1. Behandeldoelen en -technieken in stottertherapie
1.1 Behandeldoelen in stottertherapie
(1) Behandeldoelen m.b.t. coverte stottercomponenten
- Emoties
- Cognities
- Attitude(s) globaal
Je zal eerst werken aan coverte stottercomponenten. Want bijvoorbeeld als een kind bang is
van water, kan je het ook niet leren zwemmen zonder het eerst te leren wennen aan water.
(2) Behandeldoelen m.b.t. overt stottergedrag
- Stottermomenten zelf (SLDs)
- Secundair stottergedrag
Een cliënt zal zelden met de vraag komen om het secundair gedrag te reduceren, want ze
maken zelf geen onderscheid tussen het stotteren en de reacties daarop.
(3) Behandeldoelen m.b.t. spraak- en taal
(4) Behandeldoelen m.b.t. communicatieve/sociale vaardigheden
Er zijn ook behandeldoelen m.b.t. spraak- en taal en m.b.t. communicatieve/sociale
vaardigheden. Soms is het nodig om meer te doen door aanwezigheid van comorbide
problemen, in dat geval komen deze behandeldoelen aan bod. Deze doelen zijn echter niet
altijd nodig. Stotteren gaat vaak samen met het aanscherpen van communicatieve
vaardigheden.
1.1.1 Covert: COGNITIEF
o Minstens neutrale ‘cognities’ voorafgaand, tijdens en na stottermomenten,
stottergerelateerde stimuli, spreeksituaties…
o Dus: neutrale cognities tegenover
› Stottermomenten
› Potentieel stotteruitlokkende factoren
o Bij voorkeur: positief, relativerend, probleemoplossend
o Eindproduct van de therapie is dat de cliënt neutraler nadenkt en positief,
probleemoplossend denkt
1.1.2 Covert: EMOTIONEEL
o Geen, minimale of hanteerbare angst en spanning voorafgaand, tijdens en na
stottermomenten, stottergerelateerde stimuli, spreeksituaties…
o Dus: geen, minimale of hanteerbare angst en spanning tegenover
› Stottermomenten
› Potentieel stotteruitlokkende factoren
o Bij voorkeur: positieve emoties: ontspanning, tolerantie, durf, spreekplezier
,1.1.3 Overt: STOTTERMOMENTEN
o Frequentie: o Duur: o Spanning:
› Zo laag mogelijk › Zo kort mogelijk › Zo ontspannen mogelijk
1.1.4 Overt: SECUNDAIR GEDRAG
o Bij voorkeur GEEN, desnoods minimaal vermijdingsgedrag, uitstelgedrag, startgedrag,
vecht(ontsnappings)gedrag
o En dus WEL:
› Stottermomenten, stottergerelateerde prikkels, spreeksituaties… aangaan
› Stottermomenten (fysiek) ontspannen opvangen
® Vloeiende, rustige, ontspannen transities tussen klanken
› Hanteren van specifieke stottermodificatietechnieken
® Easy onset
® Post-blockcorrectie (cancellation)
® In-blockcorrectie (pull-out)
® Pre-blockcorrectie (preparatory set)
1.1.5 Overt: SPRAAK & TAAL
o In geval van comorbide problemen/stoornissen:
› Adequate fonologische/fonetische vaardigheden
› Adequate semantische en morfosyntactische vaardigheden
Opgelet:
® Goed nadenken over sequentiëring vloeiendheids- en spraak-/taaldoelen
® Invloed op vloeiendheid scherp monitoren
1.1.6 Overt: COMMUNICATIEVE/SOCIALE VAARDIGHEDEN
o Ervaringen met stotteren (negatieve betekenisassociaties, emoties, attitudes) lokken
vaak passieve en actieve vermijding uit, waardoor sommige cliënten basale,
communicatieve/sociale vaardigheden niet of te weinig ontwikkelen
o Adequate, basale communicatieve/sociale vaardigheden
› Oogcontact, gesprek starten, small talk, verduidelijking vragen
› Stotterspecifiek:
® Gepast (assertief) omgaan met reacties (nadoen, pesten)
® Disclosure: mensen informeren over je stotteren
1.1.7 Covert/overt: ALGEMENE ATTITUDE
o Attitude = houding tegenover alles wat met spreken en stotteren verband houdt, met
drie geïntegreerde componenten:
(1) Affectieve: hoe voel ik me erbij?
(2) Behavioral: welk gedrag lokt het bij me uit?
(3) Cognitieve: hoe denk ik erover? Wat roept het bij me op?
,o Ideaal: geëmpowerde communicator
› Iemand die kennis en inzicht heeft in spreken en stotteren
› Iemand dat daarover spontaan en vaardig uitleg geeft
› Iemand die de meeste spreeksituaties ontspannen en met vertrouwen tegemoet
treedt
› Iemand die probleemoplossende vaardigheden hanteert, zowel m.b.t. spreken en
stotteren zelf, als ten aanzien van potentieel stotteruitlokkende situaties en andere
stressoren
› Iemand die op dat vlak een rolmodel voor andere, niet-vloeiende en vloeiende
sprekers kan zijn
1.2 Gedragsveranderingstechnieken in stottertherapie
gedragsveranderingstechnieken
cognitie & emotie actie
cognitieve technieken “desensitisering” vaardigheidstraining
ü informatie toevoegen ü stimuli vermijden / reduceren ü gedragsadvies en -instructie
ü heretiketteren ü blootstelling: graduele exposure (incl. ü modeling
ü cognitieve therapie (Beck e.a.) responspreventie) ü bestraffing/beloning (bijv. TES)
ü Rational Emotive Behavior Therapy(Ellis) ü contraconditionering (“systematische ü shaping
ü mindfulness-based technieken (bijv. ACT) desensitisatie”) ü chaining…
ü Specifieke stottermodificatietechnieken:
cancellation (post-block), pull out (in-block)
preparatory set (pre-block)
ü Aanvullend: FIGs/FEBs (bijv. tempocontrole, losse
articulatie, zachte(re) steminzet …)
o Cognitieve technieken:
› Als je de emoties van je cliënt wil temperen via cognities
o Desensitisering:
› Het minder gevoelig worden/maken voor bepaalde prikkels waar ze nu nog wel
gevoelig voor zijn en op een bepaalde manier op zullen reageren
o Vaardigheidstraining:
› Enkele technieken hangen vast aan het overt gedrag van de cliënt
Het doel is altijd om hinderlijke cognities te neutraliseren en positiever te maken en om
hinderlijke emoties te temperen en positiever te maken, beiden te aanzien van
stottermomenten en stotteruitlokkende prikkels.
Het neutraliseren/positiever maken van cognities kan op zijn beurt worden gezien als een
tussendoel naar het temperen/optimaliseren van emoties.
, 1.2.1 Gedragsveranderingstechnieken t.a.v. COVERTE stottercomponenten
o Reminder: het doel is hier altijd:
› Om hinderlijke cognities te neutraliseren en positiever te maken
› Om hinderlijke emoties te temperen en positiever te maken
Opmerking
® Het neutraliseren/positiever maken van cognities kan op zijn beurt worden gezien
als een tussendoel naar het temperen/optimaliseren van emoties!
(1) Ingrijpen via de stimuli/situaties
Doel:
Met stotteren gerelateerde stimuli en situaties weer emotioneel neutraal/positief maken
Welke stimuli?
o Normale onvloeiendheden
o Stottermomenten
o Allerlei deelaspecten ervan
o Stotteruitlokkende stimuli en situaties
Vermijden
o Tijdelijk vermijden, weghalen of verminderen van stotter- en/of angstuitlokkende
stimuli/situaties
o Reduceren van de intensiteit van stotter- / angstuitlokkende stimuli/situaties
Perceptietraining
o Alle mogelijke stotterverschijnselen leren herkennen, ze bestuderen, er onderscheid in
leren te zien/horen/voelen (discrimineren) – aangevuld met informatief leren: er
kennis over opdoen
o Heel actief: de cliënt zoekt voorbeelden, inventariseert, discrimineert, catalogeert,
noteert
o Zowel van de overt als coverte verschijnselen