
filter).
moet vrij zijn van opgeloste lucht zijn en wordt daarom tevoren ontgast
polariteit van oplosmiddel belangrijk
Hoofdstuk 10: chromatografie
Inleiding
Basis: 2 componenten: stationaire en mobiele fase
o Een mengsel van stoffen wordt opgelost in de mobiele fase en terwijl die in beweging is,
wordt die in contact gebracht met de stationaire fase
o Stoffen in de mobiele fase die minder interageren met de stationaire fase bewegen sneller
dan stoffen die meer interageren scheiding
Verschillende systemen mogelijk
o Verschillende types mobiele (vloeibaar/gas) en stationaire (vloeibaar/vast) fases
Toepassingen:
o Analyse van de resultaten van chemische reacties
o Zuiverheid van medicatie
o Contaminanten in voedsel en drank
o Drugs en doping bij dieren en mensen
Papier/dunne laag chromatografie
Elutie principe: mobiele fase lost componenten op en voert ze mee doorheen stationaire fase
o Afhankelijk van oplosbaarheid component, affiniteit van component en elutiemiddel voor de
stationaire fase
o Mobiele fase = solvent waarin componenten oplossen
o Stationaire fase = papier of dunne laag van kleine korrels op glas- of kunstplaat
Kwantificatie
o Rf = A/B
Rf: vertragingsfactor of Retentiefactor
A: loopafstand component (cm of mm)
B: loopafstand eluens front (cm of mm)
o Hoe meer polair het eluens, hoe sterker het eluens zelf geadsorbeerd wordt door de polaire
stationaire fase en des te effectiever de elutie.
o Betere kwantitatieve bepaling voor dunne laag chromatografie
Kolomchromatografie
Glazen buis gevuld met stationaire fase, mobiele fase word onderaan aangebracht
De afremming (retentie) van een component wordt veroorzaakt door verschillende moleculaire
eigenschappen, die gekoppeld zijn aan een scheidingsprincipe
o Adsorptie
Moleculen worden aan het oppervlak van de stationaire fase geadsorbeerd (vooral
gebaseerd op polariteit)
o Oplosbaarheid/verdeling
Moleculen lossen op in de stationaire fase => een evenwicht tussen de concentratie
in de stationaire en die in de mobiele fase.
Solvent:
moet vrij zijn van deeltjes zijn en wordt daarom gefiltreerd (inlaat met
filter).
moet vrij zijn van opgeloste lucht zijn en wordt daarom tevoren ontgast
polariteit van oplosmiddel belangrijk